Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd

Door: Jochem de Goede | 14 januari 2017 08:07

Blog

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Besturingssystemen
  3. Beveiliging
  4. Web

Tip 11: Web

Een website is een plek waar informatie beschikbaar is op het web. Het web maakt gebruik van url’s, uniform resource locators, manieren om een bepaalde bron op een computernetwerk te identificeren. Websiteadressen zijn een variant op url’s: bijvoorbeeld http://computertotaal.nl. In dit geval geeft het eerste gedeelte http:// het protocol aan en het tweede gedeelte is de domeinnaam. Een cookie is een stukje informatie in de vorm van tekst dat een website op je computer plaatst, waarmee deze je de volgende keer kan identificeren. Het probleem is dat die cookies ook gebruikt kunnen worden om je online activiteiten te kunnen volgen.

Javascript is een programmeertaal voor websites, hiermee kan een website op jouw computer bepaalde websitespecifieke code uitvoeren. Html is de taal van webpagina’s. Dat is een afgesproken standaard gemaakt door het W3C, het World Wide Web Consortium. Het staat voor de hypertext mark-up language. Een van de redenen dat het wereldwijde web zo succesvol geworden is, is door het gebruik van links. In html zien die er als volgt uit:<a href="http://tipsentrucs.nl">Mijn eerste link</a>.

De browser is het programma waarmee je websites kunt bekijken. Een browser zorgt ervoor dat de domeinnaam omgezet wordt naar het bijbehorende IP-adres en downloadt vervolgens de website, specifiek de html-, css- en javascript-code. Daarna wordt de html geïnterpreteerd, dat wil dus zeggen dat het linkje ‘Mijn eerste link’ omgezet wordt van platte tekst naar een link waar je op kunt klikken.

Tip 11 Van elke webpagina kun je de html-code inzien, voor Chrome klik je met de rechtermuisknop op de pagina en kies je voor Paginabron weergeven.

Hoe maak je een website?

Het proces voor het maken van een statische website zit als volgt in elkaar. Als eerste begin je met html-document, daarin beschrijf je de inhoud van de website, de tekst, de afbeeldingen en meer. Met css, oftewel cascading stylesheets, kun je de webpagina opmaken: lettertypes, tekstkleur, elementen op de juiste plek zetten. Dat is in principe genoeg om online te plaatsen, maar veel ontwikkelaars willen ook graag wat interactiviteit, wat mogelijk is met javascript. Een dynamische website daarentegen maakt gebruik van een programmeertaal als Python, C# of PHP. Die talen genereren automatisch html-pagina’s, wat veel werk bespaart.

0 Reactie(s) op: Van apk tot zero-day: veelgebruikte computertermen uitgelegd

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.