Aan de slag met de Raspberry Pi 3

Door: Koen Vervloesem | 17 juni 2016 14:06

How To

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2

Eind vorig jaar kwam de Raspberry Pi Zero uit, een gestripte versie van het minicomputertje. En de jongste telg in de familie is de Raspberry Pi 3. Dit model is niet alleen sneller dan zijn voorganger door de 64bit-quadcore-processor, maar heeft ook wifi en bluetooth ingebouwd.

01 Snellere Raspberry Pi 2

De Raspberry Pi 3 heeft dezelfde afmetingen als zijn voorganger en is ook volledig compatibel met de Raspberry Pi 2. Alleen de leds zijn verplaatst, waardoor niet alle behuizingen voor model 2 geschikt zijn voor het nieuwe model. Lees ook: Windows 10 op je Raspberry Pi.

Voor de rest zijn alle bekende aansluitingen aanwezig, inclusief 4 usb-poorten, 40 GPIO-pinnen, een HDMI-aansluiting, een ethernetpoort, 3,5mm-jack voor audio en composiet-video, camera-interface (CSI) en display-interface (DSI) en een microSD-kaartslot. Ook de 1 GB RAM kennen we van de Pi 2. Veel hetzelfde dus, maar de processor heeft een belangrijke upgrade gekregen: de BCM2837 nu is een 1,2 GHz 64bit-quadcore ARMv8-cpu.

02 Wifi en bluetooth

Het belangrijkste verschil met zijn voorganger is de onboard-ondersteuning voor wifi en bluetooth. De wifi-chip ondersteunt 150 Mbit/s 802.11n op 2,4 GHz. De Pi 3 heeft ook bluetooth 4.1 Low Energy (BLE) ingebouwd. Dat is handig voor allerlei toepassingen in huis, bijvoorbeeld voor communicatie tussen je Pi en je smartphone of bluetooth-speakers.

Welke Raspberry Pi gebruiken?

Met alle verschillende modellen die er ondertussen bestaan, weet je misschien niet meer welke Pi je het beste gebruikt. Als je zoveel mogelijk processorkracht nodig hebt, zoals voor een mediacenter of domotica-controller die veel apparaten aanstuurt, is de keuze eenvoudig: de Raspberry Pi 3 met zijn 64bit-quadcore-processor en 1 GB RAM verslaat zijn broertjes ruimschoots. Ook voor draadloze toepassingen zet je het best het nieuwste model in, omdat je dan geen wifi- of bluetooth-adapter meer nodig hebt. Heb je minder zware vereisten, dan hangt alles van de focus van je project af. Voor servertoepassingen volstaat de Raspberry Pi Model B+ of de Pi 2. Voor sensortoepassingen met weinig stroomverbruik kies je beter voor de Raspberry Pi Model A+ of Zero, maar die hebben geen ethernet.

03 Raspbian installeren

In dit artikel gaan we Raspbian installeren. We kiezen op de downloadpagina voor het image van Raspbian Jessie. Heb je geen grafische interface nodig, dan volstaat ook Raspbian Jessie Lite, waardoor je meer ruimte vrijhoudt op je microSD-kaart. Pak het zip-bestand uit, steek een microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en start het programma Win32 Disk Imager. Kies de schijfletter van je microSD-kaart, selecteer het img-bestand van Raspbian en klik op Write om het besturingssysteem naar je kaartje te schrijven.

04 Pi 3 opstarten

Als het image naar je microSD-kaartje is geschreven, steek dit dan in het daarvoor bestemde slot onderaan de Pi 3. Sluit je tv-scherm of computermonitor via een HDMI-kabel aan en een toetsenbord via usb. Sluit de Pi 3 voorlopig via een ethernetkabel op je netwerk aan. Tot slot steek je de voedingsadapter in je micro-usb-aansluiting, waarna de Pi 3 opstart. Uiteindelijk krijg je ofwel de grafische interface ofwel (met de Lite-versie) de inlogprompt te zien. Vul in het laatste geval als gebruikersnaam pi in en op de volgende regel als wachtwoord raspberry.

05 Eerste configuratie

Je bent nu ingelogd en kunt opdrachten uitvoeren. Voer allereerst het commando sudo raspi-config uit. Kies in het menu Expand Filesystem en druk op Enter. Hiermee vergroot je tijdens de volgende opstart het rootbestandssysteem zodat dit de volledige grootte van je microSD-kaart inneemt. Druk op OK en ga dan in het hoofdmenu naar Change User Password. Druk op OK en geef een nieuw wachtwoord voor de gebruiker 'pi' in. Bevestig hetzelfde wachtwoord een tweede keer. Eenmaal terug in het hoofdmenu ga je met de tabtoets naar Finish en druk je op Enter. Volg de suggestie om je Pi te herstarten.

06 Wifi grafisch instellen

Gebruik je de Raspberry Pi 3 als een minidesktopmachine, dan werkt wifi direct zonder drivers. Heb je in raspi-config Enable Boot to Desktop ingesteld, dan start de grafische desktop automatisch; anders start je die op met de opdracht startx op de opdrachtregel. Klik op het netwerkicoontje helemaal bovenaan rechts om de lijst van beschikbare wifi-netwerken te zien. Klik op het gewenste netwerk, geef je wachtwoord in en klik op OK om te verbinden. Blijf je met je muiscursor boven het icoontje hangen, dan krijg je je IP-adres te zien. Je kunt nu desgewenst de ethernetkabel losmaken en draadloos op je Pi surfen.

07 Wifi scannen via de prompt

Gebruik je de Raspberry Pi 3 als een server en heb je daardoor geen grafische interface geïnstalleerd (bijvoorbeeld als je het Lite-image voor de installatie gebruikte), dan heb je een andere aanpak nodig. Log in op je Pi via of het toetsenbord of via PuTTY vanaf een andere computer. Geef de opdracht sudo iw wlan0 scan|less in. Scrol door de uitvoer met de pijltjestoetsen en zoek naar regels die beginnen met SSID. Onthoud de naam van het gewenste netwerk (die achter SSID wordt getoond). We gaan ervan uit dat het netwerk met WPA2 is beveiligd. Stop het scrollen met een druk op de Q-toets.

08 Wifi instellen via de prompt

Open het juiste configuratiebestand met de opdracht sudo nano /etc/wpa_supplicant/wpa_supplicant.conf. Ga helemaal naar onderen in het bestand en voeg daar de regels network={, ssid="MijnSSID", psk="MijnWachtwoord" en } toe. Hierbij vul je in plaats van MijnSSID en MijnWachtwoord de gegevens voor je eigen wifi-netwerk in. Sla het bestand op met Ctrl+O en sluit het af met Ctrl+X. Wacht nu enkele seconden tot het programma wpa_supplicant je wijzigingen in zijn configuratiebestand heeft opgemerkt en kijk met ifconfig wlan0 of je wifi-netwerkverbinding een IP-adres heeft gekregen. Zo niet, herstart dan met sudo reboot en probeer hetzelfde. Je kunt nu de ethernetkabel losmaken.