Overstappen op Linux - Deel 3: Aan de slag met Linux Mint

Door: Koen Vervloesem | 15 augustus 2016 13:08

Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Volgende

In het vorige deel van onze reeks installeerde je Linux Mint 17.3 op je computer. Deze keer ga je aan de slag met je Linux-systeem. We maken je wegwijs in Linux Mint en tonen de verschillen met Windows. We laten je zien wat je allemaal kunt instellen en we besteden ook aandacht aan de beveiliging.

Tip 01: Programma's starten

We hebben het in vorig artikel al even gedaan om je hardware aan de praat te krijgen, maar nu gaan we er wat dieper op in: programma's starten. De desktopomgeving Cinnamon heeft onderaan een paneel met van links naar rechts: het hoofdmenu, snelkoppelingen naar veel gebruikte programma's, de taakbalk met miniaturen voor geopende vensters en het systeemvak met notificatie-icoontjes. Lees ook: Overstappen op Linux - Deel 2: Linux Mint installeren.

Klik je linksonder op het menu-icoontje of het woord Menu, dan ontvouwt zich het hoofdmenu. Standaard staan alle toepassingen geselecteerd en krijg je in de rechterkolom van het menu alle beschikbare toepassingen alfabetisch in een lijst. Selecteer je daarentegen een categorie onder Alle toepassingen, dan krijg je alleen de programma's in die categorie te zien, wat overzichtelijker is. Je kunt ook in het zoekveld beginnen te typen. Een klik op een icoontje start het programma. Rechtsklik je op een icoontje, dan krijg je eronder de mogelijkheid om het icoontje aan de snelkoppelingen in het paneel toe te voegen, op het bureaublad te plaatsen, aan de favorieten in de linkerkolom van het hoofdmenu toe te voegen of om de software te verwijderen. Onder de favorieten staan knopjes om het scherm te vergrendelen met je wachtwoord, af te melden en de computer uit te schakelen.

Tip 01 Al je programma's vind je in het menu van Cinnamon.

Tip 02: Vensters beheren

Zodra je een programma hebt gestart, opent dat één of meerdere vensters. Elk venster heeft bovenaan een titelbalk met helemaal rechts drie knopjes: met het minteken minimaliseer je het venster, met het plusteken maximaliseer je het venster of herstel je het tot zijn normale grootte en met het kruisje sluit je het venster en - in het geval dat het om het hoofdvenster gaat - ook het programma. Een venster dat niet is gemaximaliseerd, geef je een willekeurige grootte door de randen te verslepen. Het venster laat zich bovendien verplaatsen als je de titelbalk versleept.

Elk geopend venster krijgt een miniatuur in de taakbalk waarmee je het venster naar de voorgrond brengt. Heb je veel vensters open, dan wordt het wat onoverzichtelijk. Rechtsklik dan op de titelbalk van een venster, kies Naar ander werkblad verplaatsen en dan een van de andere werkbladen. Met de toetsencombinatie Alt+Ctrl+pijltje rechts ga je naar het volgende werkblad en met Alt+Ctrl+pijltje links keer je terug naar het vorige. Overigens kan een venster ook op alle werkbladen tegelijk zichtbaar zijn. Rechtsklik daarvoor op de titelbalk en vink Op alle werkbladen zichtbaar aan. Een andere optie is Altijd bovenop, waardoor het venster altijd boven de andere vensters zichtbaar blijft, ook als die andere vensters geselecteerd zijn.

Tip 02 Door een venster naar een ander werkblad te verplaatsen, krijg je meer overzicht.

Tip 03: Notificatie-icoon

Het systeemvak met notificatie-icoontjes herbergt in weinig ruimte heel wat functionaliteit. Op elk icoontje kun je klikken om meer informatie te tonen of rechtsklikken om in te stellen welke informatie je te zien krijgt. Zo krijg je met een klik op het icoontje van de persoon snelle toegang tot de systeeminstellingen en enkele handige acties: het beeldscherm vergrendelen, van gebruiker wisselen, afmelden en de computer uitschakelen.

Met het bluetooth-icoontje stel je de zichtbaarheid van je computer via bluetooth in, koppel je nieuwe bluetooth-apparaten en verzend en ontvang je bestanden. Met het netwerkicoontje verbind je met bekabelde, draadloze en mobiele netwerken en open je de netwerkinstellingen. Het batterij-icoontje toont je hoelang je batterij nog meegaat en geeft je toegang tot het energiebeheer. Het icoontje van een schild toont een groen vinkje als je systeem up-to-date is en een i in het blauw als er updates beschikbaar zijn. Klik je op de datum en tijd, dan krijg je een kalender te zien. En achter het icoontje van de twee overlappende vensters schuilt een lijst van alle geopende vensters op alle werkbladen. Met een klik op een venster breng je het naar de voorgrond op het bijbehorende werkblad.

Tip 03 De notificatie-icoontjes in het systeemvak geven je toegang tot heel wat functionaliteit.

Tip 04: Bestanden

Klik je bij de snelkoppelingen of in de favorieten van het hoofdmenu op het groene icoontje van de map of dubbelklik je op het bureaublad op Persoonlijke map, dan start het programma Nemo. Dit is te vergelijken met Verkenner in Windows. Het opent je persoonlijke map, met daarin mappen zoals Afbeeldingen, Bureaublad, Documenten, Downloads, Muziek en Video's. Dubbelklik op een map om de inhoud te bekijken of op een bestand om het met zijn standaardprogramma te openen. Rechtsklik je op een map of bestand, dan krijg je nog andere mogelijkheden, waaronder een submenu Openen met om een bestand in andere toepassingen dan de standaardtoepassing te openen. Dit werkt dus hetzelfde als in Windows.

Klik je in de zijbalk van Nemo links op Bestandssysteem, dan krijg je de hele inhoud van je Linux-bestandssysteem te zien. Daar ga je normaal niet veel mee te maken krijgen, maar om je een idee te geven: in home vind je voor elke gebruiker zijn persoonlijke die als naam de gebruikersnaam heeft, in etc vind je configuratiebestanden en in tmp tijdelijke bestanden. De zijbalk toont ook andere partities (bijvoorbeeld je Linux-partitie) en usb-sticks en cd-roms. Heb je een apparaat aangekoppeld, klik dan eerst op het eject-icoontje erbij in de zijbalk voor je het afkoppelt.

Tip 04 Bekijk de hele inhoud van je Linux-bestandssysteem met Nemo.