Zo doe je dat: Netwerkproblemen oplossen

Door: Edmond Varwijk | 21 februari 2014 14:02

How To

Wanneer je netwerkproblemen hebt, is het als zoeken naar een speld in een hooiberg om de oorzaak te vinden. Veel van wat er op een netwerk gebeurt, is onzichtbaar en voor velen moeilijk te begrijpen. Daardoor zijn netwerkproblemen lastiger op te lossen, maar niet als je te werk gaat met deze tools.

Tip 01: Netwerkcentrum

De gereedschappen die Microsoft in Windows stopt om de netwerkconfiguratie te controleren, veranderen met elke versie van het besturingssysteem. Ze worden er niet altijd beter op. Zo waren we best blij met het Netwerkcentrum. Je opent het door met de rechtermuisknop te klikken op het symbool van de netwerkverbinding in het systeemvak van de Taakbalk, kies dan Netwerkcentrum.

Heb je Windows 7 dan zie je een kaart van het netwerk en is ook in één oogopslag duidelijk of de verbinding met het internet werkt of niet. In Windows 8 ontbreken deze onderdelen helaas alweer en is er alleen wat informatie te vinden over de actieve netwerken. In beide vensters vind je wel de optie Problemen oplossen waarmee je Windows de netwerkconfiguratie en netwerkverbinding kunt laten controleren. Dit proces levert echter alleen in standaardsituaties bruikbare informatie op. Toch is het altijd een goede eerste stap.

Tip 01 Het Netwerkcentrum in Windows 8 (voorgrond) is er in vergelijking met Windows 7 (achtergrond) helaas niet beter op geworden.

Tip 02: Netwerkadapter

Essentieel voor een goede netwerkverbinding is de eigen netwerkconfiguratie. Om problemen in je netwerk op te kunnen lossen, is het belangrijk dat je weet hoe het netwerk is opgebouwd en waar je bepaalde instellingen kunt aanpassen. We bekijken eerst de verschillende netwerkadapters. Dit doe je door in het Netwerkcentrum te kiezen voor Adapterinstellingen wijzigen. Je ziet dan de verschillende netwerkadapters.

Op de meeste pc's zie je in elk geval een LAN-verbinding en een draadloze netwerkverbinding, het kunnen er ook meer of minder zijn.

De LAN-verbinding is de netwerkadapter waarmee je de computer via een kabel met het netwerk kunt verbinden, de draadloze netwerkverbinding is de netwerkadapter voor een verbinding met een draadloos netwerk. Bij elke adapter zie je al een status.

Een rood kruis betekent dat die adapter niet verbonden is. Vaak zie je dan ook een melding als "Netwerkkabel niet aangesloten" of "Niet verbonden". Klik met de rechtermuisknop op de verbindingen en kies Status voor een overzicht van de huidige configuratie. Klik op Details voor nog meer informatie.

Tip 02 Het statusoverzicht van een netwerkadapter geeft nuttige informatie over de verbinding en de configuratie van een netwerkadapter.

Tip 03: Netwerkconfiguratie

Zit er een probleem in de configuratie van een netwerkadapter? Of moet je de configuratie van een netwerkadapter wijzigen om een netwerkprobleem op te lossen? Open dan het Netwerkcentrum en klik op Adapterinstellingen wijzigen. Klik dan met de rechtermuisknop op de adapter waarvan je de instellingen wil wijzigen en kies Eigenschappen. De belangrijkste instellingen zijn die van het netwerkprotocol. Dat bepaalt de IP-configuratie: de combinatie IP-adres, subnet en standaardgateway. Selecteer in de lijst Internet Protocol versie 4 en klik op Eigenschappen.

Wil je toegang krijgen tot een onbekend netwerk, zet dan beide opties op Automatisch. Wil je een specifieke configuratie maken kies dan Het volgende IP-adres gebruiken en voer eronder het IP-adres van de computer, het subnetmasker en de standaardgateway in. Geef ook de IP-adressen van de DNS-servers op. Bevestig met OK en Sluiten.

Tip 03 De netwerkconfiguratie kunnen aanpassen is een belangrijke voorwaarde om netwerkproblemen op te kunnen lossen.

