Jobs: 'Fuck Michael Dell' (column)

Door: | 13 oktober 2011 14:10

Apple

Steve Jobs was vanzelfsprekend een briljante visionair. Maar een andere eigenschap speelde een minstens zo grote rol bij de wederopstanding van Apple: rancune.

Het was aan het eind van het schooljaar van 1987 dat wij thuis een computer kregen. Een Mac SE. De Mac was in die dagen het toonbeeld van schoonheid en gebruiksgemak. Zeker in vergelijking met de meuk waarmee pc-gebruikers moesten werken. Je hoefde geen ingewikkelde codes te kennen, maar kon een programma gewoon opstarten door er met de muis op te klikken. En de Mac was geen lelijk bakbeest maar een elegant apparaat. Allemaal tamelijk revolutionair destijds.

Ik werd een Mac-fan. Een echte, op het evangelische af. Ik meen me te kunnen herinneren dat ik begin jaren negentig de stemming tijdens een etentje een keer danig verpestte door enorm af te geven op Windows - het besturingssysteem dat onze gasten tot mijn grote verbazing gebruikten. Hoe ik het precies formuleerde weet ik niet meer, maar het kwam er zo ongeveer op neer dat je toch niet goed bij je hoofd kon zijn als je tevreden was met zulke inferieure troep. Vrij genant, ik geef het toe.

Ik was lang niet de enige drammerige, fundamentalistische fanboy. Zo had je Apple-medewerker Guy Kawasaki die een mailinglist beheerde waarin hij andere Mac-aficionado's aanspoorde om journalisten lastig te vallen die iets negatiefs over Apple hadden geschreven. Destijds - we spreken over de tweede helft van de jaren negentig - vond ik dat een briljant concept. Later, toen ik zelf als journalist stukjes ging schrijven over Apple, heb ik de Mac-fanatici regelmatig vervloekt als ze weer eens kwamen klagen dat hun favoriete bedrijf in hun ogen onheus werd bejegend.

Champions League

Onderdeel van het Mac-fandom was het verafgoden van Steve Jobs - ja, ook toen al. Toen Jobs in 1996 aankondigde dat hij weer voor Apple ging werken, voelde dat net als toen Frank Rijkaard terugkeerde bij Ajax. Nu zou alles goedkomen.

Met Rijkaard erbij werd Ajax prompt landskampioen en een jaar later wonnen de Amsterdammers ook nog eens de Champions League. Na de terugkeer van Jobs duurde het aanmerkelijk langer voordat Apple echt grote successen begon te boeken. Te lang naar mijn zin. Rond de eeuwwisseling viel ik van mijn geloof. Ik heb altijd een zwak gehouden voor de Mac, maar had niet langer het idee dat het ooit nog wat zou worden met Apple-computers.

Peer pressure speelde een belangrijke rol in mijn afvalligheid. Windows-gebruikers keken je in die dagen meewarig aan als je vertelde dat je een Mac gebruikte. En met enige reden. Sinds Windows 98 ontliepen Mac OS en het besturingssysteem van Microsoft elkaar nauwelijks meer in gebruiksvriendelijkheid (al bleef ik het bizar vinden dat je naar 'start' moest om de computer uit te zetten) en Windows-pc's waren aanmerkelijk goedkoper dan Macs.

Daar kwam bij dat het enkele flinke nadelen had als je eind jaren negentig tot de steeds kleiner wordende groep van Apple-getrouwen behoorde. Veel software werd niet of pas veel later voor de Mac uitgebracht. En zelfs bij het uitwisselen van simpele tekstbestanden tussen Mac en Windows ging vaak nog vanalles mis.

Verraad

In 2000 kocht ik daarom een pc. Een Dell nota bene. Erger verraad was nauwelijks denkbaar. Dell-oprichter Michael Dell had Apple enkele jaren eerder namelijk het advies aan de hand gedaan om het bedrijf op te heffen en het overgebleven geld te verdelen onder de aandeelhouders.

