How To

Photoshop: Werken met lagen

Deel:

| 24 oktober 2007, 17:31

Een afbeelding die u op internet ziet, is een platte afbeelding. Dit wil zeggen dat alles in dezelfde laag ligt en dat de enige manier om een gedeelte daar van los te maken, knippen is. Dat is onhandig wanneer u bepaalde onderdelen van een afbeelding wilt verschuiven, van kleur wilt veranderen of op andere manieren wilt bewerken. Daarvoor zijn lagen in het leven geroepen.

Een bewerkingsprogramma als Microsoft Paint werkt alleen met platte afbeeldingen, daar kunt u niet zomaar onderdelen verslepen. Het handige van programma’s als Photoshop is dat u juist wel dingen onderling kunt verslepen, van formaat kunt veranderen enzovoort. Dit kan, omdat het programma met de hiervoor genoemde lagen werkt. Als u nog nooit met lagen hebt gewerkt en u start Photoshop voor één van de eerste keren op, dan kan het nogal afschrikwekkend werken, al die lagen en mogelijkheden. In werkelijkheid is het echter helemaal niet zo moeilijk en werken de lagen in Photoshop precies zoals een stapeltje papier. Een laag laat zich dan ook het beste omschrijven als een velletje transparant papier. Tien lagen op elkaar betekent dan een stapeltje van tien vellen papier.

Lagen zijn te vergelijken met een stapeltje papier.

Stap 1 Een nieuwe laag plakken

Stel we nemen de foto uit de les van vorige keer. Open deze nogmaals in Photoshop door te klikken op menu Bestand / Openen. Wanneer u bladert naar de afbeelding die u wilt openen en klikt op OK, opent de afbeelding in een nieuw document. De afbeelding die u ziet is laag één, de achtergrond. Dit is bij wijze van spreken het vel papier dat op tafel ligt. Open nu een tweede afbeelding op dezelfde manier. Deze afbeelding wordt ook geopend in een nieuw document. In principe hebt u nu twee ‘tafels’ (documenten) met daarop allebei een vel papier. We willen echter beide vellen papier op dezelfde tafel hebben. Selecteer de gehele afbeelding door de toetsencombinatie Ctrl+A in te drukken. Klik nu op Bewerken / Kopiëren (of Ctrl+C). Klik nu op de afbeelding waarin u de gekopieerde afbeelding wilt plakken en klik op Bewerken / Plakken (of Ctrl+V).

Wanneer u iets plakt, doet Photoshop dat in een nieuwe laag.

Stap 2 Lagen verslepen

Op deze manier plakte u in de vorige les een aantal afbeeldingen in het document met de achtergrondafbeelding. Het lijkt één groot plat document. Wat Photoshop echter doet is een nieuwe laag aanmaken voor elk object dat u plakt. Oftewel, de nieuwe afbeeldingen worden over elkaar heen gelegd. Dit heeft als voordeel dat u ze onderling kunt bewerken zonder dat dit invloed heeft op de rest van de afbeelding. In het menu rechts ziet u een venster Lagen. In dit venster staan de verschillende lagen weergegeven die u hebt aangemaakt. De volgorde is precies zoals bij een echte stapel papier. De onderste laag is het vel papier dat op tafel ligt, de afbeelding daar bovenop ligt er bovenop enzovoort. Door op een laag te klikken en deze naar beneden of boven te verslepen kunt u de volgorde van de lagen veranderen oftewel een afbeelding boven of onder een andere afbeelding slepen.

U kunt lagen van volgorde veranderen door ze te verslepen.

De lagen geven dan ook een helder antwoord op de vraag uit de les Knippen en Plakken. Hoe kiest u welke afbeelding u bewerkt als u er een aantal in hetzelfde document hebt geplakt? Kijk naar het venster Lagen en zoek de laag met daarin de afbeelding die u wilt bewerken. Wanneer u een nieuwe afbeelding plakt in een bestaand document, geef de laag dan meteen een naam (dubbelklik op de naam om deze te veranderen).

Alle afbeeldingen in deze collage zijn, dankzij lagen, afzonderlijk te verslepen.

Stap 3 Lagen bewerken

Als u weet welke laag u wilt bewerken klikt u op deze laag, waardoor deze een blauwe kleur krijgt. Wanneer u nu met de muis in de afbeelding sleept, sleept u automatisch de laag mee die u hebt geselecteerd. Wanneer u, zoals in de vorige les, zou klikken op Bewerken / Transformeren / Schalen, zou niet de hele afbeelding worden geschaald, maar slechts de laag die actief is. Zo stellen lagen u binnen Photoshop in staat om een afbeelding in etappes te bewerken.

Wanneer u lagen benoemt wordt het een stuk overzichtelijker.

Werkt op: alle versies van Photoshop

Photoshop uitproberen?

Adobe Photoshop CS3
Proefversie 30 dagen na installatie, eerst registreren
Taal Engels
OS Windows XP SP2/Vista
Systeemeisen Pentium 4-klasse processor, 512 MB RAM, 1 GB harde-schijfruimte
Maker Adobe

Deel:

Relevante Artikelen:

De reacties worden ingeladen, een moment geduld...