5 zegeningen van Apple's abonnementenmodel

Door: Jasper Bakker | 19 februari 2011 08:02

Apple

De ophef over Apple’s nieuwe abonnementsregels slaat de plank mis. De iPad-maker heeft het beste voor met uitgevers, kranten, lezers, de eigen klanten en natuurlijk ook zichzelf. Dus iedereen blij.

Apple heeft de regels voor zijn nieuwe abonnementsdienst voor content in apps officieel onthuld. Vorige maand kwam daarover al wat naar buiten, meteen met verontruste reacties - en interpretaties, mede door direct betrokkenen. Zoals de uitgevers die de macht van Apple al zagen opdoemen als onontkoombaar noodlot. In de praktijk valt dat wel mee. Vijf rechtvaardigingen voor de iPad-abonnementsregels.

Uitgevers blij

Na eerdere verontwaardiging zijn de uitgevers, van kranten en tijdschriften, opgetogen. Dat zijn ze niet alleen in de Verenigde Staten, waar mediamagnaat Rupert Murdoch een speciale iPad-krant in het leven heeft geroepen. Ook in het nuchtere – of cynische? – Nederland zijn de uitgevers toch wel blij met de iPad, die volgens Murdoch de traditionele krant zal redden.

De Nederlandse blijdschap zit niet alleen in vrolijk geformuleerde persberichten. Het enthousiasme blijkt ook uit de aangekondigde initiatieven voor iPad-bladen én wordt ook genoemd in het ‘echte nieuws’. Zo meldt dagblad NRC positief dat Apple zijn zwaar bekritiseerde abonnementsmodel voor iOS-apps terugdraait. De krant haalt daarbij ook de eigen digitale uitgever aan die verklaart blij te zijn dat hij ook buiten de App Store om digitale abonnementen kan aanbieden.

Aan Apple overlaten

Ja, de uitgevers moeten voor content-verkoop binnen de iPad-app (en ook iPhone- en iPod Touch-app) 30 procent van de omzet daaruit afdragen aan Apple. Maar dat bedrijf neemt die mediabedrijven dan wel de digitale rompslomp uit handen zoals facturering en afhandeling. Iets waar de uitgevers best mee worstelen, getuige het deze week onthulde knullige lek. De digitale edities van De Telegraaf, NRC Handelsblad, nrc.next en het Reformatorisch Dagblad waren niet goed beveiligd en daardoor gratis te downloaden.

Apple neemt dat technische werk over. En nu is ook dat bedrijf niet onfeilbaar, getuige het hacken van iPhones en het kraken van de Mac App Store. Dus zou zo’n content-lek of -hack ook de iOS app store kunnen overkomen. Maar dan is er voor de uitgevers weer het pluspunt dat zij het niet fout hebben gedaan en mogelijk dus schadevergoeding kunnen eisen.

Eindgebruiker voorop

Minder blij kunnen de uitgevers zijn over de rol die Apple zich toch toe-eigent in de relatie tussen abonnee en medium. In tegenstelling tot ‘privacypiraat’ Google die met zijn nieuwe content-betaaldienst One Pass default alle data deelt, werpt Apple zich op als privacybeschermer voor abonnees. Die kunnen namelijk zelf aangeven of ze hun gegevens willen delen met de uitgevers. Opt-in dus.

De eindgebruiker staat ook voorop in Apple’s opzet voor aanschaf van content via zijn nieuwe abonnementsmodel. Dat moet via het App Store-systeem zodat consumenten makkelijk met één klik en via hun bestaande iTunes-account kunnen kopen. Niet moeizaam met een link de app verlaten om naar een website te gaan, je daar te registreren om dan een betaling te mogen doen.

Jammer voor de uitgevers dat Apple zich opwerpt als tussenpartij, maar makkelijk voor de consument. Het is natuurlijk nog wel afwachten wat Apple gaat doen met de lezersgegevens. Het heeft zichzelf al het recht gegeven om locatiedata te verzamelen en te verkopen aan derde partijen. Opt-out door de consument komt daarbij neer op buitensluiting van de hele iTunes-winkel, voor zowel muziek als apps.

