Dit artikel bevat 5 delen:
- Deel 1: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 1)
- Deel 2: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 2)
- Deel 3: Onmisbare Photoshop-kennis (dit artikel)
- Deel 4: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 4)
- Deel 5: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 5)
Vergroten zonder scherpteverlies
Soms bevat een foto te weinig pixels om een behoorlijke vergroting te kunnen maken. Met de volgende truc kunt u op een veilige manier beeldpunten toevoegen. Door de pixelafmetingen te wijzigen, verandert direct de Afbeeldingsgrootte. Mocht u het aantal pixels roekeloos opdrijven, dan verliest de afbeelding detail en scherpte. Dat komt omdat het programma de gaten opvult met nieuwe pixels en daarbij gaat het uit van veronderstellingen. Dit wordt ook wel ‘extrapoleren’ genoemd.
Photoshop en Photoshop Elements baseren zich voor het extrapoleren op de omliggende buitenkleuren. Dat gokwerk wordt steeds onbetrouwbaarder wanneer u een afbeelding in één keer bijvoorbeeld 200% vergroot. Wanneer u de beeldbestanden slechts 10% groter maakt, treedt er nauwelijks zichtbaar kwaliteitsverlies op. Het is dus de kunst om eerst Afbeelding / Vergroten/verkleinen / Afbeeldingsgrootte (Image Size) in Elements of Afbeelding / Afbeeldingsgrootte in Photoshop op te roepen en dan bij de Pixelafmetingen 110% in te geven bij de hoogte- en de breedte-instelling.
Uiteindelijk komt u uit bij een bijzonder groot en toch behoorlijk beeld. U moet daarvoor iedere keer de Afbeeldingsgrootte handmatig aanpassen. Werkt u in Photoshop, dan kunt een Handeling (Action) aanmaken, waarmee de 110%-aanpassing wordt toegepast als u een toetsencombinatie indrukt. Open een foto en het panel Handelingen. Selecteer in de rechterbovenhoek de opdracht Nieuwe handeling. Geef die handeling een naam, bijvoorbeeld ‘110% vergroten’ en koppelt een toetsencombinatie aan de opdracht bijvoorbeeld Shift-F11. U kunt de handeling markeren met een kleurtje.
Vervolgens klikt u op de knop Neem op (Record). Vervolgens voert u rustig één voor één de opdrachten uit die u in deze opname wilt vastleggen. U opent de opdracht Afbeelding / Afbeeldingsgrootte en wijzigt de breedte en hoogte in 110%. Klik op OK en daarna klikt u op de knop Stop in het panel Handelingen. Vanaf nu kunt u met één klik op de knop Afspelen of met de toetsencombinatie Shift-F11een afbeelding stapsgewijs met 10% oprekken.
Onderbelichting
Onderbelichte foto’s redden? Open de foto en gebruik de toetsencombinatie Ctrl-J om een kopie van de achtergrondlaag te maken. Deze nieuwe laag wordt automatisch ‘Laag 1’ genoemd. Links bovenaan in het venster Lagen wijzigt u de overvloeimodus of de mengmodus van iedere laag. Klik op de bovenste laag en wijzig de overvloeimodus van Normaal naar Bleken (Screen).
Het beeld zal globaal een stuk lichter worden. Is de foto nog niet goed belicht, gebruik dan opnieuw Ctrl-J om een kopie van de bovenste laag te maken. Het kan een paar lagen duren maar houd vol tot het er uiteindelijk goed uit ziet of tot u zelfs het gevoel krijgt dat u hebt overdreven.
Wanneer u de indruk krijgt dat de foto in plaats van onderbelicht juist overbelicht dreigt te worden dan is het tijd voor een halve laag. U wijzigt dan de dekking van de bovenste laag totdat er een perfecte belichting ontstaat. Voeg daarna de lagen samen en bewaar de afbeelding.