Oplossingen voor veelvoorkomende netwerkproblemen

Door: Edmond Varwijk | 03 maart 2011 11:03

Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4
  5. pagina 5

Uw netwerk vormt eigenlijk het hart van uw huis. Zonder netwerk hebt u geen tv, geen e-mail en geen chatcontact met vrienden. Iedereen vertrouwt erop dat zijn netwerk gewoon functioneert, tot het moment waarop de verbindingen ineens weg zijn. En dan? We zetten voor Windows 7 en Vista de meest voorkomende netwerkproblemen op een rij en dragen er een oplossing bij aan.

1. Netwerkcentrum

De eerste vraag die bij ieder netwerkprobleem moet worden gesteld is: wat werkt er nog wel? Het eerste onderdeel dat u daarbij moet controleren is of de netwerkverbinding van uw computer werkt. Het is immers lastig om een netwerkprobleem op te lossen met een pc zonder verbinding met dat netwerk. Om deze verbinding te controleren, klikt u in Windows 7 of Vista op het pictogram van het Netwerkcentrum, naast de klok. Kies vervolgens voor Netwerkcentrum openen, waarna er bovenin een schematische weergave verschijnt van de verbinding tussen uw pc en de router en tussen de router en internet. Werkt een van deze twee verbindingen niet correct, dan zet Windows daar een dik rood kruis doorheen. Staat er een rood kruis door de verbinding tussen uw pc en de router, dan is er iets niet goed met de netwerkverbinding van uw pc. Het probleem kan in de kabel zitten, in de IP-configuratie of in de router.

Het netwerkcentrum (in Windows 7 en Windows Vista) geeft snel een indruk van de locatie waar de storing zit.

2. Netwerkkaart ingeschakeld?

De netwerkadapter is het onderdeel van uw pc dat de verbinding met het netwerk verzorgt. Voorheen werden deze apparaatjes gewoon netwerkkaarten genoemd, omdat ze net als een videokaart in de pc moesten worden geplaatst. De meeste pc's hadden er geen, zodat ze los moesten worden aangeschaft. Inmiddels is dit veranderd, op ieder moederbord is tegenwoordig een netwerkkaart ingebakken, sterker: de meeste computers hebben er meer meer dan één. Twee netwerkkaarten is al heel standaard, en twee kaarten plus de ingebouwde mogelijkheid tot een draadloze netwerkverbinding komt ook voor. In dat laatste geval zijn er dus eigenlijk drie netwerkadapters aanwezig. Een vervelende eigenschap van zo'n adapter is dat hij stuk kan gaan. Wanneer één apparaat geen verbinding meer met het netwerk heeft terwijl de overige netwerkapparaten gewoon werken, is het handig om eerst de netwerk­adapter te controleren. Open het Netwerkcentrum en klik op Adapter instellingen wijzigen. U ziet vervolgens een weergave van alle netwerkverbindingen. Een of twee ervan hebben vermoedelijk 'LAN-verbinding' als naam en daarvan moet er minstens één zijn ingeschakeld. Staat in de tekst onder deze verbinding het woord Uitgeschakeld, dan betekent dit dat de netwerkpoort door Windows is uitgeschakeld. Klik met de rechtermuisknop op de LAN-verbinding en kies Inschakelen.

Alle netwerkverbindingen worden netjes weergegeven in het Netwerkcentrum.

3. Controleer de IP-configuratie

Het TCP/IP-protocol vormt de basis van alle netwerkcommunicatie. Een kenmerk ervan is dat alle hardware een uniek IP-adres krijgt toegewezen, zo ook uw computer. Als de netwerkverbinding niet functioneert, kan het probleem dus in de IP-configuratie zitten. Klik op Start, tik in het zoekvak of via Uitvoeren het commando cmd in en druk op Enter, waarna een command-prompt wordt geopend. Typ ipconfig en druk op Enter. U ziet nu de IP-configuratie van de pc. Deze omvat het IPv4-adres, het subnet en de standaardgateway. Wordt deze informatie niet getoond? Dan is de IP-configuratie niet juist ingesteld of er is een probleem met DHCP, bijvoorbeeld omdat de pc de DHCP-server niet kan bereiken. De DHCP-server bestaat in de meeste thuisnetwerken uit de router. Controleer eerst de instellingen van de IP-configuratie. Open het Netwerkcentrum en klik in de linkerkantlijn op Adapter instellingen wijzigen. U ziet hier één of meer netwerkadapters. Controleer of er een vinkje staat bij Internet Protocol versie 4 (TCP/IP). Is dat niet het geval? Schakel dan dit protocol in en bevestig met op OK. Staat er wel een vinkje, klik dan met de rechtermuisknop op de adapter en kies Eigenschappen. Klik op Internet Protocol versie 4 (TCP/IP) en op Eigenschappen. Controleer of hier de optie Automatisch een IP-adres laten toewijzen is geselecteerd. Bij het gebruik van DHCP is dat een noodzakelijke voorwaarde. U kunt bij de DHS-server kiezen voor Automatisch een DNS-server adres laten toewijzen. Klik op OK / Sluiten en ga, zodra Eigenschappen is gesloten, weer naar de Commando-prompt. Voer hier het commando ipconfig /release, daarna ipconfig /renew en tot slot ipconfig in, zodat u ziet of er alsnog een IP-adres is toegewezen.

Controleer de instellingen van de IP-configuratie van de netwerkkaart.

4. Router aan?

Netwerkstoringen kunnen uiteenlopende oorzaken hebben en in veel gevallen is het aardig lastig om het probleem te achterhalen. Soms zit er echter een heel eenvoudige oorzaak achter, bijvoorbeeld als de router in de meterkast staat en hij per ongeluk door een huisgenoot is uitgeschakeld of automatisch in slaap is gebracht door een dipje in de stroomvoorziening. Bij problemen met de netwerkverbinding, kunt u dus, nog voordat u de kabels gaat controleren, eerst eens controleren of de switch of router waar de pc op is aangesloten, wel is ingeschakeld. U zult niet de eerste zijn die merkt dat een nietsvermoedende huisgenoot hem heeft uitgeschakeld.

5. Kabel controleren

Hebt u na het lezen van onze vorige tips nog altijd geen verbinding en mogelijk ook nog geen IP-adres, controleer dan de bekabeling. Een oud netwerkgezegde stelt dat bij het achterhalen van een storing 'altijd met laag 1 moet worden begonnen', en met die laag wordt de bekabeling bedoeld. Het is niet raadzaam om direct aan de bekabeling te gaan trekken. Anders dan de configuratie van uw pc en router is een kabel een fysiek onderdeel dat echt kapot kan worden gemaakt. Bovendien is de kwaliteit van computerkabels tegenwoordig dusdanig dat ze niet snel uit zichzelf defect zullen raken. Kijk of de statuslampjes op uw pc (doorgaans zitten die op de achterzijde, waar uw netwerkkabel is aangesloten) licht geven en knipperen. Doorgaans is een van de lampjes bij de netwerkpoort groen. Dit exemplaar geeft aan of er een verbinding is (dan brandt het lampje) en of er netwerkverkeer is (in dat geval knippert het). Brandt het lampje niet, maak dan de kabel los aan de zijde van de computer. Controleer of het lipje aan de stekker nog deugdelijk vastzit, want dit onderdeeltje zorgt ervoor dat de netwerkstekker goed in de netwerkpoort blijft zitten. Plaats de kabel terug, let erop dat de stekker goed is vastgeklikt en controleer of het lampje nu wel gaat branden.

Het lipje aan de stekker van uw netwerkkabel zorgt ervoor dat de kabel goed in de netwerkpoort van uw pc zit en dat er een goede fysieke verbinding is.