Mac Store in de Media Markt

Toegegeven, de iPhone is populair en de iPad domineert het tabletlandschap. Maar breder beschouwd is de app store van Apple maar één winkeltje. Weliswaar een met aanzien (of glans) en voor een markt die nu nog grotendeels aan het Apple-platform hangt. Kortom, de iTunes App Store is als een Mac Store in de Media Markt.

Er is dus meer, veel meer. Niet alleen meer dan Apple’s mobiele besturingsysteem en goed verkopende tablet, maar vooral: meer dan apps, aangeboden via een online-applicatiewinkel. Er is het web, wat er overigens al jaren is. En de iPhone biedt allang de mogelijkheid om een bookmark naar een website te maken die dan gewoon tussen de app-icoontjes staat. Voor de gewone lezer niet van elkaar te onderscheiden.

Trek vervolgens eens de huidige trend door van websites naar webapps. Meer mogelijkheden, zoals die van ‘echte’ apps. Apple zelf prijst ook html5 aan. En contentaanbieders kunnen met een webapp in plaats van een iOS-app – of app voor welk platform dan ook – een veel grotere markt bereiken en bedienen. Zonder dat ze daarvoor telkens nieuwe ontwikkelkosten hebben.

Een webapp sluit platformspecifieke content trouwens niet uit. Voeg wat code toe die het ‘viewende’ apparaat vraagt wat het is, bijvoorbeeld qua resolutie, en zich daar op aanpast. Presto, uitgevers kunnen toch wat platformspecifiekers bieden voor grotere en dus interessantere doelgroepen.

Niet alleen hebben veel kranten en tijdschriften al websites, soms webedities genoemd, sommige maken daar serieus werk van, zoals De Pers. Weer andere uitgevers bieden digitale edities in pdf- of epub-formaat. Vorige maand ‘dreigde’ de (nu blije) NRC-uitgever nog dat de uitgever de digitale editie wel eens beter toegankelijk zou kunnen maken voor de browser op de iPad. Een webbrowser die juist gewoon een echte, volwaardige browser is.

Geen machtsmisbruik

Voortvloeiend uit bovenstaande is dan ook de logische stap dat Apple niet wordt onderzocht – laat staan aangepakt – om machtsmisbruik. Ja, het bedrijf heeft veel macht en dringt eigen regels op. Maar dat geldt alleen voor de eigen markt, en die ‘walled garden’ is lang niet de enige tuin om in te spelen. Zoals de kabelbedrijven elk in hun regio weliswaar oppermachtig zijn, maar in Nederland als geheel niet.

De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) vertelt Webwereld dan ook dat het geen onderzoek doet naar het App Store-beleid van Apple. “Het is zeer onwaarschijnlijk dat hier sprake is van misbruik van de economische machtspositie.” Dat oordeel rust deels op de constatering van de NMa dat de markt voor tablets en abonnementen op content daarvoor nog jong is en “volop in beweging”.

Ondertussen wordt er in de Verenigde Staten wel een blik op Apple geworpen. De Federal Trade Commission (FTC) gaat een vooronderzoek beginnen, maar dat wil nog lang niet zeggen dat er een formeel onderzoek en daarna nog een antitrustoordeel komt. Ook Amerikaanse juristen menen dat Apple weinig risico loopt van antitrustdreigingen.

“Apple heeft iets nieuws neergezet maar er zijn ook concurrenten volop aan de slag om vergelijkbare producten neer te zetten”, oordeelt de NMa. De aankomende hausse aan tablets is inderdaad groot. Zowel de recente editie van de Consumer Electronics Show (CES) als het Mobile World Congres (MWC) afgelopen week werden ook wel ‘TabletWorld’ genoemt.

Juist al die concurrenten die zich verdringen om mee te doen, maken de totale markt weer groter. Of de vermeende ‘iPad-killers’ en de diverse systemen voor e-papers het succes van Apple gaan evenaren, is nog de vraag. Aan de andere kant: zonder de iPad was die hele markt er niet. Vóór de succesvolle Apple-tablet bestonden er al wel tablet-pc’s, maar die hadden een marginaal bestaan. Vóór de iTunes App Store was het idee van een applicatiewinkel een gekke gedachte. Nu wil iedereen een graantje meepikken.