Dia's bewerken en opmaken in PowerPoint doe je zo

Door: Mark Gamble | 20 september 2020 09:51

How To

Bij het maken van een presentatie in PowerPoint is het belangrijk dat de opmaak aantrekkelijk is. In dit artikel laten we je zien je hoe je inhoud in dia’s plaatst, tekst, foto’s en tabellen kunt gebruiken, en hoe je die precies zo kunt vormgeven als jij wilt.

Open PowerPoint en start een nieuwe presentatie. Dit gaat het snelste via het menu Bestand / Nieuw / Lege presentatie of via de toetscombinatie Control+N. Omdat dit de eerste dia in een nieuwe presentatie is, is dit een zogeheten titeldia. Op een titeldia is er ruimte voor een titel en ondertitel. Om een titel toe te voegen, klik je met de muis in het vak met de tekst Klikken om een titel toe te voegen en typ je de titel. Om een ondertitel toe te voegen, klik je in het vak met de tekst Klikken om een ondertitel toe te voegen en typ je de ondertitel.

In de miniatuurweergave links zie je dat deze meteen wordt aangepast, nu je tekst hebt ingevoerd in het venster waar je de dia kunt bewerken.

In de vakken van een titeldia kun je bijvoorbeeld een titel en een ondertitel typen.

01 Tekst opmaken

De leesbaarheid van een tekst wordt beter wanneer er ook aandacht is besteed aan de opmaak. PowerPoint kent meerdere soorten opmaak: tekenopmaak én vormopmaak. Tekenopmaak richt zich op de opmaak van individuele of gegroepeerde tekens zoals een paar letters van een woord, een heel woord of enkele woorden binnen een grotere tekst. Om die tekens of woorden nadruk te geven, kunnen die een eigen opmaak krijgen, bijvoorbeeld vetgedrukt (dik), cursief (schuin) of een andere kleur of lettertype. Dit hoort dan allemaal tot de tekenopmaak.

De tweede opmaak is de vormopmaak. Die bepaalt de opmaak van alles wat zich in een vak of vorm bevindt zoals de tekst in een titelvak of ondertitelvak, maar ook de opmaak van het vak zelf. Bij het opmaken van de tekst is het altijd belangrijk rekening te houden met dit verschil. Om tekens op te maken en niet de hele tekst, moet je eerst de tekens selecteren en niet de alinea. En wil je een tekstvak een ander aanzien geven, dan selecteer je dat vak.

02 Deel van een tekst

Om een deel van de tekst in een tekstvak een andere opmaak te geven, klik je eerst in het betreffende vak om het te activeren. Selecteer daarna het deel van de tekst waarvan je de opmaak wilt aanpassen. Is de tekst geselecteerd, dan kun je op de werkbalk op het onderdeel Start / Lettertype de opmaak aanpassen. Je kunt een ander lettertype kiezen, een andere grootte, de kleur aanpassen en tekst onderstrepen of vetgedrukt maken.

De keuzes in de opmaak worden meteen toegepast in het document en ook in de miniatuurweergave van de dia aan de linkerkant. De meeste keuzes hoeven niet bevestigd te worden, behalve als ze via een extra venster of menu lopen: dan is een klik op OK of Toepassen vereist. Je kunt de opmaak eindeloos aanpassen en weer opnieuw wijzigen. PowerPoint kent weinig creatieve beperkingen.

Wil je een deel van een tekst anders opmaken, selecteer dan eerst alleen dat deel en kies daarna de gewenste opmaak.

03 Gehele tekst

Wil je niet een klein deel van een tekst anders opmaken, maar een volledig tekstdeel dat bij elkaar hoort (zoals een titel, ondertitel of de complete tekst in een tekstvak), dan is het zaak eerst dat vak te selecteren. Klik om te beginnen in het vak. Het vak is nu geactiveerd, de kaders van het vak zijn zichtbaar met een dunne stippellijn. Nu kun je het vak selecteren. Klik daarvoor met de muis op de stippellijn van het kader. De stippellijn verandert in een dichte lijn en je hebt het hele object geselecteerd. Wanneer je nu op de werkbalk onder Start / Lettertype of Start / Alinea de opmaak aanpast, dan wordt die op de hele tekst in dat vak toegepast.

