U bent nu hier: Home » Cursussen & Workshops » Aansluiten op het netwerk

Cursussen & Workshops

Aansluiten op het netwerk

Jeroen Horlings 02 dec. 2009 12:02
Aansluiten op het netwerk

Als u een nieuw apparaat wilt toevoegen aan uw netwerk, hebt u grofweg de beschikking over drie opties: wifi, ethernet of het stopcontact. In deze editie van Opgelost laten we zien hoe u precies te werk moet gaan, en wat de voor- en nadelen zijn van de drie mogelijkheden.

1 Draadloos

De eenvoudigste methode om een apparaat aan te sluiten op uw netwerk is via wifi. De kans is groot dat u al een draadloos netwerk in gebruik hebt via uw modem of router. Het is dan relatief eenvoudig om een nieuw apparaat in uw netwerk te integreren. Uw netwerk is - als het goed is - beveiligd met een encryptiecode, dus die zult u ook op het nieuwe product moeten invoeren voordat het toegang krijgt tot het netwerk. U kunt tientallen apparaten aansluiten op een wifi-netwerk (zoals notebooks, mediacenters, telefoons, camera’s en audiospelers). Heeft het apparaat in kwestie geen wifi maar wel een usb-aansluiting, dan kunt u het aansluiten op het netwerk via een usb-dongle (circa 30 euro). Er zijn verschillende wifi-standaarden. De meest gebruikte is 802.11g, dat een theoretische snelheid biedt van 54 Mbit/s. De oudere b-versie gaat niet verder dan 11 Mbit/s – snel genoeg om te internetten, maar te traag voor serieus netwerkverkeer. De 11g-versie is trager dan ethernet, maar snel genoeg voor de meeste toepassingen.

Geen wifi? Met een wifi usb-stick van een paar tientjes maakt u vrijwel ieder product draadloos.

2 Stopcontact

Mocht wifi om de een of andere reden niet mogelijk of wenselijk zijn, dan is een netwerk via het stopcontact een goed en eenvoudig alternatief. Ieder huis en ieder kantoor stikt van de stopcontacten en elektriciteitskabels, waardoor werkelijk op iedere plek een netwerkaansluiting is te realiseren. Handig voor uithoeken waar wifi niet komt (of te traag is) of voor producten die wel over ethernet maar niet over wifi beschikken. U stopt twee adapters in het stopcontact, sluit de ene aan op het modem of de router en de andere op het nieuwe netwerkapparaat. Deze methode wordt vooral gebruikt om mediacenters of tv’s op het netwerk aan te sluiten. Dergelijke ‘homeplugs’ zijn er in verschillende snelheden, van 14, 85 en 200 Mbit/s. Er zijn ook speciale versies voor VoIP, hdtv (audio/video) en ‘home automation’ (lichtschakelaars en thermostaten die zijn aangesloten op het netwerk).

Een homeplug prikt u zo in het stopcontact.

3 Meer snelheid en reikwijdte? 11n!

De nieuwste standaard is 11n. Deze biedt theoretische snelheden tussen de 100 en 540 Mbit/s, al wordt daar in de praktijk meestal slechts een kwart van gehaald. Desondanks is dat snel genoeg, zelfs voor het afspelen van HD-content. De 11n-standaard werkt op basis van meerdere antennes, waardoor het signaal ook een grotere reikwijdte heeft en minder snel afzwakt. Mocht de snelheid of reikwijdte een probleem zijn, dan kunt u dus een upgrade naar 11n overwegen. Let op: in gebouwen met gewapend beton kan het bereik alsnog niet optimaal zijn (vanwege de zogenoemde ‘kooi van Faraday’).

Een 11n-modem of -router is doorgaans te herkennen aan de drie antennes.

