Kun je Apple vertrouwen?

Door: | 18 oktober 2012 08:10

Apple

De nieuwe connector van de iPhone 5 is wederom een voorbeeld dat bedrijven niet kunnen vertrouwen op de technologie van Apple.

Nu wil ik geen rel starten, maar is het niet vreemd dat niemand vraagtekens plaatst bij Apple’s nieuwe iPhone-connector – de aansluiting die al je accessoires onbruikbaar maakt zodra je overstapt op de iPhone 5 en die, zodra Apple de apparaten op de markt brengt, voor ieder nieuw iDevice van toepassing wordt?

Als Microsoft zich met dit soort fratsen had ingelaten, zouden de mensen uit protest de straat op gaan. Ik durf deze bewering te doen, omdat figuurlijk gezien hetzelfde gebeurde in 1997, toen de nieuwe versie van Microsoft Office alle oudere Office-formaten onbruikbaar maakte.

Ja, er is een adapter. Maar met dit verlengstuk werken niet alle accessoires met de iPhone 5. Bij Microsoft kon je via een gratis converter alsnog je oude formaten perfect naar het nieuwe model converteren. (Daarentegen was de massale verontwaardiging over Microsofts overstap van de toolbar naar de ribbon wel totaal gerechtvaardigd… maar ik dwaal hiermee af.)

Het besluit van Apple om in plaats van de nieuwe propriëtaire aansluiting voor het algemeen geaccepteerde mini-USB alternatief te kiezen werpt een belangrijke vraag voor bedrijven op: Kun je een deel van je zakelijke technische architectuur aan Apple toevertrouwen?

Dit gaat niet over de geweldige technologie van Apple; het gaat over het bedrijf. Als leveranciers hun IT-waren aan bedrijven slijten, hebben hun klanten alle recht om op continuïteit te kunnen rekenen. Veranderingen, vooral in die van interfaces, zijn alleen gerechtvaardigd als daar een goede reden voor bestaat en als de leverancier oudere producten en versies voor een redelijke termijn blijft ondersteunen.

IBM is het meest extreme positieve voorbeeld van zo’n bedrijf. De laatste keer dat ik het opzocht, bood Big Blue nog steeds ondersteuning voor OS/2, een besturingssysteem waar niemand al decennia lang geen stuiver meer voor geeft. Hetzelfde geldt voor IMS, dat in 1990 al hopeloos antiek was.

De klanten van IBM zijn daadwerkelijk klanten. Hun relatie met IBM is zakelijk van aard, gebaseerd op wederzijds voordeel. Daarentegen kent Apple louter fanboys, die het bedrijf vrijwel alles vergeven als ze maar worden toegelaten tot de Cool Kids Club.

Voor bedrijven is het Apple-connectorprobleem in essentie niet zo’n probleem omdat ik niet geloof dat veel bedrijven hebben geïnvesteerd in gadgets die op de connector vertrouwen. Wat er wel degelijk toe doet, is het gedachtenproces dat tot de nieuwe connector geleid heeft. Wat we hieruit kunnen leren is dat als het gaat om het respecteren van specificaties waarop klanten vertrouwen, Apple hieraan een broertje dood heeft.

Wat kan een bedrijf doen dat vertrouwt op Apple-technologie? In ieder geval niet het uitbannen van Apple-technologie. Als je dat wel doet, baseer je jouw beslissing op woede. Zakelijke beslissingen vereisen pragmatisme, geen morele verontwaardiging.

Laat ik de keuzes die je hebt eens opdelen in lagen:

Laag 1: BYOD

Deze is makkelijk. Werknemers hebben jou niet om toestemming gevraagd Apple-technologie het bedrijf binnen te brengen. Ze hebben dit op eigen initiatief gedaan en vragen IT om ondersteuning. Dit verandert niet. Voor BYOD geldt dat het beste antwoord even zuchten is en een manier vinden om op een kosteneffectieve manier met het probleem om te gaan.

Laag 2: Gadgets in bezit van het bedrijf

Nu wordt het al lastiger. Er zijn situaties waarin Apple-technologie de superieure keuze is. Dit is waarom, als mijn adviesbureau technologische assessments uitvoert, we goed kijken naar onze marketingafdeling: Als zij Macs gebruiken of klagen dat ze dit niet mogen doen, dan is er niets vreemds aan de hand. Pas als de mensen van marketing het niets uitmaakt, dan gaat er bij ons een belletje rinkelen.

Mijn beste advies: Als Apple technologie de beste oplossing blijkt, dan moet je die kopen, maar moet je de integratie zo oppervlakkig mogelijk houden. Integratie is tenslotte het punt waarop de meeste dingen niet meer werken.

Probeer de Apple-technologie stand-alone te houden of kies ervoor dat je leverancier verantwoordelijk blijft voor het laten blijven werken van de apparatuur, mits je ze daarin vertrouwt.

Laag 3: Ontwikkelingstools

Hier worden je keuzes precair. Stel dat je hebt gepland om custom iPad apps aan je applicatieportfolio toe te voegen. Je bouwt ze of zelf via Apple’s ontwikkelingstools of via een third-party alternatief, of je kiest voor een combinatie.

Als je vertrouwt op de toolkit van Apple, kan Apple besluiten daar een keer de stekker uit te trekken. Gebruik je een third-party alternatief, dan kan Apple besluiten dit pakket niet langer te ondersteunen of de regels zo aan te passen dat niets meer werkt. Het zijn niet de beste keuzes, maar andere alternatieven zijn er niet. Uiteindelijk loop je wellicht minder risico met Apple’s eigen ontwikkelingstools, maar helemaal veilig is dit nooit.

Waarom de leverancier in kwestie ertoe doet

Ben ik onredelijk door Apple als lijdend voorwerp te nemen? Misschien. Natuurlijk veranderen ook vele andere leveranciers binnen de reguliere speeltijd de spelregels – neem bijvoorbeeld Microsoft, dat er met Vista voor zorgde dat vele randapparatuur niet langer op onze fonkelnieuwe computers werkte.

Maar het gedachtenproces is belangrijker dan het voorbeeld. Elke keer dat je technologie kiest, is de leverancier net zo belangrijk als de tech zelf. Als je technologieën integreert, moet je heel voorzichtig zijn met het besluiten tot standaardisatie. Vertrouw je op dieper liggende lagen, dan creëer je voor jezelf nieuwe risico’s – dat geldt voor de ene leverancier meer dan voor de ander.