Daarmee vertolkte hij een breed gedragen sentiment: de beurswaarde van Apple was in die dagen lager dan het cash-bedrag dat Apple in kas had. Beleggers gingen er in hun oneindige wijsheid vanuit dat Apple het beschikbare geld zo slecht zou besteden dat er vanzelf minder zou overblijven.

Rancune

Vorige week is veel gezegd en geschreven over Steve Jobs de visionair. Zelfs zijn grootste criticasters en concurrenten moeten beamen dat Jobs vaak beter dan wie dan ook voorspelde welke kant het op zou gaan met de computerindustrie. Met eigenwijze, gedurfde keuzes heeft hij bovendien een niet te onderschatten rol gespeeld in het uitstippelen van de route.

Zelf denk ik dat een andere eigenschap van Jobs minstens zo belangrijk is geweest voor het succes van Apple: rancune. Of, om het wat vriendelijker te formuleren: een rotsvast geloof in het eigen gelijk en een daarmee gepaardgaande wens om het ongelijk van zijn 'tegenstanders' aan te tonen.

Die wens liep als een rode draad door Jobs' carrière. Het is de reden geweest dat hij, na eerst te zijn ontslagen bij het bedrijf dat hij oprichtte, weer terugkeerde bij Apple. En het is, vermoed ik, ook een belangrijke drijfveer geweest om Apple te maken tot het bedrijf dat het nu is.

Poëtische rechtvaardigheid

Toen Jobs in 1997 tijdens een bedrijfsoverleg werd geconfronteerd met de suggestie van Dell om Apple op te heffen, was zijn reactie: "Fuck Michael Dell".

Bijna jaar negen later haalde Jobs zijn gelijk. Begin 2006 streefde Apple de Texaanse pc-bouwer voorbij in beurswaarde. "Het is gebleken dat Michael Dell de toekomst toch niet helemaal goed heeft kunnen voorspellen", schreef Jobs die dag in een triomfantelijke e-mail aan de medewerkers van Apple. Revenge is a dish best served cold.

Vorig jaar rekende Apple ook af met een andere grote vijand: Microsoft. Dat gebeurde in de eerste plaats door de introductie van de iPad. Daarmee slaagde Apple erin om een succes te maken van een door Microsoft ontwikkeld concept: de tablet-pc.

Nadat Bill Gates en Steve Ballmer jaar na jaar tevergeefs de loftrompet hadden gestoken op de tablet, ontwikkelde Jobs een soortgelijk apparaat dat wél een succes werd. Daarin schuilt een zekere poëtische rechtvaardigheid, als je bedenkt dat het succes van Microsoft voor een niet gering deel te danken is aan het slim kopiëren van het Mac-besturingssysteem.

Ook in beurswaarde ging Apple Microsoft vorig jaar voorbij. In 2000 was Microsoft nog meer dan tien keer zoveel waard als Apple. Vorig jaar kwam Apple op gelijke hoogte en vandaag de dag is de market cap van Apple bijna 150 miljard dollar hoger dan die van Microsoft.

Disgenoten

Hoewel ik deze column nog steeds op een Dell tik, heb ik de beurswaardes van Apple en Microsoft daarnet opgezocht via de aandelen-app op mijn iPhone 4. Het is mijn tweede iPhone. Net zoals ik ook twee iPods heb. Microsoft en Dell mogen dan misschien de winnaars zijn van het pc-tijdperk, Apple is vooralsnog de duidelijke winnaar van de mobiele revolutie.

Rancune en een fundamentalistisch geloof in het eigen gelijk worden vaak gezien als negatieve eigenschappen. Gekoppeld aan een goede visie kunnen het echter uiterst krachtige instrumenten zijn om een fantastisch bedrijf op te bouwen, zo is de les die we volgens mij kunnen trekken uit het leven van Steve Jobs.

De lezers die het einde van de column hebben gehaald (respect!), zou ik graag nog een andere les willen meegeven: val je disgenoten niet tot vervelens toe lastig met verhalen over welk besturingssysteem het beste is. Als je daar echt graag over wil discussiëren, zijn er vandaag de dag genoeg andere plaatsen waar dat beter kan. In de reacties onder deze column bijvoorbeeld.