4 Glasvezel

Een nieuw materiaal om een netwerk mee aan te leggen is glasvezel. We kennen dit natuurlijk al uit de zakelijke wereld en van particuliere projecten als Fiber-to-the-Home, maar fabrikanten als Siemens bieden ook een kit aan waarmee u zelf binnenshuis een glasvezelnetwerk kunt aanleggen. Het voordeel van glasvezel is dat er geen sprake is van interferentie, waardoor het signaal zeer stabiel blijft tot een afstand van circa 100 meter. Ook is glasvezelkabel veel dunner dan ethernet, waardoor u een kabel zeer eenvoudig onder een plint kwijt kunt. De bewuste Siemens-kit (de Gigaset Optical) biedt momenteel een snelheid van maximaal 100 Mbit/s, dus het wachten is nog op een Gigabit-versie om ook concreet te spreken van een snelheidsvoordeel. Een ander nadeel: de adapters hebben stroom nodig, dus dat kost weer twee stopcontacten.

De Siemens Gigaset Optical werkt met glasvezel.

5 Ethernet

De klassieke methode om een netwerk aan te leggen – en uit te breiden – is natuurlijk via ethernet. In de meeste huizen zijn holle plastic buizen aangebracht, waardoor u vanuit de meterkast iedere gewenste ruimte kunt bereiken. Dit kost wel wat moeite; zo moet u met een trekveer aan de gang om de kabels te trekken. Mocht dit lastig gaan, smeer de trekveer (en dikke knooppunten) dan in met wat groene zeep. Ethernet is nog steeds de standaard. Het is compatibel met de meeste apparatuur en gemiddeld gezien sneller dan andere oplossingen, zoals wifi. Kies bijvoorkeur wel voor de Gigabit-variant (CAT 5E en CAT6), in combinatie met een bijpassende router of modem.

Ethernetkabels zijn de meest gebruikte manier om een netwerk aan te leggen.

6 Netwerkkabels maken

Als u aan de slag gaat met het aanleggen van ethernet in huis, dan hebt u een set hulpmiddelen nodig: een tang, losse verbindingsstukken en flink wat meters ethernetkabel (type RJ-45). Deze kunt u vinden bij de computerspeciaalzaak. Let bij de montage vooral op de kleurvolgorde van de draden (zie schema).

Schema netwerkkabel.

Het bevestigen van een connector aan een kabel is niet moeilijk, maar wel een precies werkje. Let op de volgorde van de kabels, te herkennen aan de kleuren. Knip het uiteinde af met de bijbehorende tang, zodat de acht kabels bloot komen te liggen. Schuif de draden vervolgens in de connector tot ze niet meer verder kunnen en plaats de connector in de tang. Knijp de tang met enige kracht in tot u een klik hoort. De draden zitten nu vastgeklemd in de connector, dankzij koperen contactpunten die zich in de draadjes hebben geboord.

Een kabeltang om zelf connectors op een kabel te bevestigen.

7 Xbox draadloos maken

Wilt u met uw Xbox 360 het netwerk op? Dat kan heel eenvoudig met de bijpassende ‘Wireless Networking Adapter’. Deze sluit u aan op uw Xbox en er start automatisch een keuzemenu om de verbinding te activeren. Hiermee geeft u uw Xbox toegang tot internet.

De Xbox draadloze netwerkadapter.

8 Printer delen in het netwerk

Wanneer u een printer toegankelijk wilt maken in het netwerk, bijvoorbeeld via ethernet of wifi, kunt u een printserver aanschaffen. Dat is een klein kastje waarop de printer via de usb-poort wordt aangesloten. De printserver zelf wordt vervolgens via ethernet op de router aangesloten, zodat iedereen in het netwerk gebruik kan maken van de printer.

Een draadloze printserver.



Plaats een reactie

Nu in Computer!Totaal

• Windows 7 op topsnelheid - de beste tweaks - meer snelheid met SSD • Sneller draadloos met wifi-N USB-stick • De beste tools voor uw notebook • Test: mobiele DVD-branders • Overstappen naar Microsoft Live Mail • Werkbalken die u wél wilt hebben • PC-problemen: zo achterhaalt u de oorzaak • Legaal downloaden?

ITworld

abo_block