Moeten techbedrijven worden opgesplitst?

Door: Joris Peterse | 24 april 2021 09:34

Blog

Amerikaanse techbedrijven liggen steeds meer onder vuur bij overheden omdat ze te groot en machtig zijn geworden en daarmee een gezonde, concurrerende markt in de weg staan. Nu zelfs in de VS zelf die roep groter wordt, moeten we ons afvragen wat de beste maatregelen zijn.

Als je de top tien van de waardevolste bedrijven van dit moment pakt, dan valt op dat Amerikaanse techbedrijven flink vertegenwoordigd zijn in de lijst. Microsoft (#2), Apple (#3), Amazon (#4), Alphabet (het moederbedrijf van onder meer Google, #5) en Facebook (#6). Opvallend is overigens ook dat Chinese techbedrijven Tencent en AliBaba Group de top tien van bedrijven met de hoogste beurswaarde afsluiten. Dat het grote geld in tech zit, hoefde niet bewezen te worden: Microsoft heeft jarenlang de lijst aangevoerd, gevolgd door Apple. Bovendien zijn Bill Gates en Jeff Bezos de rijksten op aarde, onlangs tijdelijk afgewisseld door Tesla’s topman Elon Musk.

Er zijn wat problemen met de techbedrijven, die door hun enorme kapitaal en marktaandeel extreem machtig zijn. Bovendien lijken het rupsjes-nooit-genoeg: belanghebbenden en aandeelhouders verwachten jaar na jaar groei. Een oneerlijk speelveld is ontstaan waarbij concurrentie, ontwikkelaars, consumenten-, milieu- en werknemersbelangen het onderspit delven.

Niet-geleerde lessen uit verleden

De discussie over de macht van de techbedrijven is actueel, maar bouwt zich al jaren op. Dat bedrijven als Apple, Google en Facebook hier steeds meer onder vuur zijn komen liggen, is namelijk niet voor het eerst. Microsoft was ze voor en kreeg begin deze eeuw de toorn van de Europese Commissie over zich heen omdat het techbedrijf de monopoliepositie van Windows misbruikte om concurrentie de kop in te drukken. Het leidde tot miljardenboetes en reputatieschade.

Ook Google (Alphabet) is inmiddels beboet voor het ondermijnen van concurrenten via z’n zoekmachine, het bedrijf heeft nog een onderzoek tegen zich lopen. Ook Apple, Facebook en Amazon liggen onder de loep. Wat is er gebeurd met die techgiganten, die eerst hippe bedrijven waren waar we tegen opkeken?

Androids browserkeuzemenu doet erg denken aan het browserkeuzemenu dat Microsoft in Windows moet bouwen.

Google versus Europa

De Europese Commissie heeft Google al drie keer flink beboet na het doen van verschillende antitrustonderzoeken. In 2015 kreeg Google een boete van 2,4 miljard euro, omdat het zijn dominante zoekmachinepositie misbruikte voor de Google Shopping-prijsvergelijker. In 2019 gevolgd door een boete van 1,9 miljard euro, omdat het advertentieplatform AdSense de advertentiemarkt benadeelt. In 2019 kreeg Google tenslotte een boete van 4,2 miljard euro voor de verplichte koppeling van Google-diensten op Android-toestellen.

Begin deze eeuw lag vooral Microsoft onder vuur vanwege monopolistisch machtsmisbruik, in 2004 kreeg het bedrijf een boete van 497 miljoen euro omdat het besturingssysteem Windows misbruikte voor Media Player en Internet Explorer. Microsoft en de Europese Commissie lagen flink met elkaar overhoop, waardoor de uiteindelijke boete nog met honderden miljoenen werd opgehoogd. Op het moment van schrijven is de Europese Commissie antitrustonderzoeken aan het doen naar (alweer) Google en Apple.

Google nam onlangs Fitbit over, maar moest aan Europa beloven deze uiterst gevoelige gezondheidsdata niet te gebruiken voor andere Google-diensten. Kunnen we het bedrijf hiermee vertrouwen?

