Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord

19 tips voor fraaie foto's

Door: Kees Krick | 23 juni 2010 12:21

None
Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4

Uw foto's worden veel mooier als u uw camera niet in een impuls ergens op richt om vervolgens meteen op de ontspanknop te drukken. Een moderne camera maakt onder de meeste omstandigheden volledig automatisch een prima foto, maar met onze tips verandert u een simpel kiekje in een echte topplaat!

1. Macrofoto's

Met een camera dicht op een bloem, een diertje of zomaar een willekeurig voorwerp kruipen, wordt ook wel macrofotografie genoemd. Omdat u daarbij dicht op het onderwerp zit, hebt u te maken met een beperkte 'scherptediepte'. De scherptediepte geeft aan welk gebied rond uw foto-onderwerp scherp in beeld kan worden gebracht. Bij een macrofoto kan de scherptediepte zó klein zijn, dat u een bloem of beestje niet van voor tot achter scherp op de plaat krijgt. Dat hoeft ook niet altijd, maar het is een stelregel dat bij een dier dan toch minstens de ogen scherp moeten zijn. Om voldoende van het onderwerp scherp te krijgen, speelt u met het diafragma terwijl u op het schermpje beoordeelt of het resultaat bevalt. Voor meer scherpte kiest u voor een groter diafragma-getal. Daarbij stroomt er minder licht door de lens en neemt de sluitertijd toe. Gebruik bij voorkeur een statief, om trillingsonscherpte te voorkomen.

2. Wazige achtergrond

Macrofoto's worden nog mooier als de achtergrond wazig is, zodat hij minder van het hoofdonderwerp afleidt en het onderwerp er extra goed uitspringt. Met een spiegelreflexcamera is dat redelijk eenvoudig voor elkaar te krijgen, maar met een compactcamera lukt het minder goed. Voorwerpen op de achtergrond kunnen daarmee wel een beetje onscherp worden gemaakt, maar ze vervagen niet zo mooi als met een reflexcamera. Een reflexcamera kan een heel kleine scherptediepte bereiken, terwijl bij een compactcamera juist heel veel van de omgeving scherp blijft. Het zijn nu eenmaal verschillende soorten camera's. Zoek in alle gevallen een zo rustig mogelijke achtergrond, door een goed standpunt uit te kiezen. Loop of kruip eerst om uw onderwerp heen en bekijk het vanuit allerlei hoeken, voordat u begint te schieten. Een achtergrond die bestaat uit egaal gekleurde vlakken (lucht, weiland, aarde, bladerdek), werkt bijvoorbeeld erg goed.

De achtergrond is wazig, maar toont voldoende details om te weten dat dit een flinke struik is.

3. Scherpe macrofoto's

Scherpstellen op iets dat zich enkele centimeters vóór de camera bevindt, is nog best lastig. Zeker als u het toestel in uw handen houdt. U bent niet van beton gemaakt, de kans bestaat dus dat u de camera iets beweegt op het moment dat u afdrukt. Daardoor kan de macrofoto onscherp zijn en dat is zonde! Gebruik daarom liever een statief. Daarmee is secuur scherpstellen geen toevalstreffer meer en bovendien houdt u zo uw handen vrij. Blijft alleen het onderwerp zelf nog over. Blaadjes bewegen in de wind en dieren zijn slechte fotomodellen omdat ze rustig verder kruipen. Beoordeel per situatie hoe u het onderwerp het beste scherp op de foto krijgt. Zo hebt u op een windstille dag meer mogelijkheden dan tijdens een wilde storm, en bij een slak meer tijd om alles in te stellen dan bij een mier.

4. Macrolens

Er is verschil tussen een echte macrolens en de macrostand zoals die op veel camera's zit. Met compactcamera's en superzooms kunt u in de groothoekstand van heel dichtbij op een onderwerp scherpstellen door de camera eerst op de macrostand te zetten. Dankzij de groothoek krijgt u een enorme scherptediepte, waardoor de achtergrond niet zo mooi onscherp wordt. Om in de telestand een macrofoto te maken moet u meestal een flinke afstand nemen, anders kan de camera niet scherpstellen. Ook dan is de achtergrond nog goed herkenbaar. Hoewel dit wel 'macro' wordt genoemd, is het dat eigenlijk niet. Om een echte macrofoto te maken hebt u een spiegelreflexcamera met een speciale macrolens nodig. Dankzij de beperkte scherptediepte lukt het daarmee prima om de achtergrond te laten vervagen.

Een bloem van heel dichtbij.

5. Regelaars

Met een spiegelreflexcamera kunt u heerlijk met de scherpte en onscherpte in een foto spelen, door in de A(v)-stand zelf een diafragmawaarde te kiezen. Bij een lage waarde als f/2.8 is de scherptediepte kleiner dan bij een hoge waarde als f/11 of f/22. Zo kunt u doelbewust de aandacht op een deel van de foto vestigen. Hoe groter het diafragmagetal, hoe kleiner de lensopening. Omdat bij een kleine opening minder licht wordt opgevangen, moet de camera langer belichten. Dat regelt de camera door een langere sluitertijd te gebruiken, maar dit kunt u uiteraard ook zelf afstellen in bijvoorbeeld de T(v)- of de M-stand. Een korte sluitertijd zoals 1/1000 seconde gebruikt u als er veel licht is en als u snel bewegende onderwerpen scherp op de foto wilt krijgen. Langere sluitertijden gebruikt u als het donkerder is of als u een bewegend onderwerp expres 'streperig' wilt vastleggen.

0 Reacties op: 19 tips voor fraaie foto's

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.