Webapps roeien native apps uit (opinie)

Door: | 28 maart 2011 10:03

Apple

Een krant uitgeven via een webapp: lelijk, sloom, onhandig. Toch stelt Jan-Jaap Heij van De Pers dat webapps uiteindelijk nuttiger zijn dan native apps.

Ik heb niets tegen apps, tegen de App Store of de Android Market. Als iemand voor niets een app voor De Pers zou maken: ik zou hem met taart en bloemen ontvangen, en meteen de registratieformulieren de deur uit doen. Apple en Google zijn fantastische bedrijven, wereldtop, die prachtige producten leveren waar talloze consumenten dingen mee kunnen doen waarvan ze tien jaar geleden nog niet konden dromen. Elke keer dat ik afgelopen jaar dankzij de app van 9292ov een bus nét haalde, was ik dankbaar voor de app-revolutie.

Variant van vorige fase internet

Maar hoe handig en succesvol ook, uiteindelijk zijn native apps een nieuwe variant van een vorige fase van internet, die met Compuserve/AOL ten onder ging: het gesloten web. Apple, en in mindere mate ook Google, werken met een gesloten eco-systeem. Als we het even beperken tot Apple: binnen iOS en tussen applicaties die eronder werken, is het produceren, delen en consumeren van digitale informatie (uiteindelijk de essentie van een digitaal netwerk) simpel. Daarbuiten is het vaak ingewikkeld. FaceTime-gebruikers kunnen heel makkelijk videobellen met andere Apple-klanten. Skype-gebruikers kunnen, weliswaar net iets minder makkelijk, videobellen vanaf allerlei soorten devices onder allerlei verschillende systemen. Dat is ongeveer ook het verschil tussen een app en wat enigszins misleidend een webapp heet: een site die gebruik maakt van HTML5 om te doen wat gebruikers onder normale omstandigheden van een app verwachten.

Als gratis krant heeft De Pers er alle belang bij dat we onze content tegen zo laag mogelijke kosten op zo veel mogelijk platforms tegelijk verspreiden. Lage ontwikkelkosten enerzijds, lage beheerkosten anderzijds. Daarmee was de keuze voor een webapp voor ons meteen verleidelijk. Want hoewel niet alle browsers HTML5 nu al goed ondersteunen, zal dat niet zo heel lang meer duren. Een webapp kan, met betrekkelijk marginale aanpassingen, op tablets, smartphones en desktops draaien, systeem-onafhankelijk. Ze kunnen minder, ze zijn minder mooi en trager dan native apps, dat laatste vooral als developers net iets te fanatiek in de Javascript-snoepdoos graaien. Maar naarmate de HTML5-specs verder worden uitontwikkeld, en er betere tools op de markt komen voor slideshows, graphics en wat dies meer zij, zal het verschil kleiner worden.

Onafhankelijk van grillen Apple

Met een webapp is een uitgever, of wie dan ook die een product aan de man wil brengen, bovendien niet afhankelijk van de luimen van Apple, Google of RIM om dat product te kunnen distribueren. Weliswaar loop je de marketingpotentie van de app stores mis, maar het voordeel is weer dat je je verdiende geld gewoon zelf mag houden. En dat je, zo je daar behoefte aan zou hebben, gewoon blote meisjes en andere controversiële content op de voorpagina kunt zetten zonder dat Steve Jobs daar iets over te zeggen heeft.

Voor ons waren al die argumenten echter niet doorslaggevend bij de keuze voor een webapp. In sommige markten zou de keuze anders uit kunnen pakken, maar voor uitgevers geldt op langere termijn dat distributie van hun afzonderlijke media via native apps sowieso geen goed model is. Zie de wildgroei van media-apps die het afgelopen jaar in de Apple App Store te zien was. Elke krant, elk blad z’n eigen app. Het effect is vergelijkbaar met een filmmaatschappij die voor elke blockbuster een app maakt, of bands die hun nieuwe cd in een app store zetten. Consumenten raken daardoor de draad kwijt. Die willen, of het nu om film, muziek of media gaat, kunnen kiezen. De ene dag wil je de NRC, de volgende dag de Marie Claire. En daar willen ze niet steeds opnieuw een aparte app voor downloaden. Dat moet allemaal in één digitale kiosk staan, om consumenten hetzelfde gemak te bieden als iTunes doet voor muziek en Netflix voor online films.

Digitale kiosken

Het is niet voor niks dat zowel Apple als Google de afgelopen maanden voorzichtigjes aan hebben gelekt over hun plannen voor zulke digitale kiosken. Alle uitgevers, internationaal en nationaal, zullen daar na wat gemok (en wat lichte dwang vanuit Apple en Google) aan mee doen, omdat hun klanten daar om vragen. En dat er dan hier en daar een paar ton voor app-ontwikkeling afgeschreven moet worden: het zij zo. Wij hadden vorig jaar al niet veel zin om ons geld te steken in een distributiemodel dat tot mislukken gedoemd zal blijken. Als de kiosken af zijn, staan we overigens vooraan in de rij. In zulke apps geloven we wel.

Tenminste: wanneer we buiten die kiosken om ook zelf een webapp kunnen blijven uitbrengen. Want of het nu om losse apps gaat of om Apple iMedia dan wel Google Kiosk: het blijven onderdelen van de helemaal of half gesloten ecosystemen waar ik dit artikel mee begon. En dat is, afgezien van allerlei principiële bezwaren, gewoon niet altijd handig.

Om een voorbeeld te geven: wij zijn redelijk serieus aan het bekijken of we digitale versies van De Pers via QR-codes of NFC-chips kunnen verspreiden. Lezers scannen een QR-code of (in de wat verdere toekomst) houden hun telefoon tegen een chip et voila: de krant is beschikbaar. Dat kunnen we doen door die lezers eerst te vragen een app te downloaden, waarna ze via die app hun informatie beschikbaar krijgen. Met een webapp is de tussenstap niet nodig: even chippen dan wel scannen met je telefoon, en lezen maar. In een browser die sowieso al op je tablet of smartphone zit. Dat is handiger, zoals het ook een stuk eenvoudiger is om naar een webapp te linken dan naar een native app. Ze hebben in marketingtermen dus niet alleen nadelen, webapps: de kans dat De Pers er, via een link op een site of op een NFC-chip, nieuwe lezers mee bereikt is aanzienlijk groter dan via een native app.

Apps zijn eenzijdig

Apps, om kort te gaan, kunnen doorgaans één ding heel goed. Webapps kunnen dat nu nog (wat) minder. Maar je kunt er – omdat ze voor iedereen op elk platform toegankelijk zijn – uiteindelijk veel meer mee, en ze geven je veel meer flexibiliteit. Dat gaf voor ons de doorslag: een app is cool, die is makkelijk aan je geldschieters uit te leggen, maar aan een webapp heb je over twee jaar ook nog wat.

Jan-Jaap Heij is hoofdredacteur van Dagblad De Pers en initiator van de webapp iPers.