U kunt het standaardvenster naar uw hand zetten en bijvoorbeeld de balk met standaardlocaties uitschakelen als u deze in de praktijk niet of nauwelijks gebruikt. In het Windows-register opent u daarvoor de sleutel HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Policies. Kies Bewerken, Nieuw, Sleutel. Deze sleutel noemt u Comdlg32 (alleen als de sleutel nog niet bestaat). Kies nu Bewerken, Nieuw, DWORD-waarde. Wilt u geen lijst met recent gebruikte items? Noem de waarde dan NoFileMRU.
Wilt u geen balk met standaardlocaties, dan noemt u de waarde NoPlacesBar. Om de knop Vorige te verwijderen, noemt u de waarde NoBackButton. Dubbelklik op de zojuist gemaakte waarde en typ een 1 in het vak Waardegegevens om de instelling te activeren. Klik op OK en kies Bestand, Afsluiten. Het standaardvenster is aangepast.
Het standaardmenu Openen kunt u aanpassen aan uw wensen.
Voordat u begint
U kunt het register handmatig aanpassen, maar doe dat alleen wanneer u precies weet welke instelling u verandert en welke consequentie dit heeft. Ongedaan maken van wijzigingen is namelijk niet altijd even eenvoudig. Lees daarom eerst de tip Het register.
Inhoud van het venster aanpassen
Naast het verbergen van onderdelen kunt u de inhoud van het venster verder aanpassen. Zo kunt u de locatiebalk (links in het venster) voorzien van uw eigen favoriete locaties. In het register gaat u daarvoor naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Policies\Comdlg32\Pla-cesbar. Kies Bewerken, Nieuw, Tekenreekswaarde. Deze waarde noemt u Place0. Kies weer Bewerken, Nieuw, Tekenreekswaarde en noem deze waarde Place1. Herhaal de stappen voor Place2, Place3 en Place4. Dubbelklik op een van de zojuist gemaakte waardes (op Standaard, in het rechtervenster) en typ het volledige pad naar de nieuwe locatie in het vak Waardegegevens, bijvoorbeeld C:\Mijn alternatieve map. Herhaal dit voor elke waarde, zodat u in totaal vijf locaties kunt toevoegen. Klik op OK en verlaat het register via Bestand, Afsluiten. Het venster is aangepast.