5 beperkingen van het open web

Door: Jasper Bakker | 16 februari 2013 08:02

Apple

Het web is als open systeem gebouwd op open standaarden. De huidige trend weg van bedrijfseigen tech als Flash en Silverlight lijkt dit te bevorderen. Maar geslotenheid dreigt. 5 beperkingen.

Webkit-monocultuur

Het lijkt tegenstrijdig, maar het toenemende gebruik van Webkit vormt een risico voor de openheid van het web. Hoezo tegenstrijdig? Nou, omdat browser engine Webkit immers open source is. Maar open source betekent niet automatisch conformeren aan open standaarden. Hoezo een risico? Omdat hierdoor het gevaar opdoemt van een browsermonocultuur. Sterker nog: opníeuw het gevaar van een browsermonocultuur.

Lang geleden voerden websites al trots een banner met 'Works best with' of 'Best viewed with' gevolgd door browsermerk Netscape en dan soms zelfs een specifiek versienummer. Terwijl webstandaarden nog in ontwikkeling waren, of op sommige gebieden nog ontbraken, waren websitebouwers geneigd hun productie te richten op die toen-dominante browser. Later is dat vervangen door het aan Windows gebonden Internet Explorer (6), waar veel developers tot op de dag van vandaag nog last (en spijt) van hebben. Ook Microsoft zegt sorry.

Nu dumpt de kleine browsermaker Opera de eigen technologie en gaat het over op Webkit, plus Chromium en JavaScript-engine V8. De alternatieve browser uit Noorwegen wordt hiermee in wezen een Chrome-kloon. Ja het is open source, en ja de ene Webkit-browser is de andere niet. Maar Webkit krijgt de overhand en dus dreigt webdevelopment voor die engine de norm te worden. Al was het maar om economische redenen; ontwikkelen en testen voor verschillende browsers en engines kost geld.

De verleiding van de facto

Een bijkomend risico voor openheid, middels open webstandaarden, is de verleidelijke praktijk van de facto standaarden. Als nagenoeg iedereen, of een flinke meerderheid, het gebruikt dan is dát de standaard. Een logische en economisch zinvolle redenering, die echter ingaat tegen de open opzet en intentie van het web.

Kijk naar de historie van Webkit, wat ontwikkeling en bijdragen betreft. Het is ooit ontstaan als html- en JavaScript-libraries van de grafische omgeving KDE (KDE Desktop Environment) voor het open source-besturingssysteem Linux. Vervolgens heeft Apple begin deze eeuw slim het nut van die browsertechnologie ingezien en zo is de aftakking ontstaan die de browserengine Webkit heeft opgeleverd.

Het slanke, schoon ontworpen en aan webstandaarden conformerende code was precies wat Apple nodig had voor zijn nieuwe Mac-besturingssysteem. Dat Mac OS X kwam vanaf versie 10.3 (Panther) compleet met de eigen webbrowser Safari. Apple verving daarmee het voorheen meegeleverde Internet Explorer van Microsoft. Google heeft het Webkit-voorbeeld van Apple gevolgd voor zijn browser Chrome, en domineert inmiddels qua bijdragen aan dit open source-project.

Code-bijdragen aan Webkit per bedrijf:

Klik voor groot

Via: Bitergia.

De fata morgana van html5

Maar tegenover de facto standaarden staat toch nog altijd het tegenwicht van de officiële, echte webstandaarden? Ja, maar de facto wordt daaruit geplukt naar voorkeur en voorsprong. Neem html5, wat officieel nog altijd in ontwikkeling is. Terwijl de diverse browsers en ook vele websites het al wel in de praktijk gebruiken. Maar dan dus met delen en brokjes, elk naar eigen voorkeur gekozen en geïmplementeerd.

Ondertussen gaat de ontwikkeling van html5, tot op heden vaporware, door. Gestaag en met gedoe. Want de ene functie wordt betwist, de andere wordt herzien. De ene ontwikkeling wordt afgeremd, de andere absorbeert ineens andere technologie. De ene werkgroep werkt niet mee, de andere gaat voor een 'levende standaard' (die dus nooit af zal zijn). De ene firma domineert een werkgroep, de andere voelt zich buitengesloten.