Apple

Het machtsmisbruikwaar Apple voor onder de loep ligt, heeft vooral te maken met het mobiele ecosysteem van smartphones, tablets en smartwatches. Het zijn gesloten systemen, waar alleen via de App Store applicaties in geïnstalleerd worden. De App Store kent een streng deurbeleid dat voor ontwikkelaars behoorlijk arbitrair is. Bovendien zijn de kosten voor ontwikkelaars torenhoog, van iedere verdiende euro moeten ze dertig procent afstaan, al is dat sinds november 2020 voor veel uitgevers verlaagd naar vijftien procent. Of het nu bij de aanschaf van een app is, een in-app-aankoop of een abonnement. Stel je voor: een supermarkt verdient niet alleen aan de verkoop van een tijdschrift, maar eist ook een derde van de inkomsten op als een kaartje uit dat tijdschrift wordt gebruikt om een abonnement mee af te sluiten ... in een hermetisch gesloten stad waarin geen andere winkels mogen zijn. Dat is in feite wat er in de digitale winkels gebeurt van het Apple-ecosysteem.

Oneerlijk speelveld

Maar het wordt erger voor ontwikkelaars. Apples houding rondom de App Store kan concurrentie in de weg staan. Zo werden opeens updates van Kaspersky’s ouderlijk-toezicht-app geweigerd rond de tijd dat Apple zelf een vergelijkbaar toezicht aan begon te bieden op iOS (Schermtijd). Het is een speelveld waarin Apple-diensten steeds meer de strijd aangaan met bestaande diensten, een ongelijke strijd. Wat moet bijvoorbeeld een dienst als Spotify doen? Meer geld vragen voor een abonnement dat via een Apple-apparaat wordt afgesloten en daarmee Apple Music (dat zonder Apples afdracht ongeveer hetzelfde kost) in de kijker zetten als goedkoper alternatief? Je prijs inclusief afdracht gelijk houden aan Apple Music en daarmee je eigen omzet opofferen aan een concurrent? Of de hele abonnement-afsluitoptie maar verwijderen uit je app en daarmee meer moeite krijgen met klanten aantrekken. Spotify koos met frisse tegenzin voor het laatste. Net als Netflix, dat met Apple TV+ in een soortgelijke situatie zit. Het leidde ertoe dat ontwikkelaars als Spotify en Epic Games zich verenigden en Europa vroeg om een antitrustonderzoek, dat er kwam.

Beveiligingsbedrijf Kaspersky was één van de eerste bedrijven die aan de bel trokken vanwege het machtsmisbruik van Apple in de App Store.

Monopolie of niet?

Dat er een ongelijk speelveld is, zal voor de onderzoekers als een paal boven water staan. Waar het antitrustonderzoek schuurt, is de vraag of er wel een monopoliepositie is waar Apple misbruik van maakt. Apple zal opperen van niet. Veruit de meeste smartphones, tablets en laptops draaien op Android en Windows. Toch is er een enorme Apple-gebruikersgroep, die door Apple wordt vastgehouden in een eigen ecosysteem. Willen ontwikkelaars deze grote groep bereiken, dan zullen ze het oneerlijke speelveld moeten betreden. Kun je dat ecosysteem aanstippen als markt?

Zo ja, dan kan de EU in actie komen voor een eerlijker speelveld voor ontwikkelaars en keuzevrijheid voor gebruikers. Maar hoe? Apple zou gedwongen kunnen worden applicatiewinkels van derden toe te staan, wat meer keuzevrijheid aan ontwikkelaars zou bieden en gebruikers de vrijheid te installeren wat ze willen op hun eigen toestel. Ook zou een onafhankelijke derde partij regels voor de App Store kunnen opstellen en handhaven. Het meest voor de hand ligt dat de afdracht die Apple opeist omlaag moet en dat Apple concurrenten een eerlijkere kans moet geven op een manier die vergelijkbaar is met het browserkeuzevenster dat Microsoft in Windows moest bouwen.

Alle apps moeten goedkeuring krijgen van Apple om daadwerkelijk geïnstalleerd te mogen worden.

Google

In de beginjaren van Google, toen het nog voornamelijk om een zoekmachine ging, hanteerde het bedrijf het motto ‘Don’t be evil’. Dat was een knipoog naar Microsoft, dat in dezelfde periode als kwaadaardig werd bestempeld omdat het bedrijf de marktdominantie van Windows uitbuitte. Een bekend Engels gezegde lijkt van toepassing: ‘You either die a hero, or live long enough to see yourself become the villain’ (ofwel: Of je sterft als held, of je leeft lang genoeg om zelf de schurk te worden). Symbolisch kun je het keerpunt aanwijzen op het moment dat Google in 2015 opging in moederbedrijf Alphabet en daarmee het motto verwisselde voor het nietszeggende ‘Do the right thing’. Het ging al veel eerder mis bij de zoekgigant, met name omdat Google zijn dominante marktpositie met de zoekmachine, advertentiedienst en mobiele besturingssysteem misbruikt(e). Zie hiervoor het kader ‘Google versus Europa’.

Het mantra bij Google is niet meer ‘Don’t be evil’, maar ‘Do the right thing’ en daar zit een behoorlijk nuanceverschil in.

Kijkbuis

Google is intussen meer dan het een zoekmachine, het is onderdeel van techgigant Alphabet en kent veel diensten. Denk aan YouTube, dat regelmatig onder vuur komt te liggen vanwege zijn algoritmes. Deze algoritmes zijn erop gebrand om jou als kijker vast te houden, want hoe meer video’s je kijkt, hoe meer advertenties er geserveerd worden en hoe meer data verzameld worden om deze advertenties nóg beter af te stemmen op de kijker. Ironisch genoeg zijn het de video’s met controversiële onderwerpen en misinformatie die de kijkers triggeren en het algoritme weet dit maar al te goed, waarna YouTube je al na een paar video’s dubieuze suggesties kan doen. Google kan natuurlijk bepalen wat jij wel en niet mag zien. Dat is een erg gevaarlijke macht voor een gigantisch bedrijf met veel belangen.

In plaats van aan de knoppen van de algoritmes draaien, verwijdert Google liever video’s en kanalen, waardoor makers met de handen in het haar komen te zitten. Vooral als er ten onrechte wordt opgetreden. Een mens krijg je als videomaker niet te spreken, het zijn automatische systemen die de video’s verwijderen en klachten afhandelen. Wat moet je anders als kijker of videomaker? Een goed alternatief voor YouTube, dat is er niet.

Video’s met controversiële onderwerpen en misinformatie triggeren de kijkers en het algoritme weet dit maar al te goed.

Privacyschending onontkombaar

Het hete hangijzer bij Google is toch wel privacy. Google verkoopt advertenties en verzamelt daar op alle mogelijke manieren persoonsgegevens voor, om de advertenties zoveel mogelijk op de gebruiker af te stemmen. Googles reputatie op het gebied van privacy is met recht rampzalig te noemen en de dataverzameling gaat steeds een stapje verder. Het bedrijf gebrand is er, vooral met de Google Assistent, op gebrand om een apparaat met microfoon in iedere kamer van het huis te krijgen. Maar ook iedere Android-smartphone heeft deze functie, die je zelf moet uitschakelen. En daarin zit het probleem. Je ontkomt haast niet aan de verzameldrift van Google. Net als YouTube moet een degelijk alternatief voor de zoekmachine en Google Maps moet nog opstaan, je Android inwisselen voor een iPhone is het ene slechte techbedrijf inruilen voor de andere. En er is veel van Google: Nest domotica, Fitbit-wearables, Chrome-browser, Chromecast, Google TV. Niet in aanraking komen met Google is onmogelijk. Zelfs al maak je geen gebruik van Google-producten en diensten, kun je alsnog verwachten dat Google data verzamelt.

YouTube is een platform waar complottheorieën welig tieren.

De boeken open

Hoe kan de macht van Google doorbroken worden? Dat is de lastige vraag. Moederbedrijf Alphabet opknippen zou alsnog Google als grote partij achterlaten. Miljardenboetes lijken ook weinig verandering te brengen, terwijl onderzoeken die resulteren in mogelijke nieuwe boetes elkaar op blijven volgen. Op het moment van schrijven is de Europese Commissie zelfs een nieuw onderzoek gestart naar hoe Google data verzamelt voor z’n advertenties. Zou in het verlengde daarvan niet de oplossing kunnen zitten om de macht van Google te bestrijden? Openheid van algoritmes, door de schimmigheid en controle weg te nemen bij de zoekmachine- en YouTube-algoritmes ontstaat een transparanter speelveld voor iedereen.

Asgrauw beleid met groene saus

Niet alleen liggen techgiganten onder de loep met antitrustonderzoeken. Ook wordt de roep om reparatierecht steeds luider. Fabrikanten maken het steeds moeilijker om apparaten te repareren, wat niet alleen haaks staat op een steeds groter wordende trend om duurzaam te consumeren. Ook rijmt het niet met het groene imago dat techbedrijven zich aanpraten, wat natuurlijk ook makkelijk scoren is: de productie wordt veelal uitbesteed aan Chinese sweatshops en komt dus niet in de boeken van bedrijven als Apple, Microsoft, Google.

Reparateurs worden dwarsgezeten met ontbrekende reparatiehandleidingen en onderdelen en design dat reparatie onmogelijk maakt. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk de accu van AirPods te vervangen en lijmde Microsoft de accu vast in Surface-tablets, waardoor je de accu alleen loskrijgt met een hittepistool, met alle gevaren van dien. De nieuwste trend lijkt door Apple te zijn ingezet: het cryptografisch koppelen van onderdelen. Zo beschikt de MacBook over een chip die ervoor zorgt dat niet ieder onderdeel vervangen kan worden en maakt Apple het ook onmogelijk om de camera van de nieuwste iPhone 12 te vervangen. Door reparatie zoveel mogelijk dwars te zitten kunnen fabrikanten reparatie (en bijbehorende inkomsten) naar zich toe trekken. Ook worden producten snel als ‘verouderd’ bestempeld, waarna reparatie wordt geweigerd en het product vervangen moet worden. Het Europees Parlement is van plan met reparatierecht te komen, wat op een heftige tegenlobby stuit van machtige techbedrijven.

Facebook

Wij zijn geen gebruikers van Facebook, dat zijn de adverteerders. Facebooks platform is ontworpen om onze aandacht te grijpen en aan die adverteerders worden kleine brokjes van die aandacht verkocht voor hun boodschap. Dat is geen vreemd verdienmodel, zo zou je een commerciële televisiezender ook kunnen omschrijven. Facebook gaat daarbij tot het uiterste om onze aandacht te grijpen, de nieuwsfeed van het sociale medium is zo ingericht dat het verslavend werkt en je continu geprikkeld wordt met nieuwe berichten. Want zelfs als je sorteert op ‘meest recent’, krijg je een niet-chronologisch nieuwsoverzicht waarin Facebook bepaalt wat jij ziet: onderwerpen die jou prikkelen en in het nieuwsoverzicht houdt – en terug laten keren.

Eigenlijk gebruikt Facebook hetzelfde trucje als eerder omschreven bij YouTube. Op basis van verzamelde gegevens worden vooral onderwerpen getoond en pagina’s aanbevolen die je prikkelen om te blijven kijken en scrollen. Controversiële onderwerpen werken hierbij het best en hiermee heeft Facebook (nog meer dan YouTube) een monster gecreëerd: misinformatie floreert in deze omstandigheden. Het resulteerde bijvoorbeeld in het Cambridge Analytica-schandaal, waarbij op grote schaal bevolkingsgroepen en in het verlengde daarvan zelfs verkiezingen werden beïnvloed.

Het levert Facebook een hoop negatieve publiciteit op. Het probleem zou makkelijk minder groot gemaakt kunnen worden met meer personeel en een chronologische tijdlijn. Maar dat kost geld en het platform heeft dan minder controle over wat jij te zien krijgt. Hierdoor lijkt het niet ondenkbaar dat een tweede Cambridge Analytica-schandaal opduikt.

Nietsontziende dataverzameling

Net als Google heeft Facebook een beroerde reputatie op het gebied van privacy. Het ene schandaal volgt het andere op, niet alleen bij Facebook zelf. Maar ook bij de bedrijven die het heeft opgekocht. Instagram (waarbij de tijdlijn inmiddels even chrono-onlogisch lijkt als die van Facebook), Oculus (waarbij de VR-brillen onbruikbaar zijn zonder Facebook-account) of WhatsApp (waar Facebook uit is op datadeling tussen de berichten-app en andere Facebook-diensten). Niet alleen lijken data niet in goede handen bij Facebook, ook lijkt er hier geen ontkomen aan die dataverzameling. Vooral op het gebied van sociale media en berichten is er geen alternatief. Een fatsoenlijk alternatief voor Facebook, Instagram of WhatsApp is er niet. Ook Signal en Telegram, vaak aangewezen als alternatieven voor WhatsApp, kunnen bij lange na nog niet tippen aan de gebruikersaantallen en -berichten.

Het gebrek aan concurrentie voor de socialemedia- en berichtendiensten zorgt ervoor dat veel van onze conversaties via Facebook plaatsvinden, ook als er wel een nieuwe dienst begint te spruiten, dan lijkt het meer regel dan uitzondering dat het voor een miljardenbedrag overgenomen wordt door Facebook.

Facebook en Google hebben platforms waarop misinformatie floreert, in het programma Zondag met Lubach (seizoen 12, aflevering 5) omschreef presentator Arjen Lubach dit als de ‘online fabeltjesfuik’.

Wat kan Europa doen?

