Optimaal draadloos netwerk

Door: Edmond Varwijk | 06 juli 2011 12:07

Apps & Software

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2
  3. pagina 3
  4. pagina 4
  5. pagina 5

Een draadloos netwerk kan erg handig zijn en het voorkomt dat u overal in huis met snoeren in de weer moet. Voor veel computeraars is het netwerk echter een bron van ergernis. Een draadloos netwerk functioneert niet altijd even soepel als de instellingen niet zijn geoptimaliseerd. Met onze tips configureert u uw netwerk zó, dat alles optimaal werkt.

1. Onderdelen

Om een draadloos netwerk aan te leggen, hebt u slechts een minimale hoeveelheid ingrediënten nodig die in veel huishoudens al aanwezig zijn. Het belangrijkste onderdeel is een wifi-accesspoint of, in gewoon Nederlands, een basisstation. In de meeste gevallen hebt u daar geen apart apparaat voor nodig, omdat deze functie al is opgenomen in de router. Zelfs de doorgaans niet al te uitgebreide routers die internetproviders bij hun abonnementen leveren, zijn vaak voorzien van de mogelijkheid om een draadloos netwerk op te zetten. Weet u niet zeker of uw router van deze optie is voorzien? Het is niet al te moeilijk om dit te achterhalen. Vaak geeft de naam van de router al een aanwijzing, doordat het woord 'wireless' erin is opgenomen. Als dat bij u niet het geval is, kunt u in Google een zoekopdracht geven met de typenaam van uw router. Meestal kunt u op internet lezen of uw router de opzet van een draadloos netwerk ondersteunt.

Ook sommige oude routers kunnen prima met draadloos internet overweg.

2. WLAN

Wifi, uit te spreken als 'waifai', is een van de aanduidingen die voor een draadloos netwerk worden gebruikt. Een andere term die u tegen kunt komen, is WLAN, dat staat voor Wireless Local Area Network. De term LAN wordt doorgaans gebruikt bij netwerken die worden opgebouwd met netwerkkabels en door de W van 'Wireless' ervoor te zetten, wordt aangegeven dat het om een draadloos netwerk gaat. In het Nederlands taalgebruik wordt officieel over een 'draadloos netwerk' gesproken, maar de termen WLAN en wifi (maar dan uit te spreken als 'wiefie') worden ook vaak gebruikt.

3. Wifi-keurmerk

Het 'Wi-Fi'-logo is een keurmerk van de Wi-Fi Alliantie. Dit is een samenwerkingsverband van een groot aantal bedrijven dat producten voor draadloze netwerken levert. Om het logo op een product te mogen zetten, moet een bedrijf zijn router of ander draadloos netwerkapparaat laten keuren en bewijzen dat het voldoet aan de eisen die de Wi-Fi Alliantie heeft vastgelegd. Deze eisen hebben te maken met de functionaliteit, prestaties en interoperabiliteit. Met die laatste term wordt bedoeld dat producten van verschillende merken in één netwerk kunnen samenwerken. Een beperking aan het logosysteem is dat fabrikanten niet verplicht zijn om hun producten voor draadloos netwerken te laten keuren. Zelfs sommige bedrijven die lid zijn van de Wi-Fi Alliantie kiezen ervoor om dit niet te laten doen. Desondanks zijn ook apparaten die niet zijn gekeurd, toch 'interoperabel', dankzij de standaarden die door iedereen worden gehanteerd.

Het Wi-Fi-logo garandeert dat een apparaat goed met andere draadloze apparaten kan samenwerken, maar dat geldt doorgaans evengoed voor de meeste niet-gekeurde apparaten.

4. Standaarden

In de loop der jaren heeft de Wi-Fi Alliantie verschillende standaarden vastgelegd. De standaarden hebben als naam een nummer dat wordt aangevuld met een letter. Voor consumenten in Europa zijn alleen de standaarden 802.11a, 802.11b, 802.11g en 802.11n belangrijk. Iedere standaard heeft eigen kenmerken, maar het belangrijkste om te onthouden, is dat ze in alfabetische volgorde sneller worden en ook een groter bereik hebben. Met dit laatste wordt bedoeld dat de maximale afstand die een wifi-apparaat kan overbruggen, steeds groter wordt. Daarbij is er bij alle standaarden een verschil tussen de maximale afstand binnenshuis en die buitenshuis. Buitenshuis is het bereik in theorie altijd groter, omdat er minder obstakels zijn.

5. Verschillende apparaten

Dankzij de eisen van de Wi-Fi Alliantie kunnen apparaten die volgens verschillende standaarden zijn ontworpen, toch gewoon samenwerken. Een optimaal resultaat levert dat echter niet op. Snelle apparaten zullen namelijk terugschakelen naar de snelheid van de traagste standaard. Als u een hele snelle router hebt, maar een aantal oudere draadloze netwerkapparaten, dan zal de router de minder snelle technologie gebruiken die bij de standaard van de oudere draadloze netwerkapparaten hoort. Kijk dus goed naar de ingrediënten van uw draadloos netwerk en inventariseer welke standaarden elk onderdeel ondersteunt. Bepaal aan de hand daarvan welke apparaten te veel afwijken en beter kunnen worden vervangen door een apparaat dat ook een nieuwere, snellere standaard ondersteunt.

Een eenvoudige inventarisatie van apparaten en standaarden maakt al snel duidelijk welke apparaten zijn verouderd.