Laat Windows en Mac vloeiend samenwerken

Door: Edmond Varwijk | 21 mei 2014 08:05

Apple

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3

Apple is bezig aan een opmars, vooral in de vorm van de iPhone en de iPad. Maar ook MacBooks en iMacs duiken steeds vaker op in het Windows-netwerk van routers, pc's, laptops en printers. Hoe laat je ook die Apple-apparaten optimaal met het netwerk en de Windows-apparaten praten en samenwerken?

Tip 01: Wifi-toegang

Veel Apple-apparaten zijn vooral geschikt voor mobiel gebruik, denk aan de iPad en iPhone. Maar ook de MacBook, iMac en Mac mini kunnen draadloos met het thuisnetwerk verbonden worden. Om dit te doen, log je eerst in op de router. Kijk bij het onderdeel Draadloos en controleer of de functie Mac-filtering aan of uit staat.

Voor nu moet hij uit staan. Start daarna de Mac of MacBook in kwestie en klik op het Apple-logo linksboven in beeld en kies Systeemvoorkeuren. Open het onderdeel Netwerk en klik op Wi-Fi. Is de wifi-functie uitgeschakeld, klik dan op Schakel Wi-Fi in. Nu is de draadloze netwerkadapter actief, maar moet er nog verbinding gemaakt worden met het netwerk. Achter Netwerknaam staat nu nog Geen netwerk geselecteerd. Klik daarop en kies Verbind met ander netwerk. Ken je de naam van het netwerk, dan kun je die intypen, maar je kunt ook klikken op Toon netwerken.

Wacht tot de lijst met draadloze netwerken is gevuld en klik op het netwerk waarmee je de Mac wilt verbinden. Klik dan op Verbind en voer bij Wachtwoord de versleutelingscode van het netwerk in, dat is de WPA- of WPA2-code die je op de router voor dat netwerk hebt geconfigureerd. De Mac is nu online.

Tip 01 De Mac verbinden met het draadloze netwerk begint met het inschakelen van wifi.

Tip 02: MAC-filtering

MAC-filtering is een manier om de toegang tot een draadloos netwerk te beperken tot alleen bekende apparaten. Hiervoor wordt van al die bekende apparaten het zogeheten MAC-adres (dat is het unieke adres van iedere netwerkkaart) opgenomen in de router. MAC-filtering heeft dus niets met de Apple Mac te maken, maar met het MAC-adres van iedere netwerkkaart.

Nu de Mac of MacBook een verbinding heeft met het draadloze netwerk, is het zaak die MAC-filtering op de router weer in te schakelen. Hiervoor heb je het MAC-adres van de Mac nodig. In het onderdeel Netwerk van de Systeemvoorkeuren klik je op Wi-Fi / Geavanceerd. Onderin dit scherm lees je het Wi-Fi-adres van de Mac, en in Macs en MacBooks is dat hetzelfde als het MAC-adres van de netwerkkaart. Noteer dit adres of typ het direct over in de router, en zet de MAC-filtering weer aan.

Tip 02 Het MAC-adres heet bij Apple het Wi-Fi-adres.

Tip 03: IP-configuratie

Er zijn veel verschillen tussen OS X- en Windows-systemen, behalve als het gaat om het netwerkprotocol. Zowel Windows als OS X gebruiken de absolute standaard, namelijk TCP/IP. Internettoegang wordt voor de meeste apparaten automatisch geregeld via DHCP. Om de netwerkconfiguratie te controleren en bijvoorbeeld het IP-adres van de Mac te weten, klik je in het onderdeel Netwerk op de netwerkverbinding.

Bij Wi-Fi zie je onder Verbonden de naam van het netwerk waarmee de Mac verbonden is en het IP-adres. Via Geavanceerd kun je nog meer configuratiegegevens te weten komen. Gebruikt de Mac een vaste verbinding via een netwerkkabel, klik dan op Ethernet en je ziet daar de netwerkconfiguratie bestaande uit het IP-adres, Subnetmasker en de Router. De laatste heet bij Windows de Standaard Gateway.

Tip 03 Zoek je het IP-adres van de Mac? Deze staat in kleine lettertjes onder de tekst 'Status: Verbonden'.

Tip 04: Vast IP-adres

Niet alle Apple-apparaten zijn bedoeld om met je mee te dragen. De iMac en Mac mini bijvoorbeeld zijn pc's die op een vaste plaats staan. Voor dergelijke apparaten geldt net als voor een Windows-pc dat het handiger is ze een vast IP-adres te geven, in plaats van een wisselend (en daardoor onzeker) IP-adres via DHCP.

Open op de Mac weer het onderdeel Systeemvoorkeuren en klik op Netwerk. Is de Mac met een kabel met het netwerk verbonden, selecteer dan de Ethernet-verbinding met de status Verbonden. Verander bij Configureer IPv4 de instelling van Via DHCP naar Handmatig en voer dan de juiste gegevens in bij IP-adres, Subnetmasker en Router in. Klik dan op Geavanceerd / DNS en voeg via een klik op het plusteken één of enkele DNS-servers toe.

Gebruikt de Mac het draadloze netwerk, klik dan op Wi-Fi / Geavanceerd / TCP/IP. Hier vind je dezelfde opties als voor de bekabelde ethernetverbinding. Bevestig eerst via OK en klik dan op Pas toe.

Tip 04 Geef Macs die op een vaste plek staan ook een vast IP-adres.

Van wifi naar netwerkkabel

Apple-computers zoals de Mac mini en iMac kunnen zowel draadloos als bedraad met het thuisnetwerk verbonden worden. Draadloos is tegenwoordig de standaard, maar een aansluiting met een netwerkkabel is sneller en stabieler, en maakt bovendien bandbreedte op het draadloze netwerk vrij voor de apparaten die uitsluitend draadloos verbonden kunnen worden.

Om over te schakelen van draadloos naar bedraad verbindt je de netwerkpoort op de Mac met een switchpoort van de router. Open dan via het Apple-logo het menu-item Systeemvoorkeuren / Netwerk. Klik op Wi-Fi Ingeschakeld en kies bij Status: Ingeschakeld voor Schakel Wi-Fi uit. Ga naar Ethernet Verbonden en geef de Mac een vast IP-adres zoals in tip 4 beschreven.

Zet niet-mobiele Mac-computers van draadloos over op het bedrade netwerk.