5 Apple termen uitgelegd: Deel 3

Door: Robin Smit | 18 juli 2013 16:15

Apple

Apple maakt er al jaren een kunst van om spannende namen te koppelen aan producten en technologieën die het bedrijf lanceert. Vaak wordt dit ook nog eens zo aangekondigd dat je bijna het idee krijgt dat je er niet meer bij hoort wanneer je niet in het bezit bent van apparaten die gebruik maken van Apple’s hippe marketingtermen. In dit derde deel van een reeks artikelen over Apple-termen leg ik je precies uit wat deze termen nu precies betekenen. Dit keer staat het onderwerp hardware centraal.

Retina

De term Retina zag in 2010 met de lancering van de iPhone 4 voor het eerst het levenslicht, maar inmiddels zijn ook de iPad en verschillende MacBooks voorzien van schermen die deze naam dragen. Ondanks dat Apple doet vermoeden dat Retina een unieke schermtechnologie is, zegt het enkel wat over de pixeldichtheid die deze schermen hebben. Zo claimt Apple dat het menselijk oog geen individuele pixels kan onderscheiden op schermen die worden bestempeld als Retina. De pixeldichtheid van een Retinascherm ligt in de praktijk vaak rond de 300 pixels per vierkant inch.

AirPort

Onlangs nog introduceerde Apple de nieuwe AirPort Extreme en AirPort Time Capsule. AirPort is de benaming die Apple meegeeft aan de netwerkproducten die het bedrijf produceert. Hier vallen naast de bovengenoemde producten ook de AirPort Express en de netwerkkaarten in Mac computers onder.

A4, A5, A5X, A6, A6X

Vanaf de introductie van de iPhone 4 heeft Apple er een kunst van gemaakt om de processors in de iPhone en iPad een naam te geven. Van oorsprong komt deze naam van de architectuur die is gebruikt voor de processor van de iPhone 4 en de eerste iPad, maar vandaag de dag is het een aanduiding voor de generatie van de processor. Over het algemeen geldt dat hoe hoger het nummer achter de A is, hoe sneller de processor is. Staat er een X achter de aanduiding, dan is dit type processor voor een iPad gemaakt.

Flashopslag

Zowel de MacBook Air als de MacBook Pro met Retina scherm zijn standaard voorzien van flashopslag. Dit wil zeggen dat er niet langer een harde schijf wordt gebruikt voor het opslaan van bestanden, maar een vaste geheugenchip zoals bij een USB-stick of geheugenkaart. Het voordeel van flashopslag is dat dit vele malen sneller, kleiner en zuiniger is dan een traditionele harde schijf. Hier staat tegenover dat flashopslag op het moment nog een stuk duurder is dan harde schijven en hierdoor de opslagcapaciteit achter blijft.

Unibody

De meeste Mac computers en de iPad zijn voorzien van een Unibody behuizing. Dit wil zeggen dat de behuizing van deze producten niet uit veel verschillende onderdelen bestaat, maar is opgebouwd uit een of enkele delen. In het geval van de producten van Apple is dit vaak een stuk aluminium dat zo wordt bewerkt dat alle componenten hier precies in passen.

Lees ook de het eerste en tweede deel in de reeks Apple termen uitgelegd

0 Reacties op: 5 Apple termen uitgelegd: Deel 3

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.

Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord