Plaatselijke opklaringen
Stap 1
Maak er een goede gewoonte van om afbeeldingen te verbeteren met behulp van aanpassingslagen. Dat is gemakkelijker dan veel mensen denken en op deze manier kunt u een bewerking altijd bijschaven of terugdraaien. Open de afbeelding die u wilt verbeteren en zorg dat het palet Lagen in beeld is. Maak met het gereedschap Lasso een ruwe selectie van de voorgrond die u te donker vindt. Doezel de selectie met 50 pixels. Hiervoor gebruikt u de opdracht Selecteren / Bewerken / Doezelaar (Feather).
Stap 2
Vervolgens klikt u op de zwart-witte bol in het palet Lagen. Dat is de knop Nieuwe aanpassingslaag (New Adjustment Layer). Kies voor Niveaus. Met behulp van de pijltjes in het histogram heldert u de selectie op. Aangezien het een gedoezelde selectie betreft, zijn er nergens harde overgangen te zien. Klik op OK zodra u tevreden bent met het resultaat.
Stap 3
Nadat u klaar bent met de voorgrond, selecteert u op dezelfde manier snel met de gewone Lasso de lucht. U doezelt ook deze selectie. Wederom geeft u het contrast een boost door in een Nieuwe aanpassingslaag de Niveaus aan te passen. Desgewenst selecteert u nog een ander deel van de foto dat u lichter of donkerder wilt hebben. Met dezelfde techniek schroeft u de helderheid plaatselijk omlaag of omhoog.
Stap 4
Om de afbeelding in zijn geheel een beetje killer te maken – de wandelaarster in beeld loopt immers overduidelijk te rillen van de kou -, gaat u als volgt te werk. Zonder eerst een selectie te maken, plaatst u een laatste Nieuwe aanpassingslaag / Niveaus. Kies in het venster Niveaus bij Kanaal voor de kleur rood. Schuif het middelste driehoekje naar rechts om de koude tinten te accentueren. Als u de foto juist warmer wilt maken, dan moet u deze regelaar in de tegenovergestelde richting schuiven.