Omdat je het vak hebt geselecteerd, is er een extra menu-item bijgekomen. Je ziet nu ook het menu Vormindeling boven de balk staan. Hier vind je nog extra opties om de vorm en de tekst in die vorm aan te passen. Klik op Vormindeling om deze opties zichtbaar te maken. Via Vormstijlen geef je met één klik de vorm een hele eigen opmaak met kleur en arcering, terwijl je via WordArt juist de tekst een mooie en creatieve opmaak kunt geven. PowerPoint biedt hier alle mogelijkheden om je helemaal uit te leven en de presentatie precies dat uiterlijk te geven dat je mooi vindt en waarvan je denkt dat het aan zal slaan bij je publiek.

Om de opmaak van de hele tekst in een vak aan te passen, selecteer je eerst het betreffende vak.

04 Opsomming en nummering

Een opsomming is een veelgebruikte manier om informatie op een dia te ordenen. Deze manier wordt zelfs zoveel gebruikt dat de tekst in het tekstvak van de indeling ‘Tekst en object’ standaard al de opmaak van een opsomming krijgt. Een opsomming kan zowel op de hele tekst in een tekstvak worden toegepast, als op een deel van de tekst in een tekstvak. Voorwaarde is wel dat de tekst uit meerdere alinea’s bestaat, dus dat er meerdere keren in de tekst op een nieuwe regel een nieuw tekstdeel is geschreven. Selecteer dan een deel van de totale tekst, de hele tekst of het hele tekstvak, kies voor Start / Alinea en selecteer bij Opsommingstekens de gewenste manier van opsommen. Behalve een opsomming waarbij voor aan iedere regel een punt of een ander teken staat, is het ook mogelijk de onderdelen te nummeren. Dat kan via de knop Nummering.

PowerPoint kent zowel opsommingen als automatische nummeringen van items in een lijst.

05 Afbeeldingen in je dia’s

Een presentatie met alleen maar tekst is natuurlijk wat saai. Belangrijk is dat je een goede balans vindt tussen de hoeveelheid tekst in je presentatie en het aantal afbeeldingen. Wil je een dia met tekst én een afbeelding invoegen, voeg dan nu eerst een dia toe met de indeling ‘Titel en object’. In het vak Klikken om tekst toe te voegen zie je ook tegen de achtergrond zes kleinere pictogrammen. Deze staan voor alles wat in dat vak ingevoegd kan worden. Dat is namelijk niet alleen beperkt tot tekst, maar kan ook een tabel zijn of een grafiek of foto. Klik nu eerst op Klikken om tekst toe te voegen en daarna op het pictogram linksonder, Afbeeldingen. PowerPoint opent nu een venster waarin je op de pc naar een foto of afbeelding kunt zoeken. Selecteer de foto of afbeelding en klik op Openen. PowerPoint plaatst nu de afbeelding in het vak.

Klik op Afbeeldingen om in het vak een afbeelding of foto te plaatsen.

06 Afbeelding groter of kleiner maken

De kans dat de afbeelding na het invoegen precies goed staat en er precies zo uitziet als jij wilt, is klein. Vaak zul je er nog iets aan willen veranderen. En dat kan, PowerPoint biedt zeer uitgebreide opties voor het bewerken van foto’s en afbeeldingen.

Als eerste selecteer je de bewuste foto of afbeelding. Is deze net ingevoegd, dan is die al geselecteerd. Je ziet dit aan de kleine rondjes die op de hoeken en halverwege de zijden van de foto zitten. Wil je de afbeelding groter of kleiner maken, zet dan de muis op een van de rondjes bij de hoeken van de foto of afbeelding en klik hierop. Hou de muisknop ingedrukt en verplaats nu de muis. Afhankelijk van de richting waarin je de muis beweegt, zal de foto groter of kleiner worden, tot je de muis loslaat.

Een afbeelding kun je met de muis eenvoudig groter of kleiner maken.

07 Een afbeelding draaien of spiegelen

Wil je de afbeelding draaien, zet dan de muis boven op de ronde pijl die midden boven de foto staat. Klik hierop en hou de muisknop ingedrukt. Versleep nu de muis en zie hoe de foto of afbeelding meebeweegt. Je kunt de foto precies zo draaien als je wilt.

