Knoop hardware aan elkaar via uw netwerk

Door: Edmond Varwijk | 12 januari 2011 13:01

Apple

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4
  5. pagina 5
  6. pagina 6

Het aantal uiteenlopende apparaten dat gebruikmaakt van internet en van het thuisnetwerk neemt alsmaar toe. Hoe koppelt u bijvoorbeeld uw gameconsole, mobiele telefoons en iPad aan elkaar en houdt u uw netwerk toch op snelheid? We leggen uit hoe u naar hartenlust al uw hardware in een netwerk aan elkaar kunt knopen.

Netwerkapparatuur

1. Het uitgangspunt

In dit artikel richten we ons op het netwerk bij u thuis, en op de apparaten die ermee zijn verbonden om via dat netwerk met elkaar en met internet te communiceren. Hoewel een internetverbinding niet strikt noodzakelijk is voor een thuisnetwerk, gaan we ervan uit dat u die wel heeft. Ook veronderstellen we dat u weet hoe IP-adressen werken en hoe u het adres van een computer kunt opvragen en aan kunt passen. Wilt u met het artikel aan de slag maar mist u die kennis, of loopt u toch tegen problemen aan? Bezoek dan ons Forum en stel uw vraag in het Netwerken-forum. U krijgt er meestal snel een antwoord, zodat u weer verder kunt.

Op menig thuisnetwerk zijn de computers in de minderheid.

2. Inloggen op de router

De router onderhoudt voor elk apparaat in het thuisnetwerk de verbinding met internet. Vaak vervult een router ook nog aanvullende taken, en die van de DHCP-server is een erg belangrijke. De DHCP-server geeft iedere computer in het netwerk een IP-adres, en dat is noodzakelijk om met de andere computers in het netwerk - maar ook met de servers op internet - te kunnen communiceren. Open een DOS-venster door te navigeren naar Start, Uitvoeren en daar cmd.exe te typen. Vraag met het commando ipconfig het IP-adres en de bijbehorende configuratiegegevens van uw computer op. Noteer het IP-adres van de Standaard Gateway en voer het in op de adresbalk van uw browser. Zet er http:// voor en druk op Enter om de configuratiepagina van de router te openen.

Het IP-adres van de Standaard Gateway biedt meestal toegang tot uw router.

3. IP-adressen

Zoek in de router naar de locatie waar de netwerkinstellingen staan, en meestal ook het IP-adres van de router en de instellingen van de DHCP-server. Deze gegevens zijn belangrijk, want met de IP-adressen bepaalt u welke apparaten later met elkaar kunnen communiceren en welke niet. Ook als u niets hoeft aan te passen is het dus belangrijk om deze informatie te verzamelen. Noteer eerst het IP-adres van de router. De router heeft twee IP-adressen, maar alleen het adres aan de kant van het thuisnetwerk is van belang. Dit zal beginnen met 192.168. of met 10. Zoek vervolgens het subnetmasker. Grote kans dat dit 255.255.255.0 is. Dit betekent dat waar een IP-adres uit vier delen bestaat, de eerste drie ervan voor alle computers hetzelfde moeten zijn. Is het IP-adres van de router 192.168.1.110, dan betekent dit in combinatie met subnet 255.255.255.0 dat alle computers in het thuisnetwerk de adressen 192.168.1.1 tot en met 192.168.1.254 gebruiken.

De netwerkinstellingen van uw LAN zijn bepalend voor hoe apparaten met elkaar kunnen communiceren.

4. De router aanpassen

Als de router niet het .1- of .254-adres in het thuisnetwerk heeft, dan is het handig om dit aan te passen. De .1 is namelijk het eerste adres in het netwerk, de .254 het laatste adres. Door een van beide aan de router te geven is zijn adres gemakkelijk te onthouden. Kijk in de router bij de netwerkinstellingen naar IP-adres router of IP-adres LAN en verander het laatste octet in .1 of .254. Klik vervolgens op Opslaan of OK.

Geef de router bij voorkeur het eerste of het laatste adres in het netwerk, zodat u het gemakkelijk onthoudt.

5. Indeling in groepen

Het is handig om bepaalde adressen binnen het netwerk in een groep samen te zetten. Hebt u voor het thuisnetwerk de adresreeks 192.168.1.1 tot en met 192.168.1.254 beschikbaar, dan kunt u bijvoorbeeld de adressen 192.168.1.200 tot en met 192.168.1.245 gebruiken voor netwerkapparaten, 192.168.1.100 tot 192.168.1.200 voor vaste computers en printers en alle adressen van 192.168.1.1 tot en met 192.168.1.99 voor tijdelijke gebruikers, zoals bijvoorbeeld computers zonder vast IP-adres, notebooks, netbooks en een mobiele telefoon die wifi gebruikt. U hoeft daar niet direct iets voor te configureren, maar moet even rustig de indeling maken. Schrijf hem ook op of maak een kort overzichtje in Excel. Het is altijd handig om een overzicht te hebben.

Maak een overzicht van de manier waarop u de IP-adressen verdeelt.