Tip 04: Commando's

Een hulpje dat Microsoft gelukkig nog altijd ongemoeid laat, is de opdrachtprompt. Je start deze via Start / Alle programma's / Bureau-accessoires / Opdrachtprompt maar de echte netwerknerd typt natuurlijk cmd in het zoekvenster van het startmenu en drukt op Enter. Typ dan in het opdrachtvenster het commando ipconfig en druk op Enter. Je krijgt nu de IP-configuratie van de computer te zien. Belangrijk daarvan zijn vooral het IP-adres en standaardgateway.

Een eerste essentiële netwerktest is het controleren van de verbinding met de standaardgateway, de router, de deur naar het volgende netwerk en het internet. Je controleert de verbinding met de default gateway met het commando ping gevolgd door het IP-adres van de default gateway. Bijvoorbeeld ping 192.168.1.254. Je moet dan vier keer een antwoord krijgen. Krijg je geen antwoord, dan dien je als eerste de netwerkverbinding van de computer met het eigen netwerk te controleren.

Tip 04 "Request timed out" en "Desination host unreachable" zijn ping-foutmeldingen die laten zien dat de verbinding met de router niet goed werkt.

Tip 05: Meer commando's

Ben je de kabels in een verbinding aan het controleren, dan kan het al snel handig zijn continu de verbinding met de default gateway te controleren. Dat kan door in de opdrachtprompt het commando ping gevolgd door het IP-adres van de router en dan -t te typen. Bijvoorbeeld ping 192.168.1.254 -t. De computer blijft nu pakketjes naar de router sturen en zal telkens een antwoord of een foutmelding geven. Je stopt het commando via Ctrl+C.

Een ander geavanceerd commando is nslookup waarmee je kunt opvragen welk IP-adres bij de naam van een website hoort. Bijvoorbeeld nslookup www.google.com. Krijg je nu netjes een IP-adres terug, dan weet je dat de DNS-service op je netwerk, die alle computers bij het surfen gebruiken, werkt. Bovendien kun je het IP-adres dan weer pingen om de verbinding met het internet te controleren. Met het commando tracert gevolgd door het IP-adres van een site op internet, kun je tot slot de route naar die site controleren. Je ziet dan alle tussenliggende stations in de weg tussen je computer en die site, met je eigen standaardgateway als eerste.

Tip 05 Vraag met nslookup het IP-adres van een site op en ping en trace die dan om de verbinding te testen.

De netwerkshell

Netsh is een hulpprogramma dat je kunt starten binnen de opdrachtprompt. Je kunt het gebruiken om heel specifieke informatie over de netwerkconfiguratie te krijgen. Het is vooral handig ook bij het zoeken van fouten in een draadloos netwerk. Daarvoor heeft het namelijk een paar leuke commando's in huis die dan veel meer informatie geven dan Windows standaard laat zien.

Open eerst de Opdrachtprompt via Start / Alle programma's / Bureau-accessoires / Opdrachtprompt. Met het commando netsh en dan een druk op Enter schakel je nu over naar de 'netwerkshell', de prompt in het venster verandert nu ook van de standaard C:\-prompt in een netsh>-prompt. Met het commando wlan show interfaces plus Enter krijg je een overzicht van de beschikbare draadloze netwerkadapters en met wlan show all plus Enter krijg je een overzicht van alle beschikbare draadloze netwerken. Heel handig is dat dit laatste commando direct bij elk draadloos netwerk heel nauwkeurig de signaalsterkte toont plus het ondersteunde netwerkprotocol, de beveiliging en het gebruikte kanaal.

Door een vraagteken (?) te typen gevolgd door een druk op Enter, krijg je een overzicht van alle andere opties. Om de netwerkshell te verlaten typ je het commando bye gevolgd door Enter.

Het commando netsh is vooral in combinatie met draadloze netwerken handig.

Tip 06: Verbinding bewaken

Het programma WinMTR is een gratis hulpprogramma om de verbinding met een site op het internet continu te controleren. Het voert een combinatie van ping en tracert uit en laat grafisch de resultaten zien. WinMTR is gratis te gebruiken en is in een 32- en 64bit-versie te downloaden. Download de versie van je keuze.

Open het archiefbestand (zip) en klik op Alles uitpakken. Ga dan naar de juiste map en klik op het bestand WinMTR.exe om het programma te starten. Typ nu bij Host de naam of het IP-adres van de site die je wil controleren. Gebruik bijvoorbeeld google.com of het IP-adres daarvan, wanneer je de verbinding met internet wil bewaken. Klik op Start. Om de actie te stoppen klik op Stop, om het programma te verlaten op Exit. Via de kopieer- en exporteerfuncties kun je de gegevens van het programma in een ander programma gebruiken.