Wil je de afbeelding een precies aantal graden draaien of horizontaal of verticaal spiegelen, selecteer dan de foto en klik op Afbeeldingsopmaak / Draaien. In het menu vind je precies de opties die je hiervoor nodig hebt: Rechtsom draaien, Linksom draaien, Horizontaal spiegelen en Verticaal spiegelen.

Gebruik de greep boven de foto om deze te draaien.

08 Eenvoudige bewerking en afbeeldingsstijlen

Behalve opties om de plaats en weergave van de foto aan te passen, biedt PowerPoint ook opties om de foto zelf aan te passen. Zo kun je een foto of afbeelding in PowerPoint lichter of donkerder maken, een mooi fotofilter toepassen en nog veel meer. Selecteer de foto en open het onderdeel Afbeeldingsopmaak in het Lint. Op de werkbalk staan allemaal fotobewerkingsopties zoals kleurcorrecties en afbeeldingsstijlen. De eerste functie vanaf links is het verwijderen van de achtergrond. Dit is een handige functie waarmee je hele verrassende effecten kunt bereiken. Met de foto geselecteerd klik je op Achtergrond verwijderen.

PowerPoint analyseert nu de foto en kleurt alle delen die het tot de achtergrond rekent paars. Is de keuze van PowerPoint meteen goed, klik dan op Wijzigingen behouden. Je keert dan terug naar de presentatie met de foto op dezelfde plaats, maar dan zonder de achtergrond.

Maar de kans dat PowerPoint het meteen goed heeft, is niet zo groot. Vaak zul je nog delen willen verwijderen die volgens PowerPoint niet verwijderd hoeven te worden of andersom. En dat kan. Klik op Gebieden markeren om te behouden en gebruik vervolgens de muis om de delen van de foto te selecteren die je niet wilt verwijderen. Dat kan vrij grofmazig en mag in strepen en cirkels. PowerPoint zal dan telkens de selectie verwijderen/niet-verwijderen aanpassen.

Wil je juist een deel verwijderen dat volgens PowerPoint behouden moet worden, klik dan op Gebieden markeren om te verwijderen en selecteer die delen. Ga door tot het precies naar wens is en klik dan op Wijzigingen behouden. Lukt het niet, klik dan op Alle wijzigingen verwijderen en begin rustig opnieuw. Terug in je presentatie zie je dat de foto nu is aangepast. De geselecteerde delen zijn uit de foto gesneden en doorzichtig geworden. Je kunt er tekst of een andere foto achter zetten en deze blijft dan gewoon zichtbaar.

Wil je het onderwerp van een foto benadrukken, verwijder dan de achtergrond.

09 Effecten

Links op de werkbalk staat nog een aantal functies om de foto aan te passen, zoals Correcties, Kleur, Artistieke Effecten en Doorzichtigheid. Met elk hiervan kun je professionele effecten en bewerkingen toepassen op de foto, direct in PowerPoint. Kies bijvoorbeeld Artistieke Effecten / Gloedranden of een van de andere effecten. Het mooie is bovendien dat je ze niet direct hoeft toe te passen. Houd je de muiscursor even boven een van de mogelijke correcties, kleuraanpassingen of artistieke effecten, dan geeft PowerPoint een voorbeeld van hoe die eruit komt te zien. Je kunt rustig doorzoeken tot je het gewenst effect vindt en dat toepassen.

PowerPoint biedt een aantal professionele filters en bewerkingen voor foto’s en afbeeldingen.

10 Afbeeldingsstijlen

Wil je de foto niet zozeer aanpassen, maar wel heel mooi in de dia presenteren, dan kan dat met een van de kant-en-klare afbeeldingsstijlen. Hiermee plaats je de afbeeldingen in een frame of zet je ze op een mooie manier op de dia. Selecteer de foto en kies op de werkbalk Afbeeldingsopmaak bij Afbeeldingsstijlen voor een van de opties. Naast de stijlen die je direct al ziet, zijn er nog meer. Klik rechts van de stijlen op het pijltje omlaag om de andere stijlen zichtbaar te maken.