Het is ruzie wat de klok slaat. Natuurlijk ook omdat er flinke commerciële en privacygevoelige belangen mee gemoeid zijn. Net zoals dat ooit al is gebeurd bij eerdere ontwikkelingen van en voor nieuwe webmogelijkheden. Bovenop de basis van html wordt er nu ook flink gevochten over multimediamogelijkheden; welke codec, welke plug-in, welke royaltyverplichting, welke functionaliteit?

Google's gedogen

Net zoals met besturingssystemen ooit vindt er een nivellering van browsers plaats. De concurrentie tussen - en keuze uit - velen wordt geleidelijk minder. Teveel concurrentie kost geld en teveel keuze verwart. De browser die de dominantie van Internet Explorer succesvol heeft aangetast, is Firefox van Mozilla. Die open source-stichting ziet zijn rol van voornaamste IE-uitdager aangevochten door Google, die met zijn Chrome flink is opgerukt.

Naast die drie reuzen is er weinig plek voor alternatieven. Die lijken er wel te zijn, maar de schijn bedriegt. Het door de EC verplichte browserkeuzescherm biedt Europese Windows-gebruikers keuze uit een beperkt aantal browser, met een steeds beperkter handjevol browser-engines. Dit zijn: Internet Explorer en de afgeleiden Maxthon en SlimBrowser; Firefox en afgeleide K-Meleon; Chrome en afgeleiden Iron, RockMelt, Comodo plus straks ook Opera daarbij. Daarnaast staan nog Avant en Lunascape die een keuze bieden qua browser-engine: van één van de hierboven genoemde grotere spelers.

Bovendien is Google is nog altijd de voornaamste geldschieter voor Mozilla. Die broodheer heeft de alternatieve browser eind 2011 al even laten zweten toen het contract was verlopen. Uiteindelijk is er nog een nieuwe deal gesloten, met een hogere waarde en een looptijd van drie jaar. Benieuwd wat er eind 2014 gaat gebeuren.

Ondertussen vindt er de mobiele revolutie plaats, waar de verhoudingen anders en deels gelijk liggen. Op smartphones en tablets is Apple met Webkit-browser Safari groot, gevolgd door Google met de Webkit-browser in Android. Microsoft strijdt met Internet Explorer in Windows Phone (en Windows 8 plus RT) om de derde plaats tegen BlackBerry, die weer Webkit gebruikt. Daar achteraan komt straks nog Mozilla met zijn eigen Firefox OS, de laatste der Mohicanen? Kortom, Webkit en Google spelen cruciale rollen, en Mozilla wordt gedoogd.

DRM in html5

Ook open technologie heeft sloten nodig, vinden bijvoorbeeld aanbieders van betaalde content zoals apps en media. Één van de commerciële pluspunten van Adobe Flash boven het nog onrijpe html5 is dat eerstgenoemde DRM-mogelijkheden (digital rights management) heeft. Opties om content in Flash aan te bieden en dan te beschermen tegen oneigenlijk - lees: onbetaald - gebruik. 'Flash-killer' Silverlight van Microsoft heeft ook al jaren DRM.

Html5 ontbeert dergelijke 'kopieerbeveiliging', tot op heden. Onder meer Microsoft, Google en de Amerikaanse filmstreamingsite Netflix willen daar wat aan doen. En html5-ontwikkelaar W3C (World Wide Web Consortium) voelt daar wel voor. Die onafhankelijke organisatie voor webstandaarden ziet extensies voor beveiligde media als werkterrein voor zijn html-werkgroep. Ook tv-maker BBC ziet (letterlijk) brood in DRM voor html5.

Een enkeling ziet onheil naderen, noemt de hele kwestie “onethisch" en stelt dat het niets oplost. Een ander slaat alarm, ook in W3C-werkgroepen die helemaal niet over DRM gaan. Waar de gedetecteerde DRM-dreiging wel ontvankelijk wordt verklaard, wordt het echter afgewezen. Waarna de discussie feller wordt, en het dreigement van een ban volgt. Wat de omstreden kwestie niet oplost en ook de ophef niet wegneemt. Dit alles staat nog los van de fundamentele vraag of DRM überhaupt wel (genoeg) nut heeft.