Uitbreidingssloten op het moederbord

Door: Jeroen Horlings | 27 december 2010 16:13

How To

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. pagina 2

De desktop-pc is mede zo populair omdat hij zeer eenvoudig uitgebreid kan worden met nieuwe functionaliteit. Ook kunnen onderdelen, zoals de grafische kaart, probleemloos worden verwisseld. Maar welke insteeksloten zijn er eigenlijk zoal en hoe werken ze samen?

1. Historie

Wat insteeksloten betreft, domineren PCI Express (PCI-E) en in mindere mate PCI de moderne pc. Dit is niet altijd zo geweest, deze twee standaarden zijn de opvolgers van vele illustere voorgangers die we in oude pc's tegenkomen en inmiddels niet meer gebruikt worden. De ISA-standaard was het eerste universele uitbreidingsslot voor pc's, ontwikkeld door IBM in 1983. VESA Local Bus (VLB) had de logische opvolger moeten worden van ISA, waarmee hij ook terugwaarts compatibel was (de sleuf was iets langer). VLB werd echter al snel overstemd door de PCI-standaard, die vanaf 1995 meer en meer werd toegepast. Hierna werd de AGP-poort in het leven geroepen voor de om meer bandbreedte schreeuwende grafische kaart. Die AGP-standaard werd tot slot opgevolgd door PCI ­Express, wat op dit moment het meest gebruikt wordt.

Voordat PCI standaard was, werden er onder andere ISA-kaarten gebruikt.

2. PCI Express x16

Het meest bekende slot van de PCI Express-standaard (afgekort 'PCI-E') is het x16-slot. Dit is bedoeld voor grafische kaarten en biedt met 16 kanalen en 250 MB/s per kanaal een maximale dataoverdracht van 4 GB/s. Deze bandbreedte wordt in de praktijk nog niet echt benut, tenzij er twee kaarten tegelijk worden gebruikt middels SLI of Crossfire. Sinds 2008 wordt de PCI Express 2.0-versie gebruikt, die de dubbele hoeveelheid data kan verwerken (500 MB/s per kanaal). Ook kan deze meer stroom leveren. De standaard is terugwaarts compatibel met versie 1.0, maar een PCI-E 2.0 kaart in een 1.0-slot zal de extra bandbreedte niet kunnen benutten. Versie 3.0 wordt in 2011 verwacht. Sommige fysieke x16-sloten werken op een x8-snelheid. In een dergelijk geval betreft dit vaak het tweede x16-slot op het moederbord.

Het PCI-E x16-slot is vooral bedoeld voor (zware) grafische kaarten.

3. PCI Express x1, x4 en x8

Omdat PCI-E beduidend meer bandbreedte biedt dan PCI, wordt PCI langzaam uitgefaseert. Daarvoor in de plaats komen kortere PCI Express-sleuven. Er zijn momenteel drie varianten in omloop: PCI-E x8, x4 en x1. De x4-versie is iets langer dan het x1-slot en gebruikt 4 kanalen in plaats van 1 (x1), waardoor deze meer bandbreedte tot z'n beschikking heeft. De x8-versie gebruikt logischerwijs acht kanalen en is fysiek weer iets langer, maar komt in de praktijk weinig voor. Overigens is de bandbreedte van de x1-versie (250 MB/s) voor de meeste kaarten wel voldoende, waardoor deze het meest gebruikelijk is in de consumentenmarkt. Denk bijvoorbeeld aan eenvoudige grafische kaarten, geluidskaarten, usb 3.0-controllers, SATA-II RAID, Gigabit netwerkkaarten en (HD-)tv-tuners. Sommige van deze kaarten zijn ook als PCI-E x4-versie verschenen, hoewel de bandbreedte dat meestal niet vereist. Wel interessant zijn snelle SSD's die als x4-insteekkaart beschikbaar zijn, maar die worden met name in het professionele circuit gebruikt (want: onbetaalbaar). Overigens zijn alle PCI-E-aansluitingen onderling compatibel mits de kaarten fysiek passen. Een x1-kaart past probleemloos in een x4-, x8- of x16-slot, maar andersom is dat niet het geval.

Een PCI-E x4-SSD-insteekkaart maakt goed gebruik van de bandbreedte die vier kanalen biedt. Voor de meeste andere insteekkaarten is x1 voldoende.

Het PCI-E x1-slot is het meest gebruikelijk in de consumentenmarkt. Er zijn uitbreidingskaarten (zoals usb 3.0) en zelfs grafische kaarten beschikbaar met deze aansluiting.

0 Reacties op: Uitbreidingssloten op het moederbord

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.