Tags zijn relevante sleutelwoorden die u zelf toewijst of automatisch worden toegevoegd aan digitale bestanden zoals afbeeldingen, maar ook video en audio. Tags komen geweldig van pas bij het ordenen en terugvinden van specifieke afbeeldingen. Nog voor u echt aan het ordenen bent, brengen ze op de achtergrond structuur aan in uw bonte beeldenverzameling. Deze verborgen etiketten kunt u later gebruiken om snel bepaalde deelverzamelingen en selecties te maken.
Wanneer u afbeeldingen bijeen hebt gebracht in verzamelingen (bijvoorbeeld ‘Familie’, ‘Vakantie 2007’, ‘Vakantie 2008’) kunt u tags gebruiken om tijdelijk (en vooral snel!) foto’s tevoorschijn te toveren die over deze verzamelingen ‘heen reiken’, zonder dat ze uw sorteerwerk overhoop halen. Op deze manier is het bijvoorbeeld mogelijk om in de verzamelingen ‘Familie’, ‘Vakantie 2007’, ‘Vakantie 2008’ met één enkele muisklik alle foto’s op te vragen waar ‘Marijke’ op te zien is.
Exif-tags
U kunt tags handmatig aanbrengen, maar het is nog gemakkelijker om uw digitale camera hiervoor in te zetten. Samen met de foto slaat uw camera namelijk heel wat extra informatie op. Vooral de moderne spiegelreflexcamera’s leggen tientallen gegevens vast zonder dat u er erg in hebt (zie afbeelding). Deze tags worden exif-tags genoemd (exchangeable image file format). Zowel het jpeg- als het tif-formaat ondersteunt deze extra gegevens (ofwel metadata).
Het exif-formaat is ontworpen door de Japan Electronic Industry Development Association (JEIDA) en dient voor de opslag van extra informatie in het grafische bestand. Exif-informatie bestaat vooral uit camera- en opnamegegevens zoals de sluitertijd en het diafragma tijdens de opname. Deze informatie komt in de ‘header’ van de afbeelding terecht en is met behulp van moderne beeldbewerkingssoftware (zoals Photoshop) leesbaar te maken. De data in de exif-headers verschillen per camera, maar doorgaans gaat het om de datum en tijd van de opname, het merk en model van de camera, een miniatuurweergave en de camera-instellingen (zoals de belichtingstijd, het diafragma en de brandpuntsafstand op het moment van de opname). Op die manier kunt u nagaan waarom een foto bijvoorbeeld onscherp is. Misschien had u een te trage sluitertijd ingesteld. Bovendien maakt deze informatie het gemakkelijk om de kwaliteit van verschillende camera’s te vergelijken.
Paint Shop Pro geeft in de tags weer dat de foto is bewerkt in Adobe Photoshop Elements 5.0.
Groter
Wanneer u een foto bewerkt en opnieuw wegschrijft, gaat de exif-informatie soms verloren. Het kan zelfs nuttig zijn om deze extra gegevens te wissen. Wilt u een foto publiceren op internet, dan is de exif-informatie overbodig. De bestanden zijn bovendien onnodig groter, en nemen extra bandbreedte in beslag. Een miniatuurweergave van een foto is al snel 10 kB groot. Kiest u in Photoshop of Photoshop Elements voor Opslaan voor het web, dan worden deze tags verwijderd.