Tip 06 WinMTR geeft een live beeld van de kwaliteit van een verbinding naar een site op internet.

Tip 07: DNS uitvragen

DNS staat voor Domain Name System. Het is de naam van het systeem en tevens het netwerkprotocol dat de naam van een site vertaalt naar een IP-adressen. DNS speelt ook een belangrijke rol bij e-mail. Van elk e-mailbericht dat je verstuurt, wordt via DNS bepaald naar welk IP-adres van de e-mailserver het bericht moet worden gestuurd. Centraal in het systeem staan de Domain Name Servers die grote tabellen bijhouden met namen van websites en IP-adressen.

Wanneer je aan zo'n server een naam vraagt, krijg je het IP-adres en andersom. Zo'n DNS-server een vraag stellen kun je doen via het commando nslookup dat je gebruikt in het venster van de Opdrachtprompt. Bijvoorbeeld nslookup www.google.com (zie ook tip 5). Maar het gaat uitgebreider met het programma DNSDataView.

Ga naar http://tipsentrucs.link.idg.nl/dnsdv. Klik op Download DNSDataView en open het zip-bestand. Klik op Alles uitpakken en start dan DNSDataView.exe. Typ nu in het venster bij Domain List de namen van de sites die je wil onderzoeken. Klik op OK. Je ziet dan van de gevraagde domeinnamen alle relevante informatie. Vergelijk deze met die van de nslookup. Soms zijn er verschillen die vooral bij ftp tot fouten kunnen leiden. Vaak is het dan de schuld van de provider, die je opvraging via nslookup (de manier van de computer) niet correct afhandelt.

Reageert helemaal niets, zet dan de router uit en aan. De router is namelijk veelal de DNS-forwarder in het thuisnetwerk die alle DNS-vragen doorstuurt.

Tip 07 Echt geïnteresseerd in de werking van DNS? Op Wikipedia vind je goede uitleg over de verschillende soorten records.

Tip 08: Netwerkgebruikers

Steeds meer apparaten gebruiken het draadloos netwerk. Draadloos betekent ook onzichtbaar, want wie zit er allemaal op het draadloos netwerk? Fing maakt die gebruikers zichtbaar. Ga naar www.overlooksoft.com en klik op Download Now. Selecteer je besturingssysteem (waarschijnlijk Windows). Download het programma naar de pc en start daarna de installatie. Start dan het programma Fing via de snelkoppeling in het startmenu.

Fing heeft op Windows geen mooi grafisch scherm, het gebruikt tekstopdrachten in een opdrachtprompt. Het programma stelt je een aantal vragen over wat het moet doen.

Weet je niet wat je moet kiezen, druk dan Enter voor het standaard antwoord. Kies bijvoorbeeld D voor Discovery, druk op Enter bij het netwerk, kies 1 voor het aantal rondes, N bij de Domain Names, Text als outputformaat, T voor tabelformaat, C voor output op het scherm en Y om de opdracht nu uit te voeren. Even later zie je netjes alle op dat moment actieve gebruikers van het draadloos netwerk met IP-adres, MAC-adres en het soort apparaat.

Tip 08 De Windows-versie van Fing is wat spartaans maar geeft waardevolle informatie.

Tip 09: DHCP-reserveringen

Behalve de gebruikers van het draadloos netwerk, kunnen ook de gebruikers van het bedrade netwerk soms lastig te vinden zijn. Of juist omgekeerd: je krijgt bij een ping antwoord van een apparaat maar je hebt geen idee welk apparaat dat is. Het eerste dat je kunt doen is inloggen op de router.

Sommige routers hebben zelf grafisch overzicht van alle gebruikers van het netwerk. Een andere mogelijkheid is de DHCP-serverlogging te bekijken. De DHCP-server draait op de router en geeft alle apparaten die zich op het netwerk melden een IP-adres. Vaak kun je op de router zien welke apparaten een IP-adres hebben gekregen. Open je browser en typ in de adresbalk het IP-adres van de router.

Log in met gebruikersnaam en wachtwoord. Zoek dan naar DHCP-reserveringen dat vaak bij het onderdeel Netwerk of LAN zit. Open het onderdeel en je ziet een overzicht van de apparaten die op dat moment actief zijn of enkele dagen ervoor nog actief zijn geweest op het netwerk en die via DHCP een IP-adres hebben gekregen. Dat zijn ze dus niet allemaal, maar vaak wel de meeste.

Tip 09 De lijst met DHCP-reserveringen toont niet de actuele gebruikers maar wel de meest recente gebruikers van het netwerk.

Tip 10: PortScan

De DHCP-reserveringslijst toont dus niet het actuele overzicht van de gebruikers van het netwerk. Ook gebruiken de belangrijke apparaten vaak geen DHCP maar hebben deze een vast IP-adres. Dat maakt het vinden van een apparaat op het netwerk soms toch nog lastig.

Een programma dat dan kan helpen is PortScan & Stuff. Dit programma snuffelt op het netwerk naar apparaten, en doet dat op een slimme manier. Steeds meer apparaten zijn zo ingesteld dat ze op een ping-verzoek bijvoorbeeld al niet meer antwoorden, bijvoorbeeld computers met een standaard Windows-firewall doen dat al niet meer. Die apparaten moeten op een andere manier opgespoord worden. Bijvoorbeeld door te kijken of er services actief zijn op een IP-adres, of er gedeelde mappen zijn of dat UPnP actief is.

PortScan & Stuff bekijkt dit allemaal. Ga naar http://tipsentrucs.link.idg.nl/ports. Klik op Download portscan.zip en bewaar het bestand op de pc. Sommige antivirusprogramma's slaan aan bij deze site: ze vertrouwen hem niet. Dit komt niet door malware, maar doordat sommige functies van het programma ook door bijvoorbeeld hackers gebruikt worden.

Tip 10 De downloadsite van PortScan & Stuff wordt door sommige antivirusprogramma's niet helemaal vertrouwd.

Tip 11: Netwerk scannen

PortScan & Stuff heeft geen verdere installatie nodig. Je kunt het dus ook op een usb-stick plaatsen om een ander netwerk onder de loep te nemen (bijvoorbeeld als vrienden je vragen om een oplossing voor hun problemen).

Start het programma via een dubbelklik op PortScan.exe. Het programma kent meerdere tabbladen. Het eerste is Scan Ports waar je een Start IP Address en een End IP Address kunt opgeven. Daarnaast kun je de scanmethode kiezen, alleen op IP-adres via Scan only IP Addresses of uitgebreider via Scan only common ports en Scan all ports.

Voer als beginadres het eerste adres van de IP-reeks van je thuisnetwerk in en als eindadres het laatste. Bijvoorbeeld 192.168.0.1 tot en met 192.168.0.255. Laat het vinkje bij Check SMB Shares staan om ook op gedeelde mappen te controleren. Klik dan Scan om de scan uit te voeren. De lijst met apparaten zal zich langzaam vullen. Je ziet de hosts en van sommige apparaten krijg je ook aanvullende gegevens zoals een naam, het MAC-adres en het type apparaat.

Via het tabblad Search Devices kun je van elk apparaat nog meer gegevens uitvragen zoals ook de versies van software en het model. Hier zie je ook of er mappen worden gedeeld en of een apparaat via de browser benaderd kan worden.

Tip 11 PortScan & Stuff vindt bijna alle apparaten op het netwerk doordat het ook op andere manieren zoekt dan alleen via ping.

Netwerkgereedschap voor de Mac

Ook voor Mac OS X, het besturingssysteem van Apple-computers, zijn er netwerktools beschikbaar die helpen bij het oplossen van netwerkproblemen. Voor een algemene indruk van het netwerk start je de Finder en kies dan Ga / Netwerk. Via Programma's in de linker zijlijn van de Finder kun je de Terminal openen waar je de commando's ping, traceroute en nslookup vindt. Ping blijft op de Mac altijd oneindig doorgaan, afbreken gaat via Ctrl+C. Typ in het zoekvak het woord Netwerk en je vindt Netwerkhulpprogramma.

Dit biedt grafische versies van de genoemde commando's, maar ook nieuwe zoals Whois om uit te zoeken wie de eigenaar van een IP-adres op internet is, en Portscan. Met deze laatste vraag je de services die geopend zijn op een bepaalde computer uit, door het IP-adres of de domeinnaam in te typen en op Portscan te klikken. Een mooi stuk gereedschap voor de analyse van draadloze netwerken is NetSpot.

De gratis versie van dit programma geeft een mooi overzicht van de draadloze netwerken en de instellingen die gebruikt worden. Ook zie je bij elk netwerk de signaalsterkte weergegeven.

Het Netwerkhulpprogramma van Mac OS X biedt een grafische schil voor bekende netwerkcommando's.