De gevaarlijke kant van 'tech'

Door: | 08 november 2013 18:11

Apple

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3

ACHTERGROND - Je hebt waarschijnlijk wel een laptop, pc, tablet of smartphone. Als we zouden vragen wat er in deze apparaten zit, dan noem je wellicht onderdelen op als een harde schijf, processor of flashgeheugen. Slechts weinig mensen zouden gevaarlijke elementen als arseen, lood of kwik noemen.

We gaan in dit artikel in op een minder leuke kant van technologie, maar we proberen je met dit verhaal absoluut niet bang te maken. We houden van onze tech-speeltjes en uiteraard willen het liefst de lichtste en snelste notebook, de coolste smartphone, de grootste HD-televisie en het zuiverste audiosysteem.

Maar hoe mooi al deze spullen ook zijn, we kunnen niet ontkennen dat er ook een minder leuke kant aan zit. Onze elektronica bestaat uit duizenden elementen en andere grondstoffen. Vrijwel altijd zitten de genoemde gevaarlijke stoffen ingesloten in het apparaat, al komen ze meestal tijdens normaal gebruik niet vrij. Voor onszelf zijn deze gevaarlijke stoffen dan ook meestal niet zo schadelijk, maar voor- en nadat we een apparaat bezitten is dat anders.

We gaan er bij de aanschaf van een apparaat vanuit dat de enige prijs die we betalen het prijskaartje in de winkel is. Onze gadgets zitten echter vol met stoffen die het grondwater en de lucht vervuilen op de plekken waar ze gewonnen, verwerkt en afgedankt worden.

Meestal zijn de slachtoffers productiemedewerkers die de apparatuur die we hier gebruiken vervaardigen. Sommige van de gebruikte giftige stoffen komen uiteindelijk wel degelijk bij ons, de consument, terecht. Soms lekken giftige stoffen tijdens normaal gebruik uit een apparaat of wanneer het beschadigd raakt. Een gebroken beeldscherm of HD-televisie kan je bijvoorbeeld blootstellen aan kwik. En als we het breder bekijken, komt uiteindelijk iedere vervuilde rivier waar ook ter wereld uit in zee en raken de oceanen waar we allemaal afhankelijk van zijn steeds verder vervuild.

De Europese Unie weert of reguleert middels strenge regels de meeste van de genoemde schadelijke stoffen en beperkingen hier kunnen er voor zorgen dat bepaalde giftige stoffen wereldwijd niet of significant minder gebruikt worden. Bedrijven willen liever geen aparte productielijnen voor bijvoorbeeld de Europese Unie opzetten.

Barbara Kyle van de Electronics Takeback Coalition, een Amerikaanse organisatie die zich inzet voor groene productie en duurzame recycling, vindt dit echter niet heel goed nieuws. "Ze zijn gestopt met bepaalde chemicaliën, maar wat we niet weten, is wat ze in plaats daarvan gebruiken. De vervangers hoeven niet per se beter te zijn."

Wat kan je doen?

Wat kan je zelf doen, naast absurde maatregelen als het verkopen van je auto, het zelf verbouwen van gewassen en geen elektriciteit meer gebruiken? Ten eerste kan je met meer dan alleen financiën rekening houden als je een nieuwe gadget aanschaft. Vraag jezelf af of je een aanschaf kunt uitstellen. Als je iedere drie jaar een nieuwe smartphone aanschaft in plaats van iedere twee jaar, dan verminder je de impact met een derde.

Als tweede kan je het standpunt van de fabrikant ten opzichte van het milieu proberen te achterhalen. Als derde kan je bewust afstand doen van je kapotte of voor je achterhaalde elektronica. Kapotte elektronica gooi je uiteraard niet in de vuilnisbak, maar lever je voor recycling in bij het verkooppunt van je nieuwe aanschaf of bij de milieustraat. Soms is een milieustraat gecombineerd met een kringloopwinkel en wordt bruikbare elektronica verkocht. Je kunt ook overwegen werkende apparatuur zelf te verkopen of weg te geven.

Tot slot is het handig om geïnformeerd te zijn: wat zijn de gevaarlijke stoffen die gebruikt worden in je elektronische spulletjes? Wij hebben alvast negen van de meest zorgwekkende stoffen - zowel elementen als samenstellingen of verbindingen - op een rij gezet die in gadgets gebruikt worden.

Je computer, smartphone, televisie en andere elektronica bevatten hoogstwaarschijnlijk: arseen, beryllium, cadmium, lood, kwik, weekmakers, polyvinylchloride, brandvertragers en zeldzame aardmineralen.

We kunnen onze tech en daarmee onszelf al veiliger maken door ons bewust te zijn van de impact die onze gadgets hebben. Repareer gadgets indien mogelijk in plaats van ze te vervangen, verkoop ze of doneer achterhaalde spullen. Koop producten met minder verpakkingsmateriaal, koop geen goedkope producten met een korte levensduur en dank apparatuur op de juiste manier af.

Als we in staat zijn een smartphone te maken die altijd met internet verbonden is, dan zouden we toch ook zo slim moeten zijn om te voorkomen dat een telefoon op een vuilnisbelt beland als het volgende nieuwe speeltje verschijnt.

Zeldzame aardmineralen

Tenzij je het periodiek systeem voor de lol bestudeert, heb je waarschijnlijk nooit gehoord van europium, promethium, thulium of yttrium. Deze vier elementen behoren tot de zeldzame aardmineralen, ook wel zeldzame aardmetalen of gewoon zeldzame aarden genoemd.

Zoals hun naam impliceert is er lastig aan te komen, maar ze zijn wel noodzakelijk. Ze zijn onder andere terug te vinden in smartphones, magneten en HD-televisies. Ze vormen ook belangrijke ingrediënten in veel 'groene' technologie waaronder windmolens, elektrische auto's en spaarlampen.

Het delven en zuiveren van zeldzame aarden is echter alles behalve een groen proces. Het centrum van de wereldwijde delving is de stad Baotou in Binnen-Mongolië in China. De Britse publicatie Guardian Weekly zegt er het volgende over: "De vervuilde wateren van de residubekken bevatten allerlei giftige chemicaliën, maar ook radioactieve elementen zoals thorium, die, als ze worden ingeslikt kanker van de alvleesklier en longen, en leukemie veroorzaken."

Sommige bedrijven zijn op zoek naar groenere manieren voor de delving en verwerking van zeldzame aardmineralen. Hoe succesvol dergelijke inspanningen zijn blijft echter nog een open vraag.

Het delven van zeldzame aardmineralen om smartphones te maken kan een significante bron van milieuvervuiling zijn.

Gebromeerde vlamvertrager

Toen ze net verschenen leken chemische vlamvertragers een erg goed idee. Per slot van rekening wil je niet dat je gadgets in vlammen uitbarsten als er iets mis gaat. Maar je wilt waarschijnlijk ook niet dat je toekomstige kinderen met aangeboren afwijkingen ter wereld komen. In een ideale wereld zou het geen keuze moeten zijn tussen het een of het ander.

Gebromeerde vlamvertragers (BFR) bestaan uit verschillende chemicaliën die toegevoegd worden aan gadgets (en andere producten zoals meubels) om de kans te verminderen dat ze in brand vliegen. Veel brandvertragers waaronder polygebromeerde difenylethers (PBDE) zijn persistent en worden niet biologisch afgebroken. Zodra ze in het lichaam zitten, blijven ze ook daar.

Voor de mensen die producten vervaardigen en ontmantelen vormen ze het grootste gevaar. Het is echter ook mogelijk voor consumenten om blootgesteld te worden aan vlamvertragers, maar ironisch genoeg vooral bij brand. Je telefoon zou vlamvertragers kunnen bevatten, maar het is meer waarschijnlijk dat ze in je televisie of monitor zitten. Of in je bankstel en kinderkleding.

Veel bedrijven zijn op zoek naar alternatieven voor gebromeerde vlamvertrager en ze zijn in toenemende mate verboden. Maar of deze alternatieve vlamvertragers echt een verbetering zijn, moet toekomstig onderzoek uitwijzen.