1 Werkmap aanmaken
Een werkmap kunt u zien als een aktetas waarin u papierwerk meeneemt. U werkt altijd op één plek aan een document en neemt het in de koffer met u mee. Op de computer waar de bestanden staan, gaat u naar een map waarin u de werkmap wilt aanmaken. Dit mag ook het bureaublad zijn, dan kunt u er altijd gemakkelijk bij. Met rechts klikt u in een leeg deel van de map of op het bureaublad, u kiest Nieuw en dan Werkmap. U tikt een naam in en de nieuwe werkmap wordt aangemaakt.
Nu kunt u er documenten naartoe kopiëren die u synchroon wilt houden. De bestanden blijven ook op de originele locatie staan, Windows maakt een koppeling naar de kopie in de Werkmap. U mag wijzigingen aanbrengen in het originele bestand, of in de werkmap. U mag nooit een bestand op beide plekken aanpassen, want dan valt er niets meer te synchroniseren.
Synchroniseren van bestanden is mogelijk door een werkmap aan te maken.
2 Via het netwerk
Om via het netwerk te synchroniseren, kopieert u de werkmap in zijn geheel naar een andere computer. Dat werkt alleen als de werkmap niet is geopend. Klik eventueel op een andere map, zodat de werkmap vrij komt. Zodra u klaar bent met aanpassen, klikt u met rechts op de werkmap en kiest u voor Alles bijwerken. De gewijzigde bestanden worden getoond en u kunt ze allemaal of individueel synchroniseren, dus terugkopiëren naar de originele locatie. Bestanden moeten wel toegankelijk zijn voor beide computers (bestanden delen met de juiste rechten). U kunt de bijwerkstatus van een bestand opvragen, door er in de werkmap met rechts op te klikken en via Eigenschappen naar het tabblad Bijwerkstatus te gaan. U kunt het bestand bijwerken, de locatie van het originele bestand tonen of de koppeling tussen origineel en kopie in de werkmap weghalen.
Kies bij de Werkmap voor Bijwerken om gewijzigde bestanden te synchroniseren. U kunt zelf de richting aangeven.
3 Via een verwisselbaar medium
Als de computers elkaar niet zien omdat ze niet hetzelfde netwerk zitten, gebruikt u een medium zoals een usb-stick. U kopieert de volledige werkmap naar het externe apparaat en koppelt het los. Het veiligste kan dat via het pictogram Hardware veilig verwijderen in de taakbalk. Dan sluit u het medium aan op een andere computer. De werkmap laat u er gewoon op staan. Zodra u de wijzigingen in de werkmap op het verwisselbare medium hebt aangebracht, koppelt u het medium los en sluit het aan op het originele systeem. U klikt met rechts op de werkmap van het medium en kiest voor Alles bijwerken. Als een bestand niet meer op de originele plek staat, of de koppeling naar de werkmap weg is, wordt het exemplaar in de werkmap een zwevend bestand. U kunt het dan alleen nog handmatig naar een map kopiëren en daarna eventueel opnieuw in de werkmap zetten.