11. Navigeren in Word en Excel
In Word brengt Home de cursor naar het begin van de regel, End naar het eind. PgUp en PgDn zijn bekend voor het omhoog en omlaag scrollen per pagina, in combinatie met de Ctrl-toets gebeurt hetzelfde, maar met de cursor op de eerste positie van iedere pagina. Ctrl+End brengt u naar de laatste positie in het document, Ctrl+Home juist naar de eerste. De pijltjestoetsen navigeren per teken of regel, samen met de Ctrl-toets per alinea, in Excel per cel. In Excel is Ctrl+G handig, gevolgd door de celnaam en Enter en brengt Ctrl samen met een pijltjestoets u naar de volgende cel in de rij of kolom waar iets in staat.
De laatste cel in Excel is met twee keer een toetscombinatie het snelst te bereiken.
12. Hyperlinks volgen
Is het in de browser voldoende om op een link te klikken om de desbetreffende site te bezoeken, dit gaat niet op voor een Office-document. Standaard moet ook de Ctrl-toets ingedrukt worden en terwijl die ingedrukt is, klikt u met de muis op de link. Wilt u echter volstaan met een simpel muisklik? Ga in Word naar Bestand / Opties / Geavanceerd en haal het vinkje web bij Ctrl-klikken gebruiken om de hyperlink te volgen. Het kan natuurlijk ook via F10 / B / T / G. In Outlook vindt u dit onder Bestand / Opties / E-mail / Editoropties / Geavanceerd.
Navigeren net als op internet, scheelt weer een toetsaanslag!
13. Functietoetsen
Je zou ze bijna vergeten, maar de functietoetsen F1 tot en met F12 zijn ook sneltoetsen. Een sneltoets hoeft geen onmogelijk te onthouden toetscombinatie te zijn, gewoon F2 is natuurlijk net zo makkelijk. F1 opent de Help-functie, met F8 kunt u gemakkelijk selecties maken door eerst de cursor op het beginpunt te zetten, dan F8 in te drukken en dan ergens in het document te klikken om het einde van de selectie vast te leggen, F12 is Opslaan als en onze persoonlijk favoriet is F4. Met F4 kunt u de laatste bewerking herhalen. Moeten bijvoorbeeld meerdere losse woorden in een tekst rood gekleurd worden, kleur dan het eerst woord rood, zet de muis in het volgende woord, en druk op F4.
Met F4 kunt u de laatste actie in Word eindeloos herhalen.
14. Schuiven met tekst
Met Alt+Shift en dan pijl omhoog of pijl omlaag, kunt u de alinea waar de cursor in staat binnen het document verschuiven. Eerst selecteren met de muis is dan niet nodig. Behalve verticaal is het ook handig horizontaal te kunnen schuiven. Dit speelt vooral bij opsommingen. Zet de cursor voor een item in een opsomming en druk op Tab om het niveau van dat item te verlagen. Het gaat bijvoorbeeld van een cijfer naar een letterreeks. En omgekeerd kan ook, opwaarderen gaat juist via Shift+Tab.
Items promoten of demoten in een opsomming gaat het snelst met Tab en Shift+Tab.
15. Sneltoetsen aanpassen
De sneltoetsen in Word liggen weliswaar vast (in de template normal.dot) maar u kunt ze aanpassen of eigen sneltoetsen bepalen. Druk op Alt gevolgd door B, T. Kies dan L voor Lint aanpassen en gebruik dan Alt+A om de optie Sneltoetsen: Aanpassen onderin het scherm te activeren. Kies een categorie en een van de opdrachten binnen die categorie. Kijk of er al gebruikte toetsen bekend zijn, zo nodig kunt u er een selecteren en via Alt+V verwijderen. Wilt u een sneltoets voor een opdracht vastleggen, klik dan met de muis in de regel onder Druk op nieuwe sneltoets en voer dan de nieuwe sneltoets uit. Word registreert welke toetsen u indrukte en legt deze vast. Gebruik Alt+T om de nieuwe sneltoets vast te leggen. Bevestig via Sluiten.
U kunt ook zelf sneltoetsen bepalen of al bestaande sneltoetsen aanpassen.