How To

Foto's bewerken met GIMP

Deel:

| 18 maart 2011, 18:01

pagina 1 1. Installatie, 2. Bestanden openen, 3. Selectie maken, 4. Helderheid en contrast, 5. Toonbereik corrigeren
pagina 2 6. Verscherpen, 7. Kleurverzadiging , 8. Horizon rechtzetten, 9. Uitsnede maken, Geschiedenis GIMP, Zichtbaarheid plug-ins, 10. Objecten wegwerken
pagina 3 11. Vervagen, 12. Rode ogen, 13. Effecten toevoegen, 14. Tekenen, 15. Afbeelding schalen
pagina 4 16. Lagen gebruiken, 17. Foto's opslaan, 18. Uitbreidingen

GIMP is een gratis en zeer veelzijdig fotobewerkingsprogramma en dankzij de Nederlandstalige gebruikersomgeving eenvoudig te bedienen. Effecten toevoegen, tinten aanpassen, kleuren bewerken, lagen gebruiken, klonen etc., het behoort allemaal tot de mogelijkheden. In een recente vergelijkende test van Computer!Totaal kreeg GIMP het Redactie TIP-keurmerk, waardoor het hoog tijd is voor een uitgebreide workshop.

1. Installatie

Surf naar de website van GIMP om de freeware te downloaden. Er is een versie voor Windows, Linux en Mac OS X beschikbaar. Zodra u GIMP opstart, komt u terecht in de Nederlandstalige interface. Die bestaat uit drie dialoogvensters. In het hoofdvenster kunt u een foto openen en u vindt er de menubalk. De Gereedschapskist met alle gebruikelijke tools wordt als een apart venster weergegeven. Rechts in beeld staat nog een venster met daarin lagen, kanalen enzovoort. Het voordeel van de losse dialoogvensters is dat u de werkomgeving gemakkelijk zelf kunt aanpassen.

2. Bestanden openen

U opent eenvoudig een afbeelding in het werkvlak. Ga naar Bestand / Openen en zoek een afbeelding met behulp van de mappenstructuur. Dubbelklik op het bestand om het te openen. GIMP ondersteunt alle bekende grafische formaten, zoals gif, jpg, psd, png en tif. Het is tevens mogelijk om een foto vanuit Windows Verkenner of het bureaublad naar het hoofdvenster te slepen. U kunt ook zelf een afbeelding ontwerpen in het programma: ga naar Bestand / Nieuw en bepaal in pixels of millimeters hoe groot u het plaatje wilt maken. Klik op OK, waarna er een wit werkvlak verschijnt.

3. Selectie maken

Met het selecteren van objecten is het mogelijk om het deel afzonderlijk te bewerken. Klik op het gereedschap Rechthoekige of Ovale selectie en sleep met de muisaanwijzer over het gewenste gebied. Door middel van Vrije selectie trekt u zelf lijnen om het gewenste onderwerp. Een prettige methode is de Toverstaf. Hiermee selecteert u een aaneengesloten gebied op basis van kleur. U stelt de nauwkeurigheid in met de schuifbalk achter Drempelwaarde in de Gereedschapskist. Houd de Shift-knop ingedrukt om de selectie uit te breiden. Zo is het selecteren van lastige vormen mogelijk.

4. Helderheid en contrast

Bij een onjuiste belichting kan een foto te licht of te donker zijn. In veel gevallen bereikt u alsnog het gewenste resultaat door de helderheid en het contrast aan te passen. Zeker bij foto's die fletse kleuren vertonen, verbetert u gemakkelijk de kwaliteit. Ga naar Kleuren / Helderheid/contrast. Er verschijnen twee schuifbalken in beeld. Beweeg de schuifknop achter Helderheid naar rechts om de kleuren iets lichter te maken. Door naar links te bewegen, worden de kleuren juist donkerder. Ook de contrastwaarde wijzigt u op deze manier. U bekijkt direct het resultaat van uw aanpassing.

5. Toonbereik corrigeren

Het aanpassen van de curven is een goede manier om lichte en donkere kleuren afzonderlijk aan te corrigeren. Open het gereedschap via Kleuren / Curves. Op de horizontale as staan links de donkerste waarden (schaduwen) en rechts de lichtste met daartussen diverse grijstinten. In het histogram staat schematisch de hoeveelheid van elke waarde aangegeven. Beweeg de lijn op verschillende punten om donkere of lichte tinten aan de foto toe te voegen. De verticale as gebruikt u om af te lezen op welke wijze het toonbereik is gewijzigd na bewerking van de foto.

Lees verder >>
Deel:
De reacties worden ingeladen, een moment geduld...