Wifi-snelheid mobiel apparaat wijkt sterk af

Door: | 20 juni 2011 14:06

Apple

Door het gebruik van verschillende chipsets, drivers en frequenties verschillen de transmissiesnelheden van wifi-chips in smartphones en tablets soms enorm.

Over de wifisnelheid van mobiele apparaten is op voorhand eigenlijk geen zinnig woord te zeggen. De snelheden verschillen door gebruik van andere radio chipsets, de manier waarop drivers zijn geschreven, frequenties ondersteund worden en het aantal gebruikte antennes.

VeriWave, een leverancier van testsoftware voor draadloze verbindingen, heeft de gegevens van zakelijke klanten met de WaveDeploy-applicatie bestudeerd. WaveDeploy meet een reeks aan statistieken die bedoeld zijn om de kwaliteit van de verbinding bij de eindgebruiker te meten en niet zozeer puur de signaalsterkte.

Een klant met WaveDeploy, een ziekenhuis, draaide een serie van tests op een verdieping in een nieuwe vleugel met 802.11n WLAN. Een karretje met daarop twee laptops, van Dell en HP, drie tablets (de iPad 1, de iPad 2 en de Motorola Xoom) en twee iPhone 4’s (een gewone en de CDMA-versie van Verizon) lieten ze rondrijden en de verbinding in het gebouw testen. Voor de laptops werd 10Mbps als doelstelling bepaald, voor de mobiele apparaten 7Mbps.

De resultaten waren verrassend, zoals de heatmaps in de hyperlinks laten zien. (Helaas ontbreekt de heatmap van de Dell-laptop en de iPad 1.) Groen betekent dat de doelstelling wordt behaald, en rood dat de snelheid minder is dan 10 of 7 Mbps. Hoe donkerder de kleur rood, hoe lager de doorvoersnelheid. De nummers staan voor de plekken waarop de test werd verricht.

De HP laptop deed het aanmerkelijk beter dan die van Dell en haalde op bijna alle plekken 9 of 10 Mbps. Opvallend is dat de mobiele apparaten een aanmerkelijk lagere doorvoersnelheid lieten noteren.

Bij de tablets kwam de iPad 2 als beste uit de bus en werd redelijk vaak de doelstelling van 7Mbps gehaald. De iPad 1 bleef constant onder 2Mbps en zakte zelfs naar 1,65Mbps op sommige locaties. De Motorola Xoom deed het iets beter.

Ook de iPhone-toestellen kenden verschillen. Zo verloor de AT&T iPhone op een aantal plaatsen de verbinding. Op andere plekken werd 4Mbps gehaald, terwijl het gemiddelde net onder 3Mbps lag. De iPhone van Verizon behield bijna overal verbinding, maar wist nauwelijks beter te presteren.

“Veel wireless LAN-ontwerpen worden gemaakt voor optimale dekking”, vertelt Eran Karoly, VP marketing bij VeriWave. “RF-power staat niet gelijk aan dekking. Je moet naar de werkelijke doorvoersnelheid kijken om te zien hoe en waar het apparaat presteert.”

De resultaten kunnen worden gebruikt om te bepalen waar goede dekking verwacht kan worden, om SLA-overeenkomsten op te stellen en te bepalen waar eventueel extra access points geplaatst dienen te worden.

“Het draait niet alleen om de netwerkinfrastructuur”, zegt Karoly. “Het is het netwerk plus de client. Clients beïnvloeden de prestaties, daardoor is het geen verkeerd idee om de prestaties op client-by-client basis te meten.”