3 Taakplanner
Met de komst van Windows Vista heeft de taakplanner een behoorlijke facelift gekregen en zijn de mogelijkheden ervan flink uitgebreid. Zo kunt u bijvoorbeeld taken plannen aan de hand van systeemgebeurtenissen.
De meeste van de extra mogelijkheden in de taakplanner zullen vooral systeembeheerders en andere ICT-professionals aanspreken. Voor het automatisch uitvoeren van de taken die we hier bespreken, is de oudere XP-versie van de taakplanner even geschikt als de versie in Vista en Windows 7. In die laatste twee besturingssystemen heet de taakplanner daadwerkelijk Taakplanner, maar in Windows XP vindt u hem onder de naam Geplande Taken. In alle gevallen vindt het hulpprogramma onder Alle Programma’s / Bureau-accessoires / Systeemwerkset.
Zowel Taakplanner (Vista/7) als Geplande Taken (XP) beschikt over een wizard om een taak mee aan te maken. In Taakplanner vindt u deze wizard rechts bovenin, onder de naam Basistaak Maken. De wizard van Taakplanner vraagt eerst om een naam en een beschrijving van de taak. Hierna wordt gevraagd wanneer en hoe vaak de taak moet worden uitgevoerd. Verder dient u op te geven om welke actie het gaat. Dit zal in nagenoeg alle gevallen Een programma starten zijn, maar ook het verzenden van een e-mail behoort tot de mogelijkheden. In het volgende venster bladert u naar het bewuste programma of script, en geeft u zonodig de juiste parameters op (In het kader ‘Command line parameters’ leest u hier meer over). Tot slot krijgt u een overzicht met uw keuzes te zien. Bent u hier tevreden over, dan klikt u op OK. U kunt ook een vinkje zetten bij Het dialoogvenster Eigenschappen van deze taak openen als ik op Voltooien klik. In dat bewuste venster kunt u op de verschillende tabbladen bepaalde eigenschappen van de taak nader aanpassen. Zo kunt u bijvoorbeeld op het tabblad Voorwaarden aangeven dat de pc voor het uitvoeren van de taak uit de slaapstand moet worden gehaald. Op het tabblad Instellingen kunt u aanvinken dat een gemiste taak na het opnieuw opstarten van de pc zo snel mogelijk moet worden uitgevoerd.
De taakplanner heeft sinds Windows Vista een flinke facelift gekregen.
In Geplande Taken van XP klikt u op Een nieuwe taak toevoegen om de wizard te openen. De wizard Nieuwe taak toevoegen wijkt niet veel van af van de wizard in Taakplanner. Een belangrijk verschil is wel dat u eventuele parameters niet tijdens het uitvoeren van de wizard kunt opgeven. Om toch parameters te kunnen gebruiken zet u in het laatste venster een vinkje bij de optie Geavanceerde eigenschappen voor deze taak openen wanneer ik op Voltooien klik, waarna u de parameters invult in het vak Uitvoeren. U kunt taken ook direct aanmaken. Hiervoor kiest u in Taakplanner rechts bovenin voor Taak maken of u selecteert, nadat u met de rechtermuisknop in het middelste venster hebt geklikt, de optie Nieuwe taak maken. In het venster dat hierna wordt geopend vult u op de tabbladen Algemeen, Triggers, Voorwaarden en Instellingen de gegevens van de nieuwe taak in. In Geplande taken klikt u op Bestand / Nieuw / Geplande taak, of u kiest na een rechtermuisklik op een lege plek in het venster voor Nieuw / Geplande taak. U geeft de taak een naam, en vervolgens dubbelklikt u op de nieuwe taak, waarna het eigenschappenvenster opent. Hier vult u op de tabbladen Taken, Schema en Instellingen de benodigde gegevens in. Wanneer u eenmaal een beetje ervaring met taken hebt opgedaan, werkt de handmatige methode vaak sneller dan de wizard.
In het eigenschappenvenster kunt u een taak verder aanpassen.
Tips
Over het maken van batchfiles is veel informatie op internet te vinden. Daarom beperken we ons hier tot een paar tips waarmee u in ieder geval een begin kunt maken. Het is raadzaam om op de eerste regel van een batchfile de opdracht @ECHO OFF te plaatsen. Hiermee wordt voorkomen dat de opdrachten in het bestand in een DOS-venster worden getoond als ze worden uitgevoerd. U laat een programma starten door eenvoudigweg het pad naar het exe-bestand in te voeren. Bevat dit pad lange bestandsnamen en/of spaties, dan moet het tussen aanhalingstekens worden gezet. Laat u het pad voorafgaan door de opdracht START, dan zal het betreffende programma worden geopend, waarna de batchfile direct de volgende opdracht uitvoert. Laat u START achterwege, dan wacht de batch tot het betreffende programma gereed is of wordt afgesloten, voordat de volgende opdracht wordt uitgevoerd. Met de opdracht ECHO, gevolgd door een tekst, kunt u een regel als ‘Even geduld alstublieft…’ in het DOS-venster laten verschijnen.
ECHO gevolgd door een punt (ECHO.) zet een lege regel in het DOS-venster, wat de leesbaarheid kan verbeteren. Verder kunt u nagenoeg ieder DOS-commando in een batchfile gebruiken. Zo zal de opdracht DEL C:\Temp\*.* alle bestanden uit de map C:\Temp verwijderen.
Met de opdracht ECHO laat u zien wat de batchfile doet.
4 Taken zichtbaar of onzichtbaar uitvoeren
Wanneer een taak wordt uitgevoerd die u onder uw eigen account hebt aangemaakt, zal meestal een DOS of programmavenster worden geopend dat de voortgang van de taak toont. Soms is dit wenselijk, maar het kan ook gebeuren dat u dit niet wilt. Gebruikt u de taakplanner in XP bijvoorbeeld om automatisch te defragmenteren (verderop in dit artikel leest u meer daarover), dan is het prettig als dit ongemerkt in de achtergrond plaatsvindt, zoals dat ook in Vista en Windows 7 gebeurt. U moet de taak in dat geval door een systeemaccount laten uitvoeren.
Command line parameters voegt u in Geplande Taken toe, nadat de wizard is uitgevoerd.
In de wizard van Geplande taken in XP doet u dit door de naam van uw eigen account te vervangen door NT AUTHORITY\SYSTEM, zodra er bij het maken van de taak om uw wachtwoord wordt gevraagd. Laat het wachtwoord nu verder achterwege en klik direct op OK. U kunt dit ook naderhand wijzigen, via het tabblad Taken van het eigenschappenvenster. Onder Vista en Windows 7 gaat u in Taakplanner naar het tabblad Algemeen in het eigenschappenvenster van de taak. Dit opent u middels een dubbele klik op de bewuste taak. Er zijn twee manieren om de taak door het systeem uit te laten voeren. Ten eerste kunt u op de knop Gebr. of groep wijzigen klikken en in het volgende venstertje NT AUTHORITY\SYSTEM invullen, waarna u op OK klikt. Een tweede mogelijkheid is het kiezen van de optie Uitvoeren ongeacht of gebruiker wel of niet is aangemeld, die u onder uw gebruikersnaam aantreft. Kiest u deze laatste optie, dan zal uw wachtwoord gevraagd worden om de wijziging te bekrachtigen.
Onder een systeemaccount wordt de taak onzichtbaar uitgevoerd.