Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord

Fotoformaten

Door: Jeroen Horlings | 15 mei 2012 15:27

None
Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4

Naast het populaire jpeg-formaat, zijn er nog veel andere beeldformaten waarin u foto's en afbeeldingen kunt opslaan. Wanneer slaat u bijvoorbeeld een bestand op als png, en wat doet u met een eps-bestand? In dit artikel bespreken we de zin- en onzin van alle gangbare fotoformaten en bijbehorende zaken als resolutie als compressie.

Op uw computer bevinden zich afbeeldingen in allerlei bestandsformaten. Een foto die u van een camera afhaalt is meestal opgeslagen als jpg, terwijl een afbeelding die u van internet download vaak het png-formaat heeft. We beginnen in dit artikel bij het maken van een foto, want hier beslist u al een hoop over de foto. We achterhalen de waar- en onwaarheden rondom resolutie, compressie en pixels. Vervolgens bespreken we standaard beeldformaten, programma-afhankelijke beeldformaten en beeldformaten van de toekomst.

Deel 1: Een foto maken

1. Instellen in de camera

Als we het over beeldformaten hebben, dan zijn er twee eigenschappen waarop we ze eenvoudig kunnen onderscheiden: met en zonder schadelijke compressie. Bijvoorbeeld het jpeg- en raw-fotoformaat.

Alle digitale camera's slaan foto's op in het jpeg-formaat. Bij het maken van een foto met een digitale camera, kunt u aangeven wat de kwaliteit van de opgeslagen foto's moet worden. Kiest u voor hoge kwaliteit dan wordt er weinig compressie toegepast, bij een lagere kwaliteit is er veel compressie. Naarmate er meer compressie wordt gebruikt, wordt de omvang (in MB's) kleiner, maar gaan er ook details uit de foto verloren.

Digitale spiegelreflexcamera's en de gevorderde klasse compactcamera's ondersteunen naast het jpeg- ook het raw-formaat. Dit formaat slaat de beelden onbewerkt en zonder beeldbewerking op, en gebruikt alleen een vorm van compressie waarbij geen details verloren gaan (zie stap 2). Niet alleen blijft de beeldkwaliteit hierdoor optimaal, ook laten raw-bestanden zich beter bewerken in fotobewerkingssoftware. Alle beeldinformatie, met de exacte kleurgradatie van iedere pixel, is namelijk nog intact. Daardoor is bijvoorbeeld een verkeerde belichting of witbalans van een foto achteraf nog makkelijk te corrigeren. Dit is bij een foto in het jpeg-formaat niet mogelijk.

2. Resolutie en compressie

Stel dat een foto bestaat uit 5000 x 4000 pixels, dan gaat het om een bestand met een resolutie van 20 megapixel. De meeste fotobestanden zijn van het RGB-type (rood-groen-blauw) waarbij 3 bytes aan kleurinformatie per pixel gebruikt wordt. De omvang van een dergelijk bestand komt dus uit op 60.000.000 bytes, oftewel 60 MB. Omdat 60 MB per foto een enorme aanslag pleegt op de opslagcapaciteit, worden foto's altijd gecomprimeerd zodat ze in omvang afnemen. Hoe meer compressie er wordt toegepast, hoe meer foto's er op een geheugenkaart passen.

Er bestaan twee soorten compressie: lossless en lossy. Alleen lossless-compressie heeft geen negatieve impact op de beeldkwaliteit. Met een slim algoritme wordt er onderscheid gemaakt tussen logische en onlogische data, waarbij de volgorde wordt herschikt. Stel dat een foto 10.000 volledig witte pixels bevat, dan neemt het beduidend minder ruimte in beslag om het gebied waar deze witte pixels zich bevinden te onthouden, dan om de locatie van iedere individuele pixel op te slaan. Dit is een non-destructieve compressievorm die ook wordt gebruikt bij zip-bestanden. Alle beeldinformatie blijft intact, dus de kwaliteit gaat niet achteruit. De omvang kan hiermee worden teruggebracht van 60 MB naar circa 20 MB.