Facebook ligt onder de loep door privacy-organisaties en antitrustonderzoeken. Niet alleen in Europa, maar ook in de VS. Na het Cambridge Analytics-schandaal was er al een publiek verhoor. Het heeft de discussie alleen maar doen oplaaien, vooral omdat democratische processen in gevaar komen door de macht van Facebook. Intussen zijn toezichthouders in de VS een rechtszaak begonnen, met als doel om Facebook op te breken. Instagram en WhatsApp zouden hierbij weer op eigen benen moeten staan. Meer concurrentie zou de markt open kunnen breken, ook de Europese. Uiteraard was Facebook er als de kippen bij om het hier niet mee eens te zijn. Bij monde van Jennifer Newstead reageerde het bedrijf door zich te verschuilen achter kleine bedrijven en consumenten: “Dit is gebeurtenissen herschrijven. De regering wil nu een nieuwe actie en stuurt een huiveringwekkende waarschuwing naar het Amerikaanse bedrijfsleven dat een bedrijfsovername nooit definitief is. Mensen en kleine bedrijven kiezen er niet voor om de gratis diensten en advertenties van Facebook te gebruiken omdat ze dat moeten, ze gebruiken ze omdat onze apps en diensten de meeste waarde bieden. We gaan opkomen voor het vermogen van mensen om die keuze te blijven maken.” De woorden van Newstead lijken zorgvuldig te zijn gekozen, door op verkapte wijze te suggereren dat een gebrek aan concurrentie voor Facebook-diensten niet aan de orde is.

Privacy Shield, Safe Harbour en een datavacuüm

De privacy- en databeschermingsregels zijn in de Europese Unie anders dan in de VS. De VS kent weinig regelgeving op dat gebied. Om veilige verzameling, opslag en keuzevrijheid van persoonsgegevens van Europeanen te waarborgen had de EU het ‘Safe Harbour’-verdrag. Nadat klokkenluider Edward Snowden aantoonde hoe (vooral Amerikaanse) veiligheidsdiensten met Europese persoonsgegevens omgingen, sneuvelde het verdrag in 2015 bij het Europees Hof van Justitie. In alle haast werd een vervangend verdrag opgesteld: Privacy Shield. Ook dit verdrag hield geen stand in de rechtszaal en werd in 2020 ongeldig verklaard. Een nieuw verdrag is er vooralsnog niet, maar voor techbedrijven kan het grote gevolgen hebben. Zonder dit verdrag hebben ze zich aan Europese wetgeving te houden voor de bedrijfsvoering op ons continent, of kunnen ze nog meer rechtszaken tegemoetzien.

Privacy Shield was achteraf gezien wellicht te haastig in elkaar gezet en daarom gedoemd te falen.

Rechtszaken

We lijken intussen in een stroomversnelling terecht te zijn gekomen, waarbij rechtszaken en onderzoeken elkaar snel opvolgen. Ook in het publieke debat lijkt er steeds meer aandacht uit te gaan naar de macht van techbedrijven. Bijvoorbeeld in de actualiteit, waarbij misinformatie wordt bestreden met het blokkeren en verwijderen van inhoud en accounts. Hierbij spelen bedrijven als Google, Facebook, Twitter en ook Apple (dat bijvoorbeeld socialmedia-apps weert als er veel controversiële inhoud op wordt gedeeld) zelf als rechter. Hoewel de verwijderde inhoud vaak met een goede reden wordt gewist, hebben bedrijven veel macht. Macht die je mogelijk liever bij een onafhankelijke rechter zou leggen. Ook leidt de discussie af van het echte probleem: de algoritmes die ons veel te snel dubieuze filmpjes, artikelen en posts voorschotelen. Met alle rechtszaken en ontwikkelingen lijkt het er wel op dat, ondanks het feit dat de roep om de macht van de techbedrijven te beperken steeds sterker wordt, het probleem nog veel erger wordt voordat we een oplossing hebben. En oplossingen, die worden geheid aangevochten in rechtszalen.

Amazon

In dit artikel zijn Facebook, Google en Apple aan bod gekomen. Techgigant Microsoft ligt op dit moment wat minder onder de loep. Amazon is wat minder aan bod gekomen. De retailgigant is al jaren aanwezig in Nederland, als brievenbusfirma voor belastingontduiking. Maar sinds 2020 biedt het bedrijf hier ook zijn diensten aan. Vooralsnog verandert dat weinig. Wereldwijd ligt Amazon heftig onder vuur, met name vanwege uitbuiting van zijn personeel.

0 Reactie(s) op: Moeten techbedrijven worden opgesplitst?

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.