Elke afbeeldingsstijl is een combinatie van een aantal functies die ook gewoon los in PowerPoint zitten. Het betreft altijd een rand, een effect en een indeling. Deze opties vind je ook los naast de afbeeldingsstijlen en kun je dus ook los van elkaar toepassen. En je kunt er de standaard afbeeldingsstijlen mee aanpassen. Vind je bijvoorbeeld de dikke rand van de afbeeldingsstijl ‘Wit gedraaid’ niet mooi, maar de rest van de stijl wel? Voeg dan eerst de stijl toe, klik vervolgens op Afbeeldingsrand en maak via Dikte de rand minder dik. Zo kun je eindeloos stijlen combineren en aanpassen tot de afbeelding precies zo op de dia staat als jij wilt.

Zet een afbeelding snel op een mooie manier in de dia met een van de afbeeldingsstijlen.

11 Afbeelding bijsnijden

Wil je niet de hele foto gebruiken, maar een deel ervan, dan kun je de foto bijsnijden. Selecteer de foto en kies voor Bijsnijden. Op de rand van de foto verschijnen nu dikke zwarte grepen, op de hoeken en midden op elke zijde. Deze kun je met de muis verslepen om de foto bij te snijden. Vaak zul je vooral vanuit een hoek werken, maar dat hoeft niet. Ook een zijkant kun je snel digitaal afknippen. Het deel dat zal wegvallen, wordt eerst donkergrijs gemaakt. Pas wanneer je buiten de foto klikt, wordt deze ook echt bijgesneden.

Wil je een deel van een foto liever niet gebruiken, dan kun je dat deel eenvoudig afsnijden.

12 Terug naar Beginwaarden

Heb je zo veel met de foto zitten knutselen dat je niet meer tevreden bent en het ook niet meer goed krijgt, dan kun je altijd terug naar af. Daarvoor is het gelukkig niet noodzakelijk om de hele presentatie weg te gooien. Selecteer de afbeelding of foto waar je niet meer tevreden over bent en kies dan op de werkbalk voor Afbeeldingsopmaak, Aanpassen en Beginwaarden van afbeelding. De afbeelding blijft nu op dezelfde plek en grootte staan, maar ineens zijn alle latere bewerkingen ongedaan gemaakt. Wil je zelfs de grootte terugbrengen naar het originele formaat, klik dan naast de knop Beginwaarden van afbeelding op het kleine driehoekje om het menu te openen en klik op Beginwaarden van afbeelding en grootte. Nu wordt ook het formaat van de afbeelding hersteld.

Maak alle bewerkingen van een foto ongedaan door de beginwaarden te herstellen.

13 Afbeeldingen en tekst combineren

Gebruik je een standaard dia-indeling, dan zijn tekst en afbeeldingen altijd van elkaar gescheiden. Zodra je de indeling aanpast en de tekst of foto vergroot of verplaatst, dan is die zekerheid er niet. Dat hoeft ook niet, want het kan heel mooi zijn om tekst en foto’s te combineren. Een belangrijke regel in PowerPoint is dat wat als laatste wordt toegevoegd, altijd vooraan staat. Dat kan al snel betekenen dat een foto voor de tekst staat en deze dus onleesbaar wordt. Er zijn talloze manieren om dit aan te passen, maar de basis is het wijzigen van de volgorde van de items. De foto zal naar achteren moeten, de tekst naar voren of beide. Selecteer het tekstvak (!) dat deels achter de foto verdwijnt. Kies dan achtereenvolgend voor Vormindeling / Schikken / Naar voorgrond.

Staat de tekst nu wel op de voorgrond, maar is een deel ervan nog steeds onleesbaar doordat de kleur niet opvalt tegen de kleur van de foto erachter? Klik dan op het tekstvak, selecteer de tekens die wegvallen tegen de foto op de achtergrond en geef deze letters een kleur die wél zichtbaar blijft.

Door objecten naar de voor- of achtergrond te verplaatsen of stapje voor stapje naar voren of achteren, bepaal je precies welke onderdelen zichtbaar zijn en welke niet.

0 Reactie(s) op: Dia's bewerken en opmaken in PowerPoint doe je zo

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.