Altijd een back-up

Door: Robbin Ooijevaar | 08 juli 2011 17:07

Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4

Het is helaas de harde realiteit dat computergebruikers slachtoffer kunnen worden van diefstal, een virus of een kapotte harde schijf. Een goede back-up is in dat soort gevallen uw enige redding. In dit artikel leest u hoe u zo min mogelijk werk hebt aan het onderhoud van een goede reservekopie van uw belangrijkste bestanden.

1. Externe schijf

In principe is het mogelijk om een back-up op te slaan op cd's of dvd's, maar erg gebruiksvriendelijk is deze methode niet. De capaciteit van deze opslagmedia is dusdanig beperkt dat het back-uppen een vervelende klus wordt, waardoor u ertoe verleid wordt om de klus te verzaken. Het ideale opslagmedium is een externe harde schijf. Als u een dergelijk apparaat wilt kopen, moet u altijd voor een versie met een klein fysiek formaat kiezen. Een van de voordelen van een kleine schijf is dat hij stroom krijgt via de usb-aansluiting, zodat u geen externe voeding hoeft aan te sluiten. Kleine schijven zonder externe adapter herkent u in de winkel aan een aanduiding als 'mobile' of iets dat hier op lijkt. De schijf werkt als een usb-stick: u plugt hem in uw computer, ziet de schijfletter verschijnen in (Deze) Computer en vervolgens is hij direct klaar voor gebruik. Voor een schijf met een capaciteit van 500 GB betaalt u ongeveer 70 euro. Behalve voor back-ups kunt u zo'n schijf ook gebruiken om bijvoorbeeld grote bestanden mee te nemen naar een vriend of familielid. Tegen een geringe meerprijs koopt u een externe schijf van het type 'usb 3.0'. Dat is met het oog op de toekomst een verstandige keuze. Een usb3.0-schijf kunt u ook met de huidige usb2.0-aansluiting van uw computer gebruiken.

Een externe harde schijf is een zeer geschikt medium om back-ups op te slaan.

2. FAT32 of NTFS?

De 'technische' indeling van uw back-upschijf is bepalend voor de maximale omvang die een bestand mag hebben. Onder Windows komt u twee typen indelingen tegen: FAT32 en NTFS. Voor back-updoeleinden (waarbij de bestanden zeer groot zijn) is NTFS de meest geschikte variant. Om uw externe schijf van deze indeling te voorzien, sluit u hem aan en gaat u via het Start-menu naar Computer. Klik met rechts op de schijfletter van de schijf en vraag de eigenschappen op. De huidige schijfindeling vindt u in het tabblad Algemeen achter Bestandssysteem. Als hier iets anders staat dan 'NTFS', is het aan te raden om de schijf opnieuw in te delen. Let wel goed op: tijdens dit proces wordt de schijf volledig gewist! Als u bestanden op de schijf hebt staan die u niet kunt missen, moet u ze eerst via de Windows-verkenner naar uw harde schijf kopiëren, en nadat u de schijf opnieuw hebt ingedeeld weer terugzetten. Ook om een nieuwe indeling aan te brengen, opent u Start / Computer en klikt u met rechts op de schijfletter van uw externe harde schijf. Kies Formatteren, selecteer bij Bestandssysteem de indeling NTFS en deel de schijf opnieuw in.

NTFS is de meest geschikte indeling als u back-ups en andere grote bestanden wilt opslaan.

3. Back-up en synchronisatie

Het begrip 'back-up' wordt nog wel eens verward met 'synchronisatie'. Er zijn wat overlappingen, maar er is ook een wezenlijk verschil tussen deze twee begrippen. Als u een back-up maakt, stelt u specifieke bestanden of de volledige inhoud van uw computer veilig. Hierbij worden uw gegevens van A (uw computer) naar B (externe harde schijf) gekopieerd. Bij synchronisatie worden bestanden tussen A en B in twee richtingen gekopieerd en verwijderd, zodat de inhoud van beide opslaglocaties identiek is. Zo kunt u bijvoorbeeld de content van een werkmap op uw bureaublad gelijktrekken met die op uw usb-stick. Onderweg of op een andere computer werkt u op de stick, bij thuiskomst zorgt de synchronisatie ervoor dat aanpassingen aan bestanden over en weer worden bijgewerkt. Ook bij sommige back-ups is er sprake van een vorm van synchronisatie. Het back-upprogramma controleert in dat geval welke bestanden nieuw zijn en nog niet op de back-upschijf zijn weggeschreven. Dat heeft als voordeel dat alleen gewijzigde bestanden opnieuw worden gekopieerd.

Bij een back-up wordt een reservekopie van de inhoud van plaats A bewaard op plaats B. Bij bij synchronisatie worden bestanden tussen A en B over en weer gekopieerd en gewist.

4. Bestandsback-up

Globaal kunnen twee manieren worden onderscheiden waarop u bestanden veilig kunt stellen: een bestandsback-up en een imageback-up. Bij een bestandsback-up worden bestanden gekopieerd naar de externe harde schijf. Dit is vergelijkbaar met de situatie waarin u bestanden handmatig kopieert via de verkenner. Zonder extra software te installeren, kunt u de schijf vervolgens aan een andere computer koppelen en de bestanden inlezen of terugzetten. Voordat u op deze manier een reservekopie maakt, is het van belang dat u precies weet wat u wilt back-uppen en waar de bestanden precies staan. De praktijk leert dat bij deze methode de kans groot is dat er documenten zijn die u vergeet mee te nemen in de back-upprocedure.

Bij een bestandsback-up moet u weten waar de programma's die u gebruikt alle bestanden opslaan.

5. Imageback-up

Een image is eigenlijk een soort foto van uw complete systeem, hij omvat een reservekopie van uw volledige harde schijf, inclusief Windows en alle bestanden. Als u bestanden vanuit de back-up terug wilt zetten, moet u gebruikmaken van back-upsoftware. U kunt de bestanden meestal niet direct benaderen vanuit de verkenner. Een groot voordeel van een imageback-up is dat u met een speciale cd uw volledige computer kunt 'herstellen', zelfs als Windows niet meer start. Deze herstel-cd (in sommige gevallen kan het ook om een usb-stick gaan) maakt u vanuit de back-upsoftware. Verderop in dit artikel leest u meer over deze procedure.

Als u een imageback-up hebt gemaakt, kunt u uw systeem volledig herstellen via een herstel-cd, zelfs als Windows niets meer doet.