De andere compressiemethode is lossy. Deze manier leidt wel tot kwaliteitsverlies, maar bij matig gebruik is dat amper merkbaar. In een foto worden bijvoorbeeld de 100% witte pixels en de pixels die erg dicht daar tegenaan zitten (en voor het oog niet te onderscheiden zijn), opslagen als één kleur. De lichte tonen die zeer dicht tegen wit aanzitten worden samengevoegd, evenals de donkere bij zwart. Een blauwe lucht die bijvoorbeeld uit 100.000 kleurgradaties bestaat, wordt teruggebracht naar 30.000 gradaties. Hetzelfde 20 megapixel-bestand uit ons voorbeeld wordt dan teruggebracht naar circa 5 MB (een factor 12 verschil met het niet-gecomprimeerde bestand van 60 MB). Het verschil is meestal nauwelijks waarneembaar, maar het is er wel. Lossy compressie is altijd destructief, oftewel de kwaliteit neemt af. De schade is afhankelijk van de mate van compressie. Een jpeg-foto van 5 MB is ook best terug te brengen naar 500 KB met behoud van de resolutie, maar er zal dan wel erg veel kleurinformatie verloren gaan. Dit is vooral terug te zien in egale delen, zoals luchten. Voor hoge kwaliteit, zoals afdrukken op posterformaat of in een glossy magazine, is compressie zeer onwenselijk.

Een voorbeeld van destructieve jpeg-compressie. De foto links is met een kwaliteitsnorm van 90% bewaard (4 MB) en de foto rechts met 10% (450 KB). Door compressie ontstaan zogenaamde artefacten met blokkerige pixels en een vlekkerig kleurverloop.

Megapixel

De huidige generatie consumentencamera bevat 12 tot 20 megapixel. Om te bepalen hoeveel u nodig hebt, is het belangrijk om te weten wat een 'megapixel' nu precies betekent. In principe wordt het aantal pixels vaak gezien als kwaliteitsnorm, waarbij geldt 'hoe meer hoe beter'. Deze stelling is echter flink achterhaald, omdat het kwaliteitsverschil tussen een 12 een 20 megapixel-camera vaak minimaal zichtbaar is (en ook sterk afhankelijk is van de sensor en de gebruikte lens). Het aantal megapixel zegt voornamelijk iets over de mogelijkheid om grote afbeeldingen af te drukken. Zo is een foto van 2 megapixel ruim voldoende om af te drukken op het standaard fotoformaat van 10 bij 15 centimeter. Voor een afdruk op A4-formaat hebt u doorgaans zo'n 4 megapixel nodig. Bent u van plan nog grotere afdrukken te maken, dan is het noodzakelijk om meer megapixel te hebben. Reclamemateriaal of publicatie in bladen vraagt een nog hogere afdrukkwaliteit. Dit wordt meestal uitgedrukt in dpi (dots per inch) of ppi (pixels per inch).

In de tabel hieronder krijgt u een overzicht van het aantal megapixel (MP) dat nodig is om een beeld af te drukken. We onderscheiden hier redelijke kwaliteit (150 dpi), goede kwaliteit (200 dpi) en superkwaliteit voor bijvoorbeeld glossy magazines of hoogwaardige posters (300 dpi). Dit is slechts een richtlijn, omdat de kwaliteit van een goede foto van meer factoren afhankelijk is dan alleen van megapixel. Bovendien: hoe groter een poster, hoe groter de afstand wordt waarop deze bekeken zal worden. Een grote poster hoeft dus niet perse op 300 dpi te worden afgedrukt. Ook verschilt de eis per afdruktype. Voor een canvas-afdruk is 150 dpi of minder al voldoende, waardoor een (scherpe!) 6 megapixel-foto ook geschikt kan zijn voor een afdruk van bijvoorbeeld één bij één meter.

0 Reacties op: Fotoformaten

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.