Dit artikel bevat 5 delen:
- Deel 1: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 1)
- Deel 2: Onmisbare Photoshop-kennis (dit artikel)
- Deel 3: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 3)
- Deel 4: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 4)
- Deel 5: Onmisbare Photoshop-kennis (deel 5)
Bestandsformaten
De meeste digitale camera’s schrijven de opnames weg in het jpg-formaat. Daar is niet mis mee, tenzij u de afbeelding bewerkt en veiligheidshalve voortdurend bewaart. Deze foto is 28 MB groot wanneer u hem in Photoshop Elements opent. Hetzelfde plaatje van 3888 bij 2592 pixels neemt in jpg-formaat slechts 3,05 MB in beslag.
Het nadeel van jpg-bestanden is dat ze informatie verliezen tijdens het comprimeren. Hoe groot dat verlies is, hangt af van de mate van compressie die u tijdens de opdracht Bewaren (Save) of Bewaren als (Save As) selecteert. Het is niet zo dat de foto door het comprimeren een groot aantal pixels verliest, maar bij het openen zal Photoshop steeds meer ‘gokken’ en de pixels zelf invullen. Er verschijnen dan jpg-storingen of artefacten in de randjes.
Het is aan te raden foto’s tijdens het bewerken te bewaren in het tiff- of psd-formaat. Voordeel is dat de informatie op afzonderlijke lagen wordt opgeslagen. De laaginformatie neemt wel meer ruimte in beslag. Bewerkt u afbeeldingen, dan bewaart u ze in het veilige tiff-formaat en voegt u de lagen samen met Laag / Eén laag maken (Merge Layers) als u ze niet langer nodig heeft. U kunt ook in het venster Opslaan als de optie Lagen uitvinken.
Raw
Beschikt uw digitale camera over de mogelijkheid om beelden in het raw-formaat vast te leggen, dan moet u dat zeker doen voor opnames waarvan u veel verwacht. Een foto die u met een digitale camera schiet, ondergaat in de camera al een reeks bewerkingen. Voor een aantal van die bewerkingen bent uzelf verantwoordelijk omdat u ze vooraf hebt ingesteld. Zelfs zonder deze gebruikersinstellingen ondergaat de foto er toch nog enkele wanneer de opname wordt weggeschreven naar jpg. Een raw-bestand bevat de ruwe data die rechtstreeks, onbewerkt van de sensor komen.
Bij jpg wordt in de camera de ingestelde witbalans doorgevoerd en een zekere verscherping toegepast. Bij raw worden al deze instellingen opgeslagen, zonder dat ze definitief worden toegepast. Het komt er op neer dat er in het raw-formaat veel meer informatie wordt opgeslagen dan in jpg-formaat. Een afbeelding in raw is dus veel groter dan een jpg-variant. Elk cameramerk gebruikt zijn eigen raw-formaat en dat maakt uitwisselen knap lastig. Gelukkig beschikt ieder behoorlijk beeldbewerkingsprogramma over een raw-converter om raw-bestanden te openen. Hier herkent Camera Raw Convertor een raw-opname gemaakt door een Nikon D40X.
Beschouw de raw-converter zoals u die vindt in Photoshop Elements, Photoshop, Lightroom of Paint Shop Pro als een behoorlijke toolom foto’s te optimaliseren. Met de schuifregelaar Belichting (Exposure) past u de hooglichten, middentonen en schaduwen aan. Terwijl u deze schuifregelaar beweegt, ziet u hoe het histogram automatisch wijzigt. In de linker- en rechterbovenhoek van dit histogram vindt u waarschuwingsdriehoekjes.
Wanneer u de schuifregelaar Belichting zo aanpast dat een bepaalde kleur in het histogram wordt afgesneden, noemen we dat ‘clipping’. U wordt op twee manieren gewaarschuwd voor clipping. Enerzijds zal het waarschuwingsdriehoekje aan de kant waar de clipping plaatsvindt, de kleur laten zien die ‘geclipt’ wordt. Bovendien verschijnen er in de afbeelding gekleurde vlekken op de plaatsen waar